Lentekriebels III

Na een periode vol impertinente vragen en confronterende opmerkingen (‘mam, wat is arale seks?) is het nu pay-back time!

Passie- en piemelfeiten

Het boek Het beest in ons van Dagmar van der Neut – ik lees het voor mijn rubriek ‘In bed met een auteur’ – staat boordevol passie- en piemelfeiten. Dus wanneer Annabel vraagt waar mijn boek over gaat, grijp ik mijn kans. “Het gaat over seks”, zeg ik expres hard. “Over hoe dieren het met elkaar doen en over bijzondere piemels. Wist jij dat er piemels zijn die kunnen ruiken?”

Bezorgde tiener

Liz kijkt bezorgd op van het artikel in Meiden. Haar moeder gaat het nu toch niet over seks hebben?!  Oké, ze hebben het allemaal uitgebreid besproken tijdens de lessen lentekriebels (klik voor de blogs I en II) maar dat was met de juf, in de klas. En met vriendinnen. En ja, het was lollig om tijdens het avondeten over porno en piepshow te beginnen, maar dat wil niet zeggen dat mámma er opeens zomaar over moet gaan praten. Gatver!

Ook Annabel lijkt verontrust. “Mag ik een appel?” vraagt ze, duidelijk van plan om direct van onderwerp te veranderen. “Met kaneel?”

Onverstoorbaar

“Weet je”, ga ik onverstoorbaar verder, “het mannetje van de bedwants heeft zo’n scherpe piemel, dat hij zomaar door het vrouwtje kan heen prikken en zijn sperma direct in haar bloedbaan injecteert.”

De meiden kijken nu ronduit ongelukkig. Maar ik ben nog niet klaar met ze. “Seks is heel natuurlijk, want we willen ons voortplanten. Seks was er eerst, liefde kwam later”, ga ik verder. “sommige dieren paren de hele dag door. En weten jullie dat wij mensen qua relaties veel meer op pinguïns lijken dan op apen? Nou, zou je niet zeggen he?”

Overshare

Liz is inmiddels de kamer uitgevlucht. Ze heeft aangekondigd dat ze ‘boven’ loombandjes gaat knopen. Annabel staart een beetje glazig voor zich uit, duidelijk onder de indruk.

Zo. Denk ik tevreden. Dat hebben we ook weer gehad. Met hun lentekriebels. En hun coole gedoe. Dat zal ze leren. Die zullen nu wel drie keer nadenken voordat ze weer over iets a la lentekriebels beginnen. Tevreden ga ik theezetten.

Ehhhhhh?

Als ik weer binnenkomt zit Annabel nog steeds voor zich uit te staren. Op haar voorhoofd tekent zich een denkrimpel af. “Mamma”, zegt ze tenslotte. “Jij zei dat we meer op pinguïns lijken dan op apen, toch?” “Ja….” Zeg ik voorzichtig. “Nou”, zegt Annabel. “dat moet je dan wel even uitleggen. Want ík vind dat jij wel op een aap lijkt. Méér dan op een pinguïn.”

En op www.esthervuijsters.nl is het weer… Pink Saturday! Dit keer met een cadeautje waar niemand op zit te wachten.

Piemels zijn niet van gisteren, maar …

’s Werelds oudste penis zit vast aan een gefossiliseerd mosselkreeftje van 425 miljoen jaar oud. Hij gaat dus al een tijdje mee, onze ‘willy’.

Toch werd de penis pas gemeengoed toen de dieren aan land gingen, zo’n 340 miljoen jaar geleden. ‘Het eitje’ trok zich – door de veranderende omstandigheden – steeds verder in het lichaam van het vrouwtje terug en ja, hoe bereik je als mannetje dan je doel?! Inderdaad, met een piemel!

Niet van gisteren

Piemels zijn dus niet van gisteren, maar ze zijn er ook niet altijd geweest. In het water waren ze niet nodig, behalve bij sommige gepantserde dieren, die elkaar noodgedwongen ‘op afstand’ hielden. Wist je niet hè? En wat je misschien óók niet weet:

Inktvissen hebben geen piemel maar een ‘paringsarm’. (Inktvis *hartje* fistfucking?)

Tuimelaars (ja, die schattige beestjes!) hebben een piemel hebben die kan… ruiken. (En hij ruikt… vis!)

De piemel van de Japanse zwaluwstaartvlinder kan … zien? (Die kant op, díe kant!)

De penis van het vijverdwergduikertje (we vinden hem op de bodem van vijvers, plassen en vennetjes) zíngt om de aandacht te trekken. (“O sole mio!”)

Een krokodillenpiemel ziet er opvallend menselijk uitziet. (Zijn gebit een stuk minder!)

Juffers (soort libellen) hebben een pik als een middeleeuws martelwerktuig: vol weerhaken, scheppen en tangen om het vrouwtje in bedwang te houden en het sperma van een mogelijke voorganger te verwijderen. (SM Juffer?)

De muskuseend heeft een veertig centimeter lange kurkentrekker penis. (Handig. Kan je tijdens de daad een flesje wijn opentrekken!)

Deze schiet met wel 120 km per uur uit zijn cloaca. (Wow!)

De stoere gorilla heeft een penis heeft van slechts drie centimeter. (Dat gebrul is pure onzekerheid.)

De zeepok heeft naar verhouding de langste. 22 centimeter, zijnde dertig keer zijn eigen lichaamslengte! (Zeepok specialist in lange-afstand-relaties?)

De blauwe vinvis heeft de grootste. Zo’n 2,5 meter! (Wil ik niet eens aan dénken!)

Mannelijke fruitvliegjes hebben gif in hun sperma. Dit doodt andermans zaad en maakt de vrouwtjes zo misselijk maakt dat ze geen zin meer hebben in seks met ander mannetjes? (Daar mag de Stichting Huiselijk Geweld ook wel eens op af!)

Veel reptielen zijn uitgerust met een hemnipenis, een gesplitst geslachtsdeel waarvan ze de linker- en rechterhelft afwisselend kunnen gebruiken. (Iene, miene, mutte…)

Een hemnipenis komt een enkele keer ook voor bij mensen (handig als wilt sandwich-en…  althans, denk ik).

Deze en andere leuke wetenswaardigheden op het gebied van paren en alles wat daarbij komt kijken, vind je in het boek “Het Beest in Ons” – liefdeslessen uit het dierenrijk van Dagmar van der Neut.

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl ga ik verder met het testen van de Airfyer!
De foto is van de Japanse zwaluwstaartvlinder en ik vond hem hier.

Bridget and me

Jippie! De ‘nieuwe’ Bridget Jones is on it’s way!

Oké, het rokende rolmodel is inmiddels op leeftijd – en haar man is overleden – maar toch, ik ben blij! Eddie Monsoom, uit de Britste sitcom Absolutely Fabulous, is óók de jongste niet meer en om háár moet ik nog altijd lachen. En dat Mark Darcy dood is, ach, dat overleef ik wel. Ik ben vooral blij dat Bridget er weer is!

My First Diary

Ik herinner me ‘mijn eerste’ Diary nog goed. Mijn relatie was net verbroken en ik logeerde bij vriendin F. in Amsterdam. Ik had over de columns van Helen Fielding gelezen en ik kocht direct het boek bij de Bijenkorf. Die avond zaten F. en ik rokend en wijndrinkend op de bank. Om de beurt lazen we elkaar stukjes uit het boek voor. We draaiden oude jankmuziek en lazen door tot het boek uit was.

Bridgetmanier

Bridget Jones hielp me door een paar moeilijke maanden. Als ik me rot voelde, dan probeerde ik het leven op de ‘Bridgetmanier’ te bekijken. Ik stuurde zelfs mailtjes naar vriendinnen in Bridgetstyle. Ze begonnen steevast met de hoeveel calorieën die ik had genuttigd en de ‘eenheden’ alcohol die ik had gedronken.

Ook het tweede boek van Bridget vond ik smullen, al had ik er minder mee dan het eerste. Ondertussen draaide ik de cd’s met filmmuziek grijs en bekeek ik beide films (die ik minder leuk vond dan de boeken, maar toch). Ik leerde ik Paul kennen en vond ik mezelf terug. De ‘Bridgetmanier’ had ik niet meer nodig, maar ze bleef wel. Als een soort vriendin van vroeger.

Bridget Jones Diarree

And now she’s back! Bridget. En dan kunnen critici op Twitter wel leuk “Bridget Jones Diarree” gaan roepen: ik ontvang mijn vriendin met open armen! Sterker nog, als ik over een paar weken weer een weekendje naar F. ga (die nog immer in 020 woont), weet ík al wat we gaan doen. We zullen het boek kopen bij de Bijenkorf, we gaan zitten op de bank, we drinken wijn (roken kan natuurlijk niet meer) en we lezen Bridget.

O my friend, we’re older, but no wiser. ‘Cause in our harts the dreams ar still the same.

Meer Esther? Lees mee op www.esthervuijsters.nl

Knookje

De kleine klets is ziek.

Echt ziek. Bankhangziek. Vogeltjesziek. Koorts- en slaapziek. Lodderige ogenziek. Kortom, er zit weinig leven in. Zaterdag begon ze met spugen, maandag knapte ze op. Ik dacht dat ze aan de beterende hand was, maar gister stortte ze weer helemaal in.

En vanochtend moest ik haar achterlaten. Op de bank bij oma. Lieve oma, daar niet van. Maar zieke kindjes willen toch ’t liefst de mamma. Een klam handje werd naar me uitgestoken. “Mamma, niet weggaan.” Haar grote blauwe ogen – ze had moeite ze open te houden – vulden zich met tranen. “Blijven.”

Ach, mijn lieve, líeve klets. Wat is ze dan opeens weer klein. Ze drinkt goed maar ondertussen eet ze al vijf dagen (bijna) niet meer. En ’t was al zo’n dunnertje. Knookje noem ik haar nu. Dat vindt ze zelf ook een lief woord. Iedereen moet haar nu Knookje noemen. En ondertussen ligt ze op de bank te slapen.

Arm Knookje. Word maar snel weer beter.

De kerststal

Lizzy en Annabel spelen met de kerststal.

Annabel: “Dit is de os en dit de ezel.”
Lizzy: “Hier staat Maria en hier ligt baby Jezus.”
Annabel: “Ja, en naast Maria staat Jozes.”
Lizzy: “Jozef. Waren er ook zeehondjes in de stal?”
Annabel: “Ach, zet ze er maar gewoon bij.”
Lizzy: “Zo. Dit zijn de drie koningen. Met cadeautjes.”
Annabel: “Wat zit hierin?”
Lizzy: “Schatten. Goud en zo.”
Annabel: “O ja. En wat zit er in deze kist?”
Lizzy: “Pampers. Voor Jezus.”

Spraakverwarring

Vanochtend vroeg.

Lizzy speelt met de playmobil. In haar hand houdt ze het bruidje.
De playmobiltaart en de bruidegom staan al op tafel. “Zo,” zegt ze.
“Even je sluier om, dan kan je trouwen.”

Annabel kijkt bedenkelijk op van haar boterham. Ze kijkt naar Lizzy.
En naar het bruidspaar. “Mamma,” vraagt ze. “Waarom moet je, als je gaat trouwen, eigenlijk een luier om?”

Zwemmen

Maandag is hier altijd een bijzonder drukke dag.

Poetsen, boodschappen doen, heen-en-weer naar school. Op maandag scheppen we orde in de chaos. En na school is het altijd racen naar het zwembad. Eerst voor Lizzy, vervolgens voor mezelf. Want maandag is óók nog eens ‘sportdag’ voor mamma.

Normaal vindt Lizzy zwemles altijd erg leuk. Maar gisteren stond de pet ineens verkeerd. “Ik wil niet zwemmen, zwemmen is stóm.” Op de fiets had ze al gemopperd en onder de douche mopperde ze verder. “Ik ga er niet in,” deelde mevrouw nukkig mede.

Ik keek om me heen. Alle andere kindjes lagen al in het water. De badmeester keek ons vragend aan. “Ik zal je een geheimpje verklappen,” fluisterde ik terwijl ik neerknielde voor mijn stuurs kijkende dochter. “Mámma heeft ’s avonds óók nooit zin om te gaan zwemmen. Maar mamma gaat áltijd.”

Lizzy hield haar hoofd schuin en kneep haar ogen tot spleetjes. Ik zag dat ze mijn bekentenis tot zich door liet dringen. Toen gaf ze me een kus en sprong het water in.

Zonder er verder nog één woord aan vuil te maken.

Zomaar een vrouw

Vandaag liep er een vrouw in de stad.

Ze duwde een buggy met daarin een dreumes. Naast de vrouw liep een peutertje in een stoer spijkerjurkje. Het meisje droeg een gekke maillot en een klein roze tasje. Bij gebrek aan een hand, hield ze de jas van de vrouw stevig vast.

Plots begon het te regenen. De dreumes keek verwonderd, maar hield zich stil. Het peutertje echter, werd boos en de vrouw probeerde haar te lijmen door een parapluutje voor haar te kopen. Een roze parapluutje met gele bloemetjes. Ze kocht er ook meteen een voor zichzelf. Ze had die van haar in de auto laten liggen.

Ze staken net een winderig plein over toen de regen overging in een wolkbreuk. Hagel. Daarbij begon het plotseling hard te waaien. Het peutertje waaide bijna weg. Binnen drie seconden waren de beide paraplu’s stuk gewaaid. Het peutertje schreeuwde omdat haar paraplu kapot was.

‘Rennen,’ riep de vrouw tegen het peutertje. De dreumes begon nu ook te huilen. De vrouw sleepte de kromgebogen paraplu’s zo goed en zo kwaad als het ging met zich mee. Ze werkten haar vlucht tegen en ze zag er belachelijk uit. Waarom deed ze dat? Omdat ze had geleerd dat het niet netjes was om dingen te laten slingeren. En omdat ze dat het peutertje ook wilde leren.

De vrouw en haar inmiddels drijfnatte kinderen snelden het gemeentehuis in. Bij de receptie kondigde ze aan dat ze haar jongste in haar paspoort wilde laten bijschrijven. “Op naar betere oorden,” grapte ze nog tegen het meisje achter de balie. Ze overhandigde haar paspoort en de benodigde foto’s. Ze glimlachte bemoedigend naar haar natte kindertjes.

“Heeft u ook een ondertekende machtiging van uw partner meegenomen?” vroeg de receptioniste.

De lach van de vrouw verdween.

De hel dat zijn de collegae

Als ik héél rustig aan doe, gaat het nét.

In mijn ijver om de avond te plannen, had ik één ding over het hoofd gezien. Moest vandaag natuurlijk wél weer gewoon werken. En dat viel niet mee vanochtend. Wat had ik graag nog even van de gastvrijheid van mijn bed genoten.

Maar nee. ’s Avonds een stoere meid, ’s ochtends een stoere meid. En dus zit ik nu aan een ‘medical café’ (melk en twee aspirientjes) te luisteren naar mijn lollige collegae die elkaar waarschuwen voor ontploffingsgevaar. (“Pas op, wandelende knoflookbom. En: “Zo te zien was het gezellig, zo te ruiken ook.”)

Ik kruip achter mijn computer. Mopper op mezelf dat ik tegenwoordig ook níets meer kan hebben. Een paar wijntjes en ik lig plat. Zíchtbaar plat, want camoufleren met een beetje make-up werkt ook al niet meer. “Ach, je bent ook geen twintig meer,” grapt een – uitgeslapen – collega, “vanaf je dertigste gaat het snel bergafwaarts.”

Ik grom en duik dieper weg achter mijn computer. Lul. Maar die lul heeft natuurlijk wél gelijk.

Ik word oud.

Normen en waarden

Venco afdeling consumentenservice
Postbus 72
4900 AB Oosterhout

Geachte heer/mevrouw,

Onlangs heb ik een schokkende ontdekking gedaan.

In de door u vervaardigde zakjes zwartwitjes blijken de witte snoepjes te overheersen. De verhouding zwart/wit wordt, door de witte meerderheid, dusdanig verstoord dat er mijns inziens gesproken kan worden van een heuse zwarte minderheidsgroepering.

Op deze manier is de inhoud van het zakje geen juiste afspiegeling van onze maatschappij. Door de zwarte snoepjes een lagere status toe te kennen wordt discriminatie in de hand gewerkt. Dropeters zouden kunnen denken dat dit de norm is, en de waarden van gelijkheid hierdoor uit het oog kunnen verliezen.

Daarnaast vind ik de benaming ‘witjes’ in de omschrijving van het snoepgoed bijzonder aanstootgevend. Waarom ‘zwart’ naast het verkleinwoord ‘witjes’? In onze huidige maatschappij is het ‘not done’ om over ‘zwartjes’ te spreken, waarom dan wel over ‘witjes’?

Ik raad u aan het zwart en wit te combineren tot een veilig grijs. En wanneer u dan bijvoorbeeld de ronde opsodemietertjes, naast een grijze tint, een snuitje en een staartje zou geven, en u noemt het zakje ‘grijze muizen’, heeft u een prima alternatief.

Een veilige, claimvermijdende en volgens de grondwet toegestane afspiegeling van onze maatschappij.

Met vriendelijke groet,

Esther Vuysters