Je kan mijn kont kussen!

Nee! Het kan niet waar zijn!

Maar het is wél waar. Sterker nog, als ik ‘bilimplantaten’ intik (zelfs de spellingscontrole vindt het een normaal woord, terwijl hij laatst ‘ontzorgen’ nog afkeurde), voorziet Google me van ruim achtduizend hits! Bilimplantaten, bilvergrotingen en billiften. Anno 2014 kan het allemaal. En het wordt steeds populairder.

Sterren

Zoals altijd, lees ik op nu.nl, is het begon het met een paar sterren (nee, niet díe sterren, ik heb het over celebs nu). Pippa (Middleton) en Jennifer (Lopez) hebben ze van zichzelf en ook Kim (Kardishan) lijkt niet met haar achterste te zitten. Heidi Montag, Countess Vaughn en mogelijk Nicki Minaj  waren jaloers en besloten de natuur een handje te helpen.

“Fill ‘em up, doc!”

Lood in je kont

BilimplantatenJe kont laten liften, vergoten of verfraaien. Na de lippen, tieten en schaamstreek gaan we nu knutselen aan onze billen. En als we dat eigenlijk niet kunnen betalen dan gaan we naar een beunhaas die er gewoon siliconenkit , beton of weet ik veel wat in spuit. Over lood in je kont gesproken. Hebben we dan helemaal niets geleerd van al die lekkende borstimplantaten?  Nee dus.

Verkleining?

“Ik heb ze niet nodig”, grap ik tegen Paul als ik vertel waarover ik schrijf. “Zouden er eigenlijk ook kontverkleiningsoperaties zijn?” Ja hoor. Die zijn er ook. U zegt, wij draaien. Ach, wat zal het mij ook aan mijn reet roesten, die hele cosmetische industrie is op hol geslagen. Walgelijk vind ik het. Een belediging voor de natuur.

Hou toch op

Misschien ga ik niet met mijn tijd mee, vinden mijn kinderen dit straks allemaal heel normaal en laat iedereen zich  in de toekomst ombouwen tot zijn eigen ideaal. Maar ik vind het niets, als je dat maar weet. In een gezond lijf ga je toch niet snijden?!

Dus nee. My ass. Ik *dislike* bilvergroting. Trouwens, mijn achterste is prima. En wie er commentaar op heeft? Die kan mijn kont kussen.

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl is het weer Pink Saturday!

Hoe het begon


We hingen nét een kwartier in de lucht toen Annabel vroeg ‘hoever het nog rijden’ was.

“We vlíegen hoor!” zei Liz, terwijl ze ondertussen een beetje twijfelend naar mij keek. Het leek alsof ze het allemaal niet zo vertrouwde. Wie zei haar dat we niet inmiddels aan het neerstorten waren?! Ondanks de Rescuspray van Bach die ik op haar tong had gespoten, was ze er niet bepaald gerust op.
Ik knikte de meisjes bemoedigend toe.

Ja, we vlogen.
Ja, alles ging goed.
Ja, stoel 19 A t/m D waren de veiligste plekken van het vliegtuig.
En dat rare geluid hoorde erbij, dat was gewoon de motor. (Tenminste, dat hoopte ik.)
Gerustgesteld bogen de meiden zich weer over hun Arke-kleurboek en kleurden verder met hun Arke-kleurpotloden.
Mooi, die waren weer rustig.

Nu ík nog.


Al een uur op Schiphol en nog geen zon!

Ons appartement, mét terras en óp de begane grond, bleek nogal retro (in het meest gunstige geval) en de keukeninventaris was, met drie kopjes en een koekenpan niet bepaald uitgebreid. Maar alles bij elkaar was het helemaal niet slecht. “Als je drie sterren boekt moet je er ook geen vijf verwachten,” zoals een wijs iemand eens op Zoover schreef.
De bedden waren prima, alles werd goed schoongemaakt en we hadden uitzicht op een paar enorme palmbomen (en als je heel goed je best deed; op zee).
Het park was, zeker voor drie sterren, behoorlijk goed. (Alhoewel ik gedurende ons verblijf minstens drie mensen door hun stoel heb zien zakken, maar dat kan evengoed iets zeggen over de kwaliteit van de (strand) stoelen als over de hoeveelheden die sommige mensen op het park aten!)
Vrolijk en zonnig liepen we naar wat de komende twee weken ‘ons huis’ zou zijn. De paden van het park waren omzoomd met palmen, bloeiende struiken en veelkleurige bloemen. Er was een zwembad dat precies groot genoeg was voor twee Kletsen met een B-diploma (en hun ietwat neurotische ouders). Het park beschikte zelfs over een eigen Sunadvisor. Als je langs haar standje liep, zag je er steevast een paar rood-wit gevlekte Engelsen met flinke klodders suncream op hun lillende lijf liggen.


Mijn nieuwe vakantiejurkje!

Ach ja, de mensen op ons park. D’r liepen er wel types rond hoor! Nationalistische Spanjaarden (“Talk Spanies! You in Spain now!”), gegrilde Ieren (rood-bruin gestreept) en moddervette Engelse. Gelukkig zat ons huisje redelijk achteraf (en hadden we wél leuke buren die een levende babyborn mee hadden waar de Kletsen graag mee aan de wandel gingen), toch kon ik niet voorkomen dat Paul ’s ochtends bij het drukke, – nee, extreem drukke – ontbijtbuffet, uit zijn humeur raakte omdat hij opzij gebeukt werd door een Engelse met een kont zo groot als Robbeneiland waarna hij getergd zuchtte: “Es, volgend jaar gaan we op vakantie naar ’n hutje op de hei!”

Ik had minder last van de mensen dan Paul. Ik ergerde me niet, ik paste me gewoon aan. Bruin en blond werd ik vanzelf, de roze topjes combineerden leuk met mijn bruine armen en een grote blingbling E om mijn nek maakten mijn nieuwe look af. Paul noemde me al snel “Barbie” en even overwoog ik om ook maar meteen een tatoeage te nemen. Ik was tenslote ongeveer de enige vrouw op het park die er géén had.

“O mamma,” zuchtte Lizzy toen ik mezelf weer eens overtroffen had. “Zag je er altijd maar zo mooi uit!”


Ed – de knuffel – kijkt uit het vliegtuigraampje!



Ik en mijn nieuwe look!

sNEEuw

Wat lees ik nu?

Gaat het vrijdag sneeuwen? Sneeuw? Zoals in: wit glad spul waardoor je zo vreselijk op je bek gaat? Die koude, nattige derrie die altijd door je schoenzolen heen kruipt? Ik weet nog dat we vorig jaar een sneeuwschuiver kochten. Binnen een dag brak het ding doormidden. Net de NS. Direct out of order.

Dat kan niet hoor, sneeuw, ik ben ‘de hel van 2010’ nog niet te boven! Weten jullie ’t nog, al die sneeuw? Eerst was het allemaal nog wel leuk. Op de slee naar school, sneeuwpoppen maken, hartstikke idyllisch. Maar nadat ik een keer vreselijk hard onderuit gegaan was (op een slapstickachtige manier; benen in de lucht, vertraging in de val, poef op mijn kont) vond er geen euh reet meer aan.

Sneeuwjacht, poedersneeuw, sneeuwwolken. Ik heb in 2010 meer sneeuwwoorden geleerd dan een Eskimo in heel zijn leven. Bah. Ik was (en ben) er helemaal klaar mee. Volgens mij sneeuwde het ook nog eens veel te lang door. Tot juni ongeveer. Daarna een mooie maand en daarna niets meer.

Begon nou net een beetje van de koude en de zon te genieten, dacht dat het allemaal wel goed zou komen. Dat ik lekker fris en stabiel de winter in zou gaan, genieten van de mooie kleuren en de fraai gevormde boomtakken, komen ze met SNEEUW aan.

Ik zeg sNEEuw vandaag en start een petitie.
Wie ondertekent?

Onverwachts genoegen

Het was maandagochtend en het regende.

De jongen fietste tegen de heuvel op. Hij droeg een rood windjack. En stoere Doc Martens. Hij moest hard trappen want hij had wind tegen. Met één hand hield hij zijn eigen stuur vast. De andere hand omklemde het stuur van een tweede fiets. Een fiets met een lekke band.
De – vermoedelijke – eigenaresse van de lekke-band-fiets, zat achterop bij de jongen met het rode jack. Een paar blonde haren hadden zich aan haar paardenstaart ontworsteld. Ze plakten tegen haar gezicht. Tegen haar bijzonder aantrékkelijke gezicht. Haar arm had ze stevig om het middel van haar reddende ridder geslagen.

Het was maandagochtend en het regende.

Maar de jongen lachte breed.