Weg met de ontbossing!

Aan de vooravond van een zondags saunabezoek stuur ik er een alarmtweet uit: ik ga naar de sauna en ben totaal niet op de hoogte van de laatste schaamhaartrends. O, ramp!

Lekker kaal

Natuurlijk krijg ik daar reacties op. Grinnikjes, opmerkingen van vriendinnen en bijval van andere saunaliefhebbers. Eén man reageert met ‘lekker kaal is altijd goed’. Die opmerking blijkt, naast obsceen, ook nog eens onjuist. Want lekker kaal is helemaal niet altijd goed. Sterker nog, lekker kaal is lekker uit.

It’s the year of the bush!

Diezelfde zondag nog, lees ik namelijk een online artikel in The Guardian waarin Emer O’Toolethe year of the bush’  voorspelt. De aftrap voor deze nieuwe trend lijkt te zijn gegeven door niemand minder dan actrice Cameron Diaz. La Diaz riep enige tijd geleden al dat haargroei niet voor niets is. En dat afscheren zoiets zou zijn als zeggen dat je je neus niet nodig hebt.

Harig polletje

En er is meer dat erop wijst dat het tij gaat keren. Een recente poll in Amerika laat zien dat 50% van de vrouwen de plantsoenendienst inmiddels níet meer inschakelt. En kledingmerk American Apparel gooide zelfs behaarde etalagepoppen in de strijd! Volgens een woordvoerder is hier bewust voor kozen om de discussie over ‘vrouwelijke eigenschappen, mooi en sexy’ weer te openen.

 “2014 is looking voluminously rosy for those of us who love our lady gardens” (Emer O’Toole).

Het opschuiven van de (schaamhaar)grens

Vóór de eerste wereldoorlog schoor niemand zijn benen. Tegen de tijd dat het 1964 was, deed 98% van de vrouwen onder de 44 het*! Daarna kwamen de oksels, bikinilijn en… de borstkas van de man! De ontharingsindustrie ging steeds verder. Hun missie: ons laten geloven dat beharing vies, onhygiënisch en … lelijk was. Want dan kochten we sneller weer een nieuw scheerapparaatje, zalfje, of setje waxstrips.

Maar vanwaar dan nu deze omslag?

Wat een slecht idee

Volgens O’Toole is het de kale poes geweest die voor een kentering zorgde. Wie wel eens in een waxbar is geweest zal het beamen, schrijf ze. Waxen is enorm pijnlijk om nog maar te zwijgen over de jeuk en uitslag die je krijgt als het haar weer aangroeit. ‘Wat een slecht idee is dit!’ moeten we onbewust (maar massaal) hebben gedacht. (Ik dacht het in elk geval wél, die ene keer dat ik mijn bikinilijn liet harsen!)

Schaamhaar hoort bij vrouwen, stelt O’Toole. Het is vrouwelijk en acceptabel. Net als haar op je benen en onder je armen. En onze dochters hebben er baat bij als wij ze dat laten zien. Zodat ze zich niet direct gaan schamen als straks in de puberteit komen en een spriet onder hun arm ontdekken. En zodat ze zich niet – als ze zestien zijn – verplicht voelen naar een waxbar te gaan. Stop met ontbossen, omarm de begroeiing.

Let’s face it. It’s the year of the bush!

*Amerikaanse cijfers

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl gaat het vandaag over het saunabezoek zélf.
Foto is van http://www.trouwen-bruiloft.nl/

Oor-Bel


Het weekend stond in het teken van de vier V’s: Voetbal, Verjaardag en Vertellen over Vrijdag.

In dat (middelste) kader togen we op zaterdag al naar de juwelier om gaatjes in Bells oren te laten schieten. Cadeautje voor haar zevende verjaardag. Zo gepiept en ze reageerde een stuk relaxter dan haar zus destijds, zelfs toen het schietapparaat bleef hangen en er enorm geprutst moest worden om het achterkantje goed vast te krijgen.

Zondag – op de ‘familie’ verjaardagdag – liep de kleine Klets heel stoer en groot door het huis: compleet hyper op haar nieuwe roze all stars en met échte oorbellen in. Gelukkig was het best mooi weer kon er heerlijk in de tuin gespeeld worden, mét de hoepels en de hangmat. Alleen bleek hangmat niet bepaald (oor)belvriendelijk: binnen vijf minuten was de Klets één knopje kwijt.

Lizzy vond de oorbel terug, maar niet het achterkantje. Naarstig werd er gezocht naar een vervangend achterkantje terwijl we ondertussen probeerden het knopje weer in Annabel haar oor te krijgen (wat nog helemaal niet meeviel, eigenlijk zijn oorlellen helemaal niet zo flexibel!). Uiteindelijk zat alles weer op zijn plek en kon er weer gespeeld worden. “Doe een beetje voorzichtig,” zei ik nog.

Tegen dovemans oren natuurlijk, want we waren nog geen uur verder of de oorbel lag er weer uit. En dit keer kregen we hem er helemaal niet meer in. Het zweet stond inmiddels op mijn voorhoofd en Annabel was in tranen (pijnlijk!) toen de buurvrouw bedacht dat we het knopje er misschien van achteren door moesten steken. Dat lukte, maar toen mocht de bel er van Bel niet meer uit. We knepen het achterkantje met een tangetje stevig dicht en verzekerden de freule dat het heus, nee écht niet, raar was dat ze nu één oorbel achterstevoren in had.

Vannacht om twee uur werd ik wakker van een kleine gil. Annabel zat rechtop in haar bed met een knuffel (eend) aan haar oor. “Ik zit vast!” riep ze boos. “Ik zit vast aan Eend!”
Voorzichtig peuterde ik (slaapdronken en in het donker) Eend van mijn dochters oor. Daarna gooide ik alle knuffels uit bed. Better safe than sorry. Ik sliep die nacht verder niet heel goed, ik droomde over (oor) bellen en alles wat daarmee mis kon gaan.

Had ik nou toch maar gewoon playmobil gegeven…

Marmer IV

Een paar dagen geleden.

Het was half tien ’s avonds toen de drie dametjes (Liz, Bel én het logeetje wier moeder aan het bevallen was) eindelijk sliepen. Voorzichtig liep ik de trap af. De derde tree van boven, die altijd zo kraakte, sloeg ik voor de zekerheid maar over.

Opeens hoorde ik een enorm lawaai. Béng, béng, béng. Nggggggg, nggggg. Nee zeg, schrok ik, welke idioot gaat er nú staan hakken en boren? Het antwoord was simpel. Míjn eigen idioot. Het geluid kwam uit onze kelder.

“Wat ben je in godsnaam aan het doen?” vroeg ik verbijsterd. De hele kelder was één grote stofwolk. Overal lagen brokken steen. Paul keek me glunderend aan. “Goed hè?” zei hij. “Ik denk, ik hak effe dat muurtje weg.” Ik haalde diep adem (dat viel niet mee met al dat gruis) en telde tot tien.

“Lieve Paul,” zei ik rustig. “Boven liggen drie meisjes die nét slapen. Als er één wakker wordt, gaan ze allemaal gillen. Het is half tien ’s avonds. De buren hebben kinderen en twee huizen verderop ligt een vrouw te bevallen. Hou. Er. Mee. Op.”

Eergisteravond.

Ik kwam om half zeven uit mijn werk. Moe, hongerig en ietwat humeurig. Over een half uur zouden M, A. en E. de kleren en sierraden voor de kledingparty afleveren. In de tussentijd moest ik het huis opruimen, kopjes, glazen en chipsbakken klaarzetten en als het meezat zelf iets te eten scoren.

“Ga jij even met de kletsen in bad?” vroeg ik Paul. “Of naar buiten?” Maar dat ging niet want hij ‘moest de CV in de kelder afkoppelen’. En daarvoor moest hij eerst alle verwarmingen ontluchten. “Moet dat nú?” gilde ik, maar daarop kreeg ik geen antwoord. Wel hoorde ik hem halverwege de trap iets roepen dat verdacht veel leek op “ik hoop dat het lukt, anders hebben we vanavond geen verwarming.”

Gisteravond

Om half zeven leverde ik de post af bij het postkantoor. Hé, lekker naar huis. In de auto bedacht ik hoe druk de week eigenlijk was geweest. Cursus, logeertjes, party’s. Een avondje rust hadden we wel verdiend. Kon Paul mooi de kelder in zónder dat ik er last van had. Tijd genoeg, gelegenheid te over.

Ik wilde nét de kinderen in bad toen, toen Paul zijn hoofd om de deur stak. “Is het goed als ik zo wegga? Ik ga met R. een potje poolen.”

Wat denken jullie, zou dit moord rechtvaardigen?