Droom jij soms nog over school?

Ik droom nog best vaak over school.

Dan loop ik door de gangen, opzoek naar het juiste lokaal. Of naar mijn tas.

Vaak ben iets kwijt, ik weet mijn rooster niet meer of ik ben verdwaald. Soms zit ik op de Middelbare, soms op het HBO. In zulke dromen is er altijd sprake van een lichte paniek. Vaak ook omdat ik ben vergeten een proefwerk of tentamen te leren.

Dromen over school

Volgens Liz komt het dromen over school omdat zij volgend jaar naar de Middelbare gaat en we er veel over praten. Met het air van een Alwetende Puber legt ze uit hoe dromen in elkaar zitten. “Je droomt omdat je ergens mee bezig bent.”

Paul zegt dat ik faalangst heb. En dat die is ontstaan op de Middelbare school. “Je bent bang om fouten te maken,” orakelt hij, “maar dat is niet nodig, want iedereen maakt fouten.” Hij laat een wind en daarmee is het verhaal klaar.

Annabel begrijpt het probleem niet. Aan haar gezicht is af te lezen dat ze twijfelt of mammasaurus überhaupt ooit wel op school heeft gezeten.

Vrijdagavond, versieravond

Vrijdagavond – inderdaad, op school – bespreek ik de dromen met een vriendin. “Heb jij dat ook? Dat dromen over school?” vraag ik, terwijl we bezig zijn met het ophangen van de sinterklaasversiering. Honderden nepcadeautjes hebben we van zolder gehaald. In de hal maken we een tafereel met een open haard. Wat een werk!

Verrek!

Halverwege het droomgesprek valt mijn oog op de kapstok. Verrek zeg! Daar hangt mijn jas! Mijn doordraagjas, die ik al weken kwijt ben. Die moet ik hier tijdens de herfstversiering hebben laten hangen.

“Ik dacht dat de tijd dat ik mijn jas op school liet hangen nu wel voorbij was!” roep ik verbaasd.
“Je wordt oud,” zegt vriendin I. “Oud en vergeetachtig. Daarom droom je over school. Dat doen oude mensen, die gaan altijd terug naar vroeger.”

Stoffige zolder

Snel gooi ik een pietenpruik naar haar hoofd. “Of”, grinnikt ze. “Je zit gewoon te vaak op die stoffige zolder hier. Net als ik. Want ik droom ook nog wel eens over school.”

Als we weggaan check ik goed of ik alles heb. Jas(sen), tas, sleutels. Die nacht droom ik niet over school. Maar over Sinterklaascadeautjes.

Meer van mij? Lees mee op www.esthervuijsters.nl

De absuriteit van alledag

In de ochtendkrant

Henk van D. is doodsbang achter de tralies.

“De moordenaar en verkrachter van de twaalfjarige Suzanne heeft het zwaar in de bajes. Zó zwaar dat men overweegt hem over te plaatsen. Henk van D. zou suïcidaal zijn.”

De advocaat van Henk van D. vindt het een signaal. “Ik vind dat justitie hiermee aangeeft dat ze huizen van bewaring kennelijk niet goed zijn ingericht om deze groep mensen te huisvesten.”

Huisvesten? Niet goed zijn íngericht?! Lees ik dit nou goed? Het gaat hier verdomme niet over een hotel! Die vent is een kindermoordenaar! En een verkrachter! Het is niet zo dat hij een póstzegel of zo heeft gestolen!
En begrijp ik dat nou goed? Is onze Henk suïcidaal? Gut. Het is ook allemaal wat hè? Een moord plegen is tot daar aan toe. Verkrachten, oké. Maar als de homeys in de cel onaardig doen, dan worden we verdrietig. “Dan hoeft het van ons allemaal niet meer.” Ga toch weg, amoebe!

Ik zou zeggen, lekker laten zitten. Prima straf zo. En die suïcidale gedachten; flink stimuleren! Eventueel hulpmiddelen aanreiken. Bij voorkeur van het soort dat niet al te snel werkt. Zodat hij nog even de tijd heeft om zijn zonden te overdenken. Two eyes for one, in zo’n geval.

Ik kan hier zó giftig van worden!