sNEEuw

Wat lees ik nu?

Gaat het vrijdag sneeuwen? Sneeuw? Zoals in: wit glad spul waardoor je zo vreselijk op je bek gaat? Die koude, nattige derrie die altijd door je schoenzolen heen kruipt? Ik weet nog dat we vorig jaar een sneeuwschuiver kochten. Binnen een dag brak het ding doormidden. Net de NS. Direct out of order.

Dat kan niet hoor, sneeuw, ik ben ‘de hel van 2010’ nog niet te boven! Weten jullie ’t nog, al die sneeuw? Eerst was het allemaal nog wel leuk. Op de slee naar school, sneeuwpoppen maken, hartstikke idyllisch. Maar nadat ik een keer vreselijk hard onderuit gegaan was (op een slapstickachtige manier; benen in de lucht, vertraging in de val, poef op mijn kont) vond er geen euh reet meer aan.

Sneeuwjacht, poedersneeuw, sneeuwwolken. Ik heb in 2010 meer sneeuwwoorden geleerd dan een Eskimo in heel zijn leven. Bah. Ik was (en ben) er helemaal klaar mee. Volgens mij sneeuwde het ook nog eens veel te lang door. Tot juni ongeveer. Daarna een mooie maand en daarna niets meer.

Begon nou net een beetje van de koude en de zon te genieten, dacht dat het allemaal wel goed zou komen. Dat ik lekker fris en stabiel de winter in zou gaan, genieten van de mooie kleuren en de fraai gevormde boomtakken, komen ze met SNEEUW aan.

Ik zeg sNEEuw vandaag en start een petitie.
Wie ondertekent?

Je suis Lizzý

Zo. Mijn laatste post voorlopig.

De koffers zijn gepakt, het huis is aan kant. De overgebleven sinaasappels heb ik aan de buurvrouw gegeven, de halflege fles wijn gisteravond eigenhandig leeggemaakt (anders zonde). Volgens mij heb ik alles. Bikini; check, paspoorten; check.

Ik moet zeggen; zelden ben ik zó relaxed op vakantie gegaan. Het weekend was heerlijk, Annabel haar verjaardag ontzettend leuk, en het inpakken ging als een speer. Een paar dagen vrij voor je daadwerkelijk vertrekt is écht een aanrader. Mijn enige stresspunt zijn mijn witte benen. Graag had ik nog een zonnebankje gepakt. Maar dat is dan ook écht alles.

Nina is gelukkig alsnog uitgevlogen. Opeens zat ze weer in de naaldboom en hipte ze fier van de ene naar de andere tak. Af en toe fladdert ze voorbij. “Daar is Nina!” gilt Lizzy dan. We laten wat voer voor haar achter en vertrekken met een gerust hart. Nina redt het wel.

Ook Lizzy en Annabel zijn in de ban van de vakantie. Annabel produceerde nog even een nieuw tandje (de zesde) en zit keer op keer tot haar oksels onder de poep. Er is geen luier tegen opgewassen. Dat wordt nog lachen, onderweg. Lizzy is ondertussen druk met het inpakken van eigen Winnie-de-Pooh-koffiertje. Het kostte me de grootste moeite haar te overtuigen van het feit dat ze niet ál haar schoenen (ongeveer twintig paar inclusief haar verzameling slippers én haar verkleedschoenen) kon meenemen. Uiteindelijk sloten we een compromis; vijf paar. ’t Kind neemt verdomme meer schoenen mee dan haar moeder!

Nog even de auto inladen, de juiste routeplanner erin en GO, op naar het Franse land. “Je suis Lizzý!” klinkt het in de keuken. “Je suis Lizzý!”. “Je suis Lizzý!”

“Je suis Lizzý!” “Allons y!” roep ik. Volgens mij zijn we er klaar voor.