Ben je wel goed bij je smurf II

De kranten smurfen er schande van!

En terecht, want dat de smurfen van de Albert Smurf niet zo smurf zijn, dat had ik al gesmurfd. Zoals ik een paar dagen geleden al smurfde, hadden de kletsen binnen nó time de arm van Gargamel er afgesmurfd. En bij die arm is het niet gebleven.

De smurfstickers bij de kassa versmurfden mij dus niet. “Niet geschikt voor kinderen onder de drie jaar,” stond erop. “Nou,” smurfde ik tegen mijn broer, “dat had ik al gesmurfd. Ik heb onderhand meer kapotte dan héle smurfen.”

De caissière, niemand smurfde haar wat, vond het nodig te reageren. “Ze zijn ook niet bedoeld als speelgoed,” smurfde ze vinnig. “Ze zijn om naar te kijken.” Mijn broer en ik keken elkaar versmurd aan. “Volgens mij zijn ze bedoeld als marketinginstrument,” smurfde ik terug.

We verlieten de Albert Smurf in stilte. “Laat ze er lekker in stikken,” smurfde mijn broer.