Historisch moment


Nee, die titel slaat niet op het songfesitval. Het slaat op mijn gewicht. Ik ben vandaag officieel tien kilo minder gezellig dan twee maanden geleden.

Tien kilo!
Wel alle songfestivalkandidaten nog eens aan toe! Die twintig pond speklapjes heb ik er toch maar mooi even af geshaket, geslenderd en gesport!

En het grappig is, het valt niet eens echt veel mensen op. En daar ben ik eigenlijk heel blij om. Ik was namelijk voor die tijd ook gewoon leuk. Alleen iets euh… leukér, zeg maar. En ik blog er wel over, maar in de gesprékken over mijn figuur zit vaak niet al teveel lijn.

“Hé, ben je afgevallen?”
“Ja, ik was wat aan het lijnen.”
“Goed zeg, hoeveel ben je nou kwijt?” *
“Paar kilootjes. Koffie?”

Afijn. Moeten ze dus mijn blog maar lezen. Net als jullie. En net als mijn gezin, want Annabel had zo-even alweer door dat ik een stukje aan het tikken was. Ze las over mijn schouder mee.

“Ben je tien kilo afgevallen mamma?”
“Ja.”
“En hoeveel wil je nog?”
“Drie.”
“Tien en drie is… dertien. Dat zou ik niet doen. Dertien is een ongeluksgetal. Dat haal je natuurlijk nooit.”

Misschien toch mijn doel even bijstellen?

*‘Hoeveel ben je nou kwijt’, vréselijk dat eufemisme! Net als ‘geholpen worden’ in een ziekenhuis. En: ‘van je man/vrouw afzijn’ over een echtscheiding. ‘Mondje teruggeven’ over babyvoeding, brrrr. Wie kent er meer?

Advertisements

Nu even niet (meer) …


Heerlijk hoor, zo’n weekendje CenterParcs-aan-zee. Lekker uitgewaaid en lekker niets gedaan. Alhoewel, niets…

De Val van Paul had zijn sporen nagelaten. Niet alleen kon hij zijn benen nauwelijks buigen (wat hem de bijnaam Houten Klaas opleverde) het bleek ook Zeer Onverantwoord om met zijn korsterige knieën het water in te gaan (hij probeerde het vijf minuten en het wondvocht droop eruit). Hij wist niet hoe snel hij ‘dat benauwde zwembad’ moest verlaten. Het gevolg was natuurlijk dat mamma de pineut was. Nou vind ik glijbanen best leuk, maar geloof me, na zesendertig keer is écht de lol er wel af.

Gelukkig kreeg ik steun van schoonmoeder en konden we zo af en toe lekker even samen in het bubbelbad bijkletsen. Totdat de bekende ‘golventune’ weer klonk want dan moest er natuurlijk iemand mee het grote bad in (wat dan ineens heel koud was). En daarna ‘ah, tóe’ moest ik even mee naar het buitenbad om te kijken hoe de meiden hun record in het koude dompelbad verbraken. (Op een gegeven moment heb ik ze gewoon verboden er nog langer in te gaan, ze kwamen er helemaal blauw uit! Wat bezielt die kinderen toch?!)

Toen we weer in het huisje waren hoorde ik Paul tegen de meiden zeggen: “We gaan gewoon nóg een keer, als pappa het water weer in mag.” Die opmerking wierp me prompt een jaar terug in de tijd, want was dit weekend eigenlijk niet een goedmakertje vanwege het feit dat Liz vorig jaar met haar kapotte arm het water niet in mocht?!

“Zeg,” snoof ik “ik ga echt niet meer met jullie naar CenterParcs hoor, daar komen alleen maar ongelukken van! Volgend jaar is Annabel zeker aan de beurt! Of ik.”

De laatste dag sjokte ik met frisse tegenzin weer naar het zwembad. Wéér dat gedrang bij de stomme kluisjes, gewriemel in onhandige hokjes en gekleum na de douche.

Maar dit keer was ik voorbereid: ik had mijn boek meegenomen. “We blijven precies twee uur,” zei ik. “En mamma zit dáár te lezen.” Ik vond een lekkere leunstoel, haalde een kopje koffie en zakte onderuit.

Aldus kwam ik uiteindelijk toch nog heerlijk aan mijn rust toe.

2012, het beste


Normaal ben ik altijd een beetje onrustig op de laatste dag van het jaar.

Dit jaar echter ben ik de rust zelve. Misschien omdat ik al een week vakantie heb, misschien omdat we gisteren zo lekker geschaatst hebben. Of omdat ik zo slecht heb geslapen vannacht en nu nog duf ben, wie zal het zeggen. Misschien wel gewoon omdat het ‘goed’ is. Het is goed dat dit jaar voorbij is, het is goed dat er een nieuw jaar komt. Ik heb zin in nieuwe dingen.

En terwijl de meisjes van hot naar haar rennen en Paul oliebollenmix maakt buig ik me over mijn evaluatie. Ik wacht op vriendin C. met wie ik straks hapjes voor vanavond ga maken en ik denk na over het afgelopen jaar. Heerlijk vind ik dat, even de tijd nemen en stil te staan bij de dingen die indruk hebben gemaakt.

Weet je wat, ik zal ze met jullie delen.

2012 – in willekeurige volgorde –

De ergste schrik: Lizzy met haar arm door het raam
Meest bijzondere feest: boekpresentatie “Je kan er maar beter om lachen”
Mooiste boek: De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween
Mooiste films (video): The curious case of Benjamin Button en Avatar
Verdrietig: omi overleden
Vervelend: auto aan gort gereden
Prettig: auto weer gemaakt
Leukste liedje: Somebody that I used to know
Mooiste sportmoment: Annabel die tweede werd bij de onderlinge turnwedstrijden, op de voet gevolgd door Epke, dat was natuurlijk ook best goed!
Indrukwekkende kwestie: het ongeluk van Friso
Gezondheid: zeer goed. Op nog immer de schouderklacht na dan.
Ontwikkeling: ik ging op facebook
Beste actie van Paul: in zijn eigen hand boren tijdens het klussen
Nieuw: vogelkooi, boekenkast, tuindeuren
Mooiste uitdrukking: ogen op sap
Vakantie: Frankrijk, gorges du Verdon
Vuurwerk: uiteindelijk wel, man moest er twee keer voor naar Belgie!
Mooiste uitspraak van Klets: Liz: “Mam, ze hadden alleen nog ijsberensla!” Bel: “Waarom staat er ‘kut’ op mijn pyjama?” (Cute)
En tenslotte, de mooiste foto: deze natuurlijk!

Ik wens jullie allemaal een hele fjne oudjaarsdag en een gezellige jaarwisseling.
Tot volgend jaar!

Een timbaaltje?


Ik ben nog niet binnen of ik krijg een glas wijn over me heen.

Witte wijn weliswaar, maar toch. Ik sta er weer gekleurd op. En aangezien ik nergens servetten zie, droog ik mezelf (en mijn nieuwe jurkje) maar een beetje af met het tafelkleed dat over een of ander chique hoektafeltje ligt. Op dat moment komt de eigenaar van het restaurant binnen. “Gaat het, mevrouw?” vraagt hij, met opgetrokken werkbrauwen.

Afijn. De toon is gezet en de workshop kan beginnen. Ik moet een timbaaltje maken. “Een timbaaltje?” “Ja. Een timaaltje.” Van kool en spek. En nog een paar dingen die ik niet lekker vind. Mijn naam ligt bij de snijmachine want daar moet ik beginnen. Paul kijkt bezorgd in mijn richting. (Hij staat bij het toetje.) “Zou je dat wel doen?” vragen zijn ogen, “met die snijmachine?”

Een kwartier later krijg ik van de juf op mijn kop omdat ik met een verkeerd mes sta te snijden. Ik heb inmiddels een flink blaar op mijn rechterwijsvinger. Ik krijg witte-kool-snijles. Jammer dat ik nooit witte kool eet omdat ik witte kool háát. Paul staat kletskoppen te bakken. Hij grapt dat hij thuis ook drie kletskoppen heeft.

“Ik wil geen eendenborst,” zeg ik. “Vind ik zielig.”
“Waarom?” vraagt een collega van Paul.
“Omdat wij vroeger een eend als huisdier hadden.”
“O,” zegt de collega. “Ik had vroeger een varken als vriendin.”

De wijn is goed. Misschien wel te goed. Opeens staan mijn timbaaltjes in de oven en heb ik er een brandwond bij. We gaan zo aan tafel om ons zelfgemaakte diner op te eten. Ik eet geen eendenborst, ik krijg vis. Of ik dat niet zielig vind? Nee, vis eten vind ik niet zielig. Ik heb niets met vissen.

We eindigen met ijswijn en het toetje van Paul. Smakelijk, ik kan niets anders zeggen. Na een erg leuke avond gaan we voldaan naar huis. Alles was lekker. Het toetje, mijn timbaaltje en de vis. De wijn was ook lekker.

En vandaag ben vooral ikzelf gaar. En een beetje aangebrand.

Comazuipen


“Zo,” zei de hulp terwijl ze een emmer op het aanrecht zette. “Dan ga ik nu even een sigaretje roken.”

Annabel, die de hulp op geheel eigen wijze aan het ‘helpen’ was door haar knuffels allemaal stofvrij te maken, bekeek eerst de emmer en daarna het pakje sigaretten.
“Ik ga nooit roken,” zei ze.
“Verstandig,” zeiden hulp en ik tegelijkertijd.

Annabel, gesterkt door onze goedkeuring, ging vervolgens nog een stapje verder. Haar grote blauwe ogen staarden naar een punt ergens achterin de tuin terwijl ze zei: “En ik ga ook nooit pillen en drugs nemen.” (Ze sprak het uit als ‘druggggs’.)
“Goed zo,” zei ik. “En ga je ook nooit alcohol drinken?”
Annabel haalde haar schouders op. Kennelijk hoorde alcohol niet bepaald bij de Zeven Hoofdzonden.
“Nou, misschien wel een wijntje. Of een biertje.”
“Bier is lekkerder als het warm is,” zei de hulp.
“En af en toe een wijntje kan geen kwaad,” zei ik.
“Je moet alleen niet gaan comazuipen.”

Bij het woord ‘comazuipen’ keek Annabel op. Ze kneep haar ogen tot spleetjes en leek heel diep na te denken.
“Wat is comazuipen.”
“Zóveel drinken dat je bewusteloos raakt.”
“O. Nee. Dat ga ik maar niet doen. Comazuipen. Heb jij dat wel eens gedaan, mamma?”
“Nee zeg, gelukkig niet.”

Afijn. Zo ging het gesprek nog even door. Tot het sigaretje van de hulp op was en Annabel weer aan het werk ging. De emmer ging naar buiten en ik nam weer plaats achter de computer.

Zomaar een lollig gesprek, op maandag met mijn dochter van zeven. Over tien jaar is ze zeventíen. Ik hoop dat de gesprekken over deze onderwerpen dan nog steeds lollig zijn.

Een klein wonder


Ergens vloog een jonge merel tegen een raam.

De man die het zag het gebeuren liep snel naar buiten, pakte het spartelende beestje op en zette het in een boom. Daar viel de vogel echter meteen weer uit. Hij bleef suf op de grond zitten.
“Die moet je naar Soest brengen,” zei de buurvrouw.

Nou is ‘Soest’ hier in de buurt jargon voor ‘de vogelopvang’ maar dat wist de man niet. Hij reed naar Soest en toen hij daar – onder het plaatsnaambord ‘Soest’ – geen bak ‘breng hier uw jonge merels’ zag staan wist hij even niet meer wat hij moest doen. Hij reed naar de dierenwinkel maar die was dicht. Hij vond een tweede dierenwinkel, maar ook die was dicht. Toen reed de man (terug?) naar Amersfoort en kwam daar terecht bij Pets Place.

Daar trof hij mij en de Kletsen. “Ik weet het nu ook niet meer,” zei hij terwijl hij het kleine doosje met daarin de jonge merel op zijn hand liet balanceren. De verkoopster en ik bekeken de vogel, zo op het eerste gezicht leek hij niets te mankeren, alleen een beetje in shock, dachten we.
“Ik neem hem wel mee,” zei ik. “Ik zet hem een dagje in de volière, als hij niet opknapt breng ik hem alsnog naar de vogelopvang.”
“Dat is fijn,” zei de man en hij gaf mij het doosje met de jonge merel.

Thuis zette ik de vogel in de volière. Ik gaf hem wat voer en wat water en liet hem met rust. Al snel knapte hij op, hij hipte wat rond, maar echt vliegen zat er nog niet in. Het beest leek last te hebben van een lamme vleugel, of een verstoord evenwicht, waardoor hij af en toe omviel, maar pijn leek hij niet te hebben.
“Misschien is hij zo geboren,” zei ik tegen Paul. “Morgen brengen we hem toch maar naar de vogelopvang. Zo’n niet-vliegende vogel heeft natuurlijk geen overlevingskans.”

Maar het lot besliste anders. Toen ik met een kopje koffie in mijn hand de tuin inliep zag ik dat er twee volwassen merels op ons grasveld zaten. Een mannetje en een vrouwtje. Ze hipten om de volière heen en kwamen steeds dichterbij het gaas.
Ik bleef kijken, vanaf een afstandje en mijn grote verbazing zag ik dat de merels hapjes begonnen te verzamelen en deze dóór het gaas heen aan de jonge merel voerden
“Verrek joh,” riep Paul die net naar buiten kwam. “Het zijn z’n pappa en mamma!”

En inderdaad. De twee merels vlogen af en aan met hapjes die ze aan de baby in de volière voerden, nu eens via de voorkant van het gaas, dan weer via de achterkant. Terwijl wij gewoon in de tuin zaten, de barbecue aanstaken en de hangmatten ophingen. De jonge merel kwetterde wanneer hij zijn ouders zag, flapperde met zijn vleugeltjes en knapte zienderogen op. Maar hij bleef omvallen als hij te enthousiast werd.

En zo waren wij dit Pinksterweekend getuige van een klein wonder; een stel ouders dat hun kind terugvond. Helaas kan de jonge nog steeds niet vliegen – ik vrees dat de ouders een gehandicapt kind hebben – maar wie weet komt het toch nog goed en heeft het tijd nodig. Zolang de ouders het jong voeren – en het diertje veilig zit voor de katten – heb ik echter het hart niet het vogeltje weg te brengen.

Naar de bios


Van vriendin E. hoorde ik over een nieuwe sensatie in onze bios: 4D.

4D is het nieuwe 3D; diepte gecombineerd met beweging, volgens vriendin E. ‘helemaal de bom’. Ze was met haar zoon naar “The myserious island” geweest en toen ‘hun’ helikopter in een tornado terechtkwam gingen ze echt uit hun dak: door de bewegende stoelen leek het net of ze echt door de lucht werden geslingerd.

Ik heb nog nooit een 3D film in de bios gezien, dus toen ik het verhaal van vriendin E. hoorde, besloot ik dat ik het maar meteen goed zou aanpakken: ik ging 4D! Het leeftijdsadvies was 9+ dus kon ik mooi Liz meenemen, die zou dat ook wel kek vinden. Wel een beetje sneu voor Annabel, bedacht ik, dus die kon dan wel met Paul naar de Chipmunks.

In eerste instantie was iedereen heel enthousiast over het uitje. Totdat Liz ineens begon te mekkeren dat ze eigenlijk liever met Paul en Bel naar de Chipmunks wilde, want de Chipmunks waren zo leuk en ze was fan van Alvin. Hoezeer ik de 4D film ook promootte, ze wilde toch liever naar de Chipmunks.
“Zullen we dan maar met z’n allen naar de Chipmunks gaan?” opperde Paul.
Ik – de meegaande moeder bij uitstek – werd op dat moment een beetje pissig. Het hele plan was bedacht omdat ik naar “The mysterious island” wilde en dan zou ik straks zeker bij die stomme eekhoorns met die irritante stemmetjes gaan zitten?! No fokkin way.

“Je bekijkt het maar,” zei ik tegen Liz. “Ga jij maar met hun mee. Ik ga wel met een vriendin.”
Daarna nam Paul de meiden mee om boodschappen te doen en belde ik vriendin C. die het heel leuk vond om met mij naar een 4D film te gaan. “Lijkt me een hele ervaring!”

Afijn, je raadt het al: tegen de tijd dat meiden weer thuiskwamen had Liz zich bedacht. Ze wilde alsnog met mij mee. Toen ik zei dat ze daarmee nu te laat was kreeg ze een woede-aanval: ze wilde perse met mij naar een 4D film en nu moest ze naar die ‘stomme’ Chipmunks! Over de boel omdraaien gesproken.

Toen ik de kaartjes ging halen – 3x Chipmunks en 2x Mysterious Island – bleek dat laatstgenoemde film inmiddels zijn 4D status had verloren. Hij werd nu alleen nog vertoond in ‘3D’. En toen ik later een paar recensies las kreeg ik ook nog eens de indruk dat we hier met een ‘baggerfilm’ te maken hadden. Had ik weer.

Kan ik mijn kaartje nog ruilen? Ik wil namelijk eigenlijk liever naar de Chipmunks.