Think pink!


Het gaat goed met mijn kijkers. Heel goed zelfs.

“Hoe is het zicht?” vroeg de optometrist vanochtend, terwijl hij wat aan een van zijn psychedelische apparaten prutste.
“Geweldig,” zei ik. “Ik zie zelfs dingen die er niet zijn!”
(De optometrist reageerde niet,waardoor een enorme leuke grap wederom verloren ging.)

Nadat alle metingen gedaan waren constateerde de optometrist dat ik 125% zicht had. Hondervijfentwintig procent! Even vroeg ik me af of dat betekende dat ik écht dingen zag die er niet waren, maar de optometrist legde uit dat 125% zicht ‘slechts’ betekent dat je bovengemiddeld goed ziet. Ik heb dus écht een scherpe blik! Wetenschappelijk getest.

Gelukkig maar, want ik moet scherp blijven. Op mijn werk, thuis met de kindjes en achter de computer. Mijn manuscript is weliswaar af – en het is afgelopen week naar een indrukwekkende lijst uitgevers gestuurd – maar ik werk nog aan het laatste hoofdstuk. Dat zou ik eigenlijk pas schrijven als mijn handtekening onder een contract stond, maar ik ben alvast begonnen met het uitwerken van een aantal flashbacks.

Een van de flashbacks behelst de ‘beursgang’ van mijn boek: het moment dat ik het manuscript op TenPages.com plaatste. Wat lijkt dat alweer lang geleden. Vóór de zomervakantie, ná de laseringreep. Met mijn ogen is het daarna steeds beter gegaan, met de zomer ging het steeds slechter. En iInmiddels zijn de kindjes alweer twee weken naar school. Time flies when you’re having fun!

Zodirect moet ik een nieuwe column schrijven AssurantieMagazine, (er staat er inmiddels weer een online) maar niet voordat ik dit stukje op mijn weblog heb geplaatst. Tussendoor check ik elke vijf minuten mijn mailbox, er zou zomaar bericht kunnen komen van een uitgever. Zoals ik al zei, ik moet scherp blijven. Maar ik doe het graag, ik zit prima in mijn – nog steeds iets te ruime – vel. De koffie is lekker en ‘t is bijna weekend.

Je zou bijna denken dat ze een kleurtje meegelaserd hebben, zo rooskleurig zie ik de toekomst.

Bijna vakantie I

Nog vier dagen.

Onder het motto ‘doe eens wat nuttigs met uw vakantie’ besloot ik de diepvries te ontdooien. Ik zou ervoor zorgen dat hij leeg was, zodat ik hem kon schoonmaken. En zodat hij tijdens de vakantie ‘uit’ kon. Spaarde weer stroom.

Afgelopen zondag had ik diepvriestechnisch al een aardige slag gemaakt; onverwachts kwamen vrienden eten dus een groot deel van de inhoud was inmiddels via de barbecue in onze magen verdwenen. De ingevroren cassave had ik gefrituurd, oude soep weggedaan en de doperwten opgewarmd.

De Kletsen vonden het een mooi werkje; zij moesten zorgen dat voor woensdag alle waterijsjes op waren. En zo kwam het dat ik gisteravond alweer aan de laatste lade toe was. Verstopt onder ettelijke zakjes ijsklontjes vond ik tot mijn grote verbazing (en, eerlijk is eerlijk: vreugde!) een fles Limoncello. “O ja,” zei Paul. “Die heb ik een keer voor jou gekocht.”

En zo kwam het dat ik gisteravond in de tuin zat te genieten van een heerlijk glaasje ijskoude Limoncello. De diepvries is nu bijna leeg. Er liggen alleen nog zes ingevroren pakjes satehstokjes (met saus) en die eten we vanavond op.

En die fles Limoncello? Die komt wel op.
Hihi.