Kerstkilo’s

Voor het eerst in mijn leven ben ik Kerst slanker uitgekomen dan ik er inging.

Dat zit zo, op Kerstavond gingen we met ons gezinnetje uit eten. Dat was superheerlijk en erg gezellig maar ’s avonds kreeg ik last van mijn maag. ’s Nachts werd ik misselijk en de volgende ochtend was ik gelijk een vaatdoek.

Toch was ik niet vreselijk ziek.
Een beetje moe alleen. En duf. En ik moest écht niet aan eten denken. Het kerstontbijt, de kerstkoffie (met schuimkoekjes), de hapjes en het diner, ik sloeg alles over. Maar gezellig was het wel, zo met z’n allen bij mijn ouders.

Tweede kerstdag had ik nog steeds geen enkele behoefte aan eten. Zonder problemen liep ik voorbij de saucijzenbroodjes, de chocoladetaart en zelfs de kerstkransjes. Het was wederom een gezellige dag en ’s avonds kookte ik een kerstdiner want vriendin M. kwam eten. Dat was leuk en het lukte nog ook. Voorzichtig at ik een paar hapjes en dronk ik een glaasje wijn.

Gisteren ging ik naar de film met vriendin M. en de meiden; Dik Trom (best toepasselijk zo na de kerstdagen). We speelden chocoladescrabble maar nog steeds kon de chocolade kon me niet bekoren. Wat over was van het kersteten gaf ik weg. ‘s Avonds maakte ik een soepje.

En nu ben ik aan ’t werk en ik heb net een boterhammetje gegeten. Dat smaakte prima na al die dagen onthouding. En waar ik me normaal volgepropt voel na de Kerst (ik ben niet zo goed in matigen) voel ik me nu best lekker en heul slank. Oud en nieuw-feest, here I come!

Doe mij dit ‘virus’ nog maar een tijdje.

Net je moeder

Het overvalt je opeens. Voor je het weet zegt of doet je kind iets en reageer jij met precies dezelfde stem van je moeder, met dezelfde intonatie, waar je vroeger zóóóóó’n hekel aan had: En als hij in de sloot springt, doe jij dat dan ook? Of iets dergelijks afgezaagds. Waar kwam dat vandaan?

Ach, je ontkomt er niet aan: Natuurlijk lijk jij op je moeder! Ze is je moeder en ze heeft je opgevoed. Hoe graag je ook je eigen persoon wilt zijn, je moeder zit in je, of je dat nu wilt of niet.

Leer van je moeder!
Maar dat heeft natuurlijk ook absoluut zijn voordelen. Je hebt het voorbeeld van je moeder gehad, hoe zij haar kinderen opvoedde, hoe de relatie tussen haar en je vader was, hoe de taakverdeling tussen haar en je vader was enz. En daar kun jij een hoop van leren!

Ga dus eens na wat jij goed en niet goed vond van je moeder. Had ze altijd volop tijd voor je of juist niet? Hoe deed ze het huishouden? Hoe ging ze om met je vader? Werkte ze buitenshuis of was ze een thuisblijfmoeder? En wat vond jij daar als kind van?

Kortom: Probeer de dingen waar jij niet zo’n goede herinneringen aan hebt met jouw kinderen anders aan te pakken. En de goede herinneringen? Die hou je lekker in ere!

Lezen over dit onderwerp
Ken je het boek Help! Ik ben precies mijn moeder al? Je kunt het boek hier bestellen!

Enig kind

Jacqueline van Swet maakt korte metten met dit soort vooroordelen!

Op dit moment zijn er zo’n 1 miljoen huishoudens met maar één kind en dat worden er steeds meer. De vooroordelen komen je vast bekend voor: deze kinderen zijn zielig, egocentrisch en verwend, omdat ze voortdurend alle aandacht krijgen.

In dit boek vind je talloze ervaringsverhalen van die zielige, egocentrische en verwende kinderen… en het blijkt reuze mee te vallen! Sterker nog, het blijkt dat deze kinderen vaak heel gelukkig zijn, soepel zijn in de omgang met leeftijdsgenoten, goed tegen frustraties kunnen en meer doorzettingsvermogen hebben dan andere kinderen.

Ben je ouder van een enig kind? Heb jij je ook al vaak moeten verdedigen hiervoor? Dan is dit boek echt iets voor jou!

Titel: Enig kind
Auteur: Jacqueline van Swet
Uitgever: Unieboek bv
ISBN: 9026961634

Ochtendritueel

Om kwart over zes.

“Ik wil er nog niet uit.” “Ik wil er wel uit.” “Dan wil ik er ook uit.” “Maar ik wil niet dat zij eruit gaat!” “Stommerd.” – Gesteggel over wie er voorop de trap mag – “Dat wil ik niet voor ontbijt.” “De melk is niet warm genoeg.” “De melk is te warm.” “Mag ik zelf mijn kleren uitzoeken?” “Waarom niet?” “Dat wil ik niet aan.” “Wat voor tienuurtje heb ik mee?” “Ik wil een appel.” “Toch liever banaan.” “Mijn lepel is gevallen.” “Je mág niet op mijn helft komen.” “Ik moet poepen, wil je helpen?” –Als je net wegloopt:- “Je bent vergeten het licht aan te doen.” “Auw, auw, je doet me pijn. Jij doet me altijd pijn als je mijn haar kamt.” “Klaar, billen vegen!” “Deze kleren zitten niet lekker.” “Wil je een verhaaltje voorlezen?” “Mag ik nog wat warme melk?” “Mahaam! Mijn sokken zitten niet goed.” – Gemopper over vijf jaar en zelf je sokken nog niet kunnen aantrekken. “Die sokken zijn stom. Mag ik slippers aan?” “Ik wil op blote voeten.” “Ik heb mijn tanden al gepoetst.” “Hoezo moet ik het zelf doen als jij het daarna nog een keer doet?” “Die schoenen wil ik niet.” “Omdat ze de verkeerde kleur zijn.” – De deur gaat open, we staan op straat – “O mam, mijn tienuurtje.” “Mag ik op je rug?” “Kijk mam, ik kan op het randje lopen.” “Mij er ook optillen!” “Juf vraagt of je speelgoed wil meenemen om schoon te maken.” “Lees je nog een Bobo voor?” “Ik wil ook zitten!” “Nee, je mag me niet aanraken.” “Dag, zwaai je bij het raam?” “Ik wil ook op school blijven, ik wil niet naar huis.” “Op je rug!” “Mag ik thuis limonade?”

Hoe zou het toch komen dat ik, wanneer ik rond half negen op mijn werk kom, altijd het gevoel heb dat ik er al een hele dag heb opzitten?! En dat ik nog maar aan een ding kan denken: Koffie!

Ochtendconsternatie

Kwart over acht.

Annabel sliep nog. Lizzy moest nu écht naar school. Wat zou ik doen, een halfwakkere Annabel meenemen of haar laten liggen. Ik besloot tot het laatste. Ik hoefde maar één straat verder.

Ik was nog niet halverwege toen ik – via de babyfoon – Annabel hoorde. Wakker. “Kom op, doorlopen,” zei ik tegen Lizzy. Ik stak de straat met haar over. “Je mag helemaal alléén naar de klas lopen,” zei ik. Ik wist dat ze dat stoer zou vinden.

Ik wilde me net omdraaien toen ik de vader van Lizzy haar vriendinnetje in het oog kreeg. “Ik heb Lizzy net naar haar klas gestuurd,” zei ik. “Kan jij even checken of ze inmiddels op school is?” De vader stak zijn duim op. Op een holletje rende ik naar huis.

Thuis plofte ik met een in pyjama gehulde Annabel op de bank. Poe, dat hadden we ook weer gehad. Wat een gedoe. Op dat moment werd er op het raam getikt. Het lachende gezicht van Lizzy verscheen. Néé zeg, wat was dit nou weer?!

“Je was mijn tien-uurtje vergeten mam,” legde ze uit. “Dus ik denk, ik kom ‘m even halen.” Ik keek op de klok en vervolgens naar Annabel. Hongerig, humeurig en halfwakker. Op dat moment liep er een moeder van een klasgenootje voorbij. “Mag Liz met jou mee?” riep ik snel.

Ik wilde net de deur weer dichtdoen toen ik iemand hoorde roepen: “Lizzy! Waar zat je nou?” Het was de vader die zou checken of Lizzy in haar klas zat. “Het is goed,” riep ik. “Ze was weer teruggekomen. Ze gaat nu met moeder X mee.”

Terwijl ik de deur sloot ging de telefoon. Mijn moeder. “Wat klink je gejaagd,” zei ze. “Ja,” zei ik. “Lizzy moet naar school. De hele buurt is in paniek.”