Van deze en genen

“Zeg,” vraagt mijn moeder. “Heb jij nog wat met die boekjes gedaan? Die boekjes van Klik en Klak, die hier van zolder kwamen?”

Mijn moeder heeft opgeruimd. Ze is van alles tegen gekomen. Oude musicalspullen, agenda’s, blokkendozen en de voorleesboekjes van Klik en Klak. Jeugdsentiment!
“Tja, nou, kijk,” antwoord ik een beetje ontwijkend. “Ik heb er een paar bladzijden uit voorgelezen.”

En na een korte stilte: “Lizzy vond het eng.”

“Eng?” Mijn moeder klinkt verbaasd. “Het zijn kléuterboekjes. Over twee ééndjes nota bene! Ik las ze ook aan jullie voor vroeger.”

Ik peuter aan een nagel.
“Dat weet ik. Maar Lizzy vindt best wel snel iets eng. Dat weet je toch?”
“Ja, maar dit zijn schattige eendjes. En de verhaaltjes lopen toch goed af?”

“Nou,” zeg ik twijfelend. “Die heks, uit Klik en Klak en de heks, die is echt wel een beetje eng. En de jager uit Klik en Klak en de Boze Jager ook. En als Klik en Klak verdwalen, dan is dat best spannend. En Zwartkop, de kraai, uit Klik en Klak en de Kraai, die is heel gemeen getekend. En…”

Ik haal adem en sluit af met: “Dat kan ik me nog bést goed herinneren van vroeger hoor.”

“Dat blijkt,” zegt mijn moeder droog. “Nou, dan moet je Klik en Klak maar niet voorlezen,” “Precies,” zeg ik. “Lizzy is gewoon erg gevoelig voor dat soort dingen.” “Dat is ze zeker.”

“En dat heeft ze niet van een vreemde.”

Ik weet niet of mijn moeder het zegt of dat ik zelf hardop denk.