Logeren

Annabel was er klaar voor.

Ze had al zo vaak bij haar oma’s gelogeerd. En ze sliep thuis uitstekend (dat is wel eens anders geweest). Bovendien wilde ze al heel lang bij haar vriendinnetje slapen. Vanavond was de ideale avond. Weekend, morgen vrij, ze hadden er zin in.

Met haar rugzak (verkeerd om) op haar rug stuiterde ze het huis uit. “Ik-ga-logeren!” zong ze. Ze gooide haar knuffel in de lucht. Ze had nog amper tijd voor een kus, was met haar hoofd al bij het Grote Avontuur. En daar ging ze. Mijn kleine grote Klets.

Rond negen uur, ik lag net met Lizzy een boekje te lezen, ging de bel. Paul deed open. “Ik-wihihihil-niet,” huilde Annabel. “Ik-wihihihil-bij-jou-slapen” Paul troostte haar (“ach meissie”) en bracht haar snel naar boven. Daar legde hij haar bij mij en Lizzy en in bed.

“Ga maar lekker boekje lezen,” zei Paul. Annabel snufte nog wat na en dook onder mijn arm. “Ik doe het wel als ik vijf ben,” zei ze verongelijkt. Ze kroop dichter tegen me aan. “Of twintig.”