Eet je mooi


Wij zijn thuis in de ban van “Eet je mooi”.

Dat komt er hierop neer: we eten gezond, letten er vooral op dat we veel verschillende soorten groente en fruit eten en baseren ons hierbij op het onlangs verschenen boek “Eet je mooi in 28 dagen” van Inge de Munnik. Het mooie aan dit boek is dat de nadruk ligt op móói en niet op slank. Mooie nagels, mooie haren, mooie huid. (En stiekem toch een beetje lijnen.)

De kinderen vinden het een leuk project – eten om mooi te worden, dat is pas vet – en vragen bij alles of het ‘onder eet je mooi valt’. De spekkies zijn de deur uit en we hebben bij de biologische winkel honinglolly’s en mueslikoekjes gekocht. Als ware zendelingen dragen de meiden ons nieuwe geloof uit.

“Wortels zijn goed voor je ogen!”
“In deze lolly zitten alleen natuurlijke suikers.”
“Water is beter dan limonade hoor.”

In de buurt worden de dames inmiddels “De Sonja Bakkertjes” genoemd en ik geef toe, misschien nemen ze het iets te serieus. Maar ach, “Eet je mooi” is gewoon een mooie manier om de neuzen weer in dezelfde (gezonde) richting te krijgen. Af en toe is het best nuttig om eens kritisch naar de inhoud van je keukenkastjes te kijken.
De recepten in het boek – dat moet gezegd worden – zijn (bijna) allemaal bijzonder smakelijk . Tenminste, dat vind ik. Paul daarentegen vindt dat er onderhand wel weer eens een lekker schnitzeltje op tafel mag komen. Hij is ook enthousiast hoor, daar niet van. Maar we moeten natuurlijk niet overdrijven.

“Zeg,” begon hij terwijl hij het bord vegetarische minestronesoep dat ik voor hem had neergezet bestudeerde. “Hoelang duurt die macrobiotische bui van jou nog?”
“Dat is niet macrobiotisch,” zei ik beledigd. “We doen “Eet je mooi”, weet je nog?”
“O ja,” zei hij. Met zijn lepel viste hij een paar volkoren elleboogjes uit de soep. “En wanneer gaan we “Eet je lekker” doen?”

Rapunzel

Ik was zesentwintig toen ik (een groot deel van) mijn wilde haren verloor. Letterlijk.

Een periode van samenwonen was voorbij, ik ging mijn huis verbouwen en, nou ja, mijn lange haar afknippen leek me wel passend. Dat stond ook in de tijdschriften. “Je lange haar afknippen is een daad van verzet; je bent niet langer ‘iemands kleine meisje’.” Heerlijk, die Cosmo-wijsheid!

Afijn. Tien jaar lang (inderdaad, ik ben (nog elf dagen) zesendertig) droeg ik mijn haar net boven mijn schouders. Met een uitschieter naar iets langer (na de bevallingen) en flink korter (in de zomer). De kleur varieerde van rossig (geen succes; ‘Hé Es, zijn je luizen ongesteld?’) tot hoogblond. Lekker ordi.

En toen was er het moment waarop ik tegen de kapper zei: “Graag in model knippen maar niet teveel van de lengte af.” Ik had ’s ochtends meer tijd, dus ik kon af en toe wat föhnen. En warempel ik vond dat langere haar eigenlijk best wel leuk! Een tijdje zag niemand iets. Tot een maand of wat geleden. Toen begon het op te vallen.

En nu ben ik aan het ‘sparen’. Voor lange lokken. Net als Lizzy. (Af en toe maken we er een wedstrijdje van. Dan pakken we het meetlint.) En hoe langer het wordt, hoe mooier ik het vind. Maar ik word ook onzeker. Ben ik niet ‘te oud’ voor zo’n barbiekapsel? Staat het me wel? Keer op keer vraag ik de mening van vriendinnen. En natuurlijk van Paul. Die laatste is nou niet bepaald een ‘harenman’. Hij houdt nogal van ‘stoer’ en dat is dit natuurlijk niet.

Vanmorgen vroeg ik het weer. “Schat, wat vind je nou eigenlijk van mijn haar? Is het niet niet te lang?” “Nee hoor,” zei hij, terwijl hij zijn blik strak op de krant gericht hield. “Je kijkt niet eens,” mopperde ik. “En je zegt maar wat.” Voor straf besloot ik geen koffie voor hem te pakken. “Je haar is hartstikke mooi,” grinnikte hij.

“Het enige dat te lang is, zijn je tenen.”

Een gedicht

Al dagenlang wordt hij
Door onzekerheid gekweld
Hij weet, hij heeft niet lang meer
Zijn dagen zijn geteld

Hij ziet het einde nad’ren
En weet dat hij moet gaan
Zijn vlam zal hij nu doven
Het is met hem gedaan

De duisternis zal komen
Het boek december sluit
Hij weet, hij moet vertrekken
Want zijn verhaal is uit

De tijd die hem nog rest
Is op vannacht gericht
Want daar, in ’t diepste donker
Begint het mooiste licht

Dus sluit hij nu zijn ogen
En droomt vast van zijn feest
Hij zal ons laten weten
Dat hij er is geweest

We zeggen hem gedag
Vaarwel 2008
Wees alsjeblieft voorzichtig
In deze Laatste Nacht

En dan om twaalf uur
Op de grens, 2009
Geeft hij zijn einde toe
En ’t nieuwe jaar zijn zegen

(r) door Esther