Lente Lokroep


Het is nu écht lente!

Eindelijk zijn de wolken opengescheurd en zwijnt de zon. Niet dat ik nou elke dag in bikini loopt, zó mooi is het nou ook weer niet, maar mijn handschoenen heb ik naar zolder verhuisd en op tafel ligt een nieuwe zonnebril. Het geblikker en geflonker zorgt ervoor dat het licht strepen trekt op het parket.

Ik geniet van de malsheid van onze tuin. De opkrullende varens en de bloeiende Chinese roos. Elke lente ben ik weer verbaasd over de vele groenschakeringen waarop de natuur ons trakteert. Een gele stuifmeelwaas bedekt de nieuwe tuintafel en de buitenhaard roept al dagen om een vreugdevuur.

Om de hoek staan de prunussen in bloei. Ontplofte suikerspinnen op bruine stelen. Ook de appelboom hiertegenover is sneeuwwit van de zware bloesem. Af en toe – wanneer een windvlaag hier de straat veegt – zie ik ze voorbij komen; tere witte blaadjes in grote hoeveelheden. Sneeuwjacht van bloesem. Kleurige flarden.

Het is lente.
Het is echt lente.
Ondanks de sneeuw.



Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over mijn zwembadavontuur vanochtend.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Kerstgevoel

Lang, heel lang geleden had ik een baby.

En elke dinsdag en donderdag stond ik dan voor het raam, met de baby in mijn armen, uit te kijken naar mijn ouders die zouden komen oppassen. Het was nog vroeg als ze de straat binnenreden en ik had koffie klaar staan. Eerst in ons oude huis, toen in ons nieuwe. Eerst met baby Lizzy, toen met baby Annabel.

Toen de baby’s peuters werden, stonden we sámen voor het raam. “Oma komt eraan!” riep een van de kinderen waarna ze zich snel verstopten achter een boekje of in een hoekje. Ik vond het altijd heerlijk om te zien hoe blij de kinderen waren als ze opa en oma weer zagen. En hoe trots mijn ouders naar hun kleinkinderen keken. Dat gaf me een heerlijk gevoel.

Na een tijdje ging er één naar school en wachtte ik ’s ochtends vroeg met de ander. Maak al snel ging ook die ander naar groep I. En toen had ik geen reden meer om op mijn ouders te wachten. Ik bracht de kinderen naar school en ging naar mijn werk. Mijn ouders haalden ze uit school. Alleen op donderdag. Op dinsdag bleven de kinderen over.

Met weemoed denk ik terug aan die tijd dat ik met mijn baby voor het raam stond, te wachten op mijn ouders. Ik hoor weer de kindercd’s die ik draaide en de tune van de Teletubby’s. Ik zie de auto van mijn ouders de straat binnenrijden en ik ruik die koffie. Als je me vraagt wat ik ‘mis’ van vroeger, van de tijd voor school, dan is het dat, dat mooie gevoel zo vroeg op de ochtend.

Gelukkig maar dat er (voorlopig) nog de schoolvakanties zijn. En al komen mijn ouders niet meer zo vroeg en sta ik niet meer met een baby in mijn armen, we stonden wel weer voor het raam vanochtend. Daar zag ik, door de verse sneeuw, mijn ouders aan komen rijden. “Daar komt oma!” riep Annabel opgetogen. Lizzy deed de deur open en ik schonk koffie.

Een mooi moment op een mooie dag. Een warm gevoel met een kerstgedachte. Ik knuffel mijn ouders, mijn kinderen en weet: dit gevoel moet ik bewaren.

Pooltje

Tien minuten voor de wedstrijd.

Ik: “Ik heb nog meegedaan aan een pooltje.”
Paul: “Wat heb je voorspeld?”
Ik: “4-1”
Paul: *Proest*
Ik: “Nou, die 3-0 tegen Italie had anders ook niemand verwacht.”

Tien minuten na de wedstrijd.

Paul: “Wat had jij ook alweer ingevuld?”
Ik: “4-1”
Paul: “Tjee!”
Ik: “Ja. En nou wil ik nooit meer horen dat vrouwen geen verstand van voetbal hebben!”