Mimi

Mijn kinderen houden van alles wat kruipt.

Dat hebben ze van hun oma. Ik herinner me een situatie – ik woonde nog thuis – waarin mijn moeder zich had ontfermd over een paar wandelende takken. De beestjes kregen jonkies (een stuk of honderd) en vervolgens slootte de hulp het terrarium om. Nog weken later vonden we door het hele huis – tot in mijn bed aan toe – wandelende babytakjes.
Persoonlijk heb ik het er niet op. Ik mot die kruipers niet. Vieze pissebedden, enge spinnen, rare kriebelbeestjes, ik heb er niets mee. Maar goed, mijn kinderen gaan natuurlijk vóór mijn antipathieën. En ik wil een ontluikend biologietalent zeker niet ontmoedigen. Dus als er weer eens iets in een potje wordt gestopt, vooruit. Dan ga ik akkoord.

Zo hadden we een rups. Die moest en zou een vlinder worden. Het ging een hele tijd goed. Lizzy verzorgde hem uitstekend en hij groeide als kool. Tot hij opeens niet meer bewoog, althans, nauwelijks. Ik vermoedde een naderende dood zei dat het beter was hem in de tuin terug te zetten. Het gesprek verliep moeizaam, maar uiteindelijk kreeg Nooitgenoeg zijn vrijheid terug.

Met Mimi was het anders. Mimi was een schattig lieveheersbeestje. Gevonden op de rozenstruik en mooier dan alle andere lieveheersbeestjes. Mimi zat in een glazen potje met een gaatjesdeksel en een roze strikje erom. Waar Lizzy ging, ging Mimi. Ze sliep zelfs naast Lizzy’s bed en kreeg elke dag een vers blad.

Groot was dan ook het verdriet toen Mimi vandaag opeens was verdwenen. (Blijkbaar had ik een van de gaatjes ietwat te groot gemaakt.) Lizzy huilde tranen met tuiten. “Ze was mijn vriendin,” snikte ze. “Ik hield zoveel van haar.” Wie de scène had aanschouwd zou niet hebben geloofd dat het hier ‘slechts’ om een lieveheersbeestje ging.

Ik nam Lizzy op schoot. Ik troostte haar. Mimi was nu weer bij haar familie, ze had het vast heel fijn gehad bij ons. En als Lizzy goed oplette dan zou ze Mimi vast nog wel eens tegenkomen. Onderweg naar school, of gewoon in de tuin. Lizzy snufte nog wat na. “Zou Mimi me niet vergeten?” vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. “Mimi vergeet jou niet.”

Kinderverdiet. Zes milimeter groot maar enorm van omvang. Misschien kan oma een nieuw kriebelbeestje voor Lizzy zoeken.

Het potje staat al klaar.