Goedemorgen zeg!


Ik was moe, echt heel moe.

Al een paar dagen eigenlijk. Ik weet niet precies waarvan. Zo zwaar was mijn week niet geweest, op de Efteling na had ik me niet echt druk gemaakt. En de meiden sliepen beter. (Goed zelfs eigenlijk.) Maar ik was kapot. Ik las een spannend boek, tot half twaalf, toen ging het lampje uit.

Paul stond heel vroeg op, samen met Liz. Laatstgenoemde moest hockeyen ergens een eind weg. Ze vertrokken voor dag en dauw. Annabel werd even wakker en kroop bij mij in bed. We snurkten direct weer verder.

We werden uiteindelijk wakker van de brievenbus. Een beetje gedesorieenteerd keek ik om me heen. Annabel lag naast me, Paul was weg.De zon scheen buiten. Wat voor dag was het vandaag? Ik richtte me op en keek op de wekker. Kwart voor elf. Wááát?! Kwart voor fokking élf? Wel alle koningsliederen nog aan toe, zo laat was ik niet meer opgestaan sinds ik een twintiger was!

Ik rekte me uit en douchte lang. Ongelooflijk zeg, wat had ík lekker geslapen. En Annabel had het blijkbaar ook nodig*. Maar hallo, kwárt voor élf!? Ik schaam me er al de hele dag een beetje voor.

Niet verder vertellen he?!

* Toevallig gisteren de uitslagen gekregen, een (iets) te laag ijzergehalte en een parasiet. (Wordt binnenkort behandeld.) Daar zal de moeheid vandaan komen. Van Liz’ arm wordt volgende week een echo gemaakt.