Poetsdag

Samen met Annabel ontruim ik de koelkast.

Boter. Kaas. Eieren. Annabel veegt met haar poets condens van de flessen. En dan laat ik de eieren vallen. Fláts, een heleboel snot (met daarin vier gele bolletjes) (ont)siert de keukenvloer. “O, help!” roep ik, terwijl ik naar de lillende massa kijk. Annabel steekt haar poetsdoek in de lucht. “Geeft niets mamma,” roept ze. “Ik kom eraan.”

“Ik kom het wel even opdoeken.”