De wedstrijd!


Tja…

Ik had eigenlijk verwacht dat mijn mailbox na de vakantie VOL zou zitten met ‘Je kan er maar beter om lachen’-verhalen en/of foto’s (zie hier voor de wedstrijdoproep), maar niets is minder waar.

Het is digitaal doodstil, om het zo maar te zeggen.

Ik heb wel wat inzendingen gehad, vóór mijn vakantie, een grappig verhaal, een foto van mijn boek op een bijzonder plek, een auto met panne, maar het is nauwelijks genoeg voor een wedstrijd met één categorie, laat staan voor drie categorieën.

Daarom heb ik besloten dat ik de drie categorieën samenvoeg. Er zit weinig anders op. Wat er niet is kan je ook niet verdelen. Vanaf nu is er nog maar één ’Je kan er maar beter om lachen’-wedstrijd en daarbinnen zijn twee prijzen te verdienen, een eerste en een tweede. De inzenddatum is ongewijzigd, 30 augustus, zodat ik op mijn verjaardag, 31 augustus, de winnaars bekend kan maken.

Dus grijp je kans nu het nog kan, wees creatief, graaf in je geheugen. Maak een leuke foto’, een leuk verhaal, stuur een vakantiefoto in, iets van vroeger, in woord, in beeld, het maakt niet uit, als je er maar “Je kan er maar beter om lachen” boven kan zetten.

Inzendingen naar leap@ziggo.nl ovv je naam. Ik ben benieuwd!

‘Je kan er maar beter om lachen’ op vakantie.
“De lekke boot”

Niet lullen maar poetsen

Gisteren trakteerde Lizzy.

Terwijl zij met haar vriendinnetjes de klassen rondging, stond ik te wachten op de gang. Naast de lerarenkamer. Er klonk klassieke muziek. Daar staat ‘onze’ school om bekend. Dat je er altijd klassieke muziek (op de gang) hoort. Ik vind dat wel rustgevend.

Boven de deur van de lerarenkamer hing een bordje. “Non blaterare sed polire.” Niet lullen maar poetsen. Polire (polijsten) was natuurlijk het poetsen. Blaterare moest dan wel het lullen zijn. Ik moest aan schapen denken. En ineens zag ik het. De eerste drie letters van het woord. Bla.

Ik zocht op Google. Letterlijk betekent ‘blaterare’ zwetsen of wauwelen. Een boel ‘bla bla’ dus. Laat ik me nou altijd al afgevraagd hebben waar dat ge-blablabla toch vandaan kwam! Dacht eigenlijk dat het een soort Koeterwaals was. Niet dus. Hartstikke Latijn, dat gewauwel.

Kijk. Van dat soort dingen kan ik nou blij worden. Net als toen ik ontdekte dat horeca gewoon een afkorting van Hotel Restaurant en café is. Of dat ‘paniek’ van ‘Pan niké’ (de overwinning van Pan, een bosgodje dat graag mensen liet schrikken) komt. Ik denk, ik laat jullie even meegenieten.

Iemand hier nog een leuke Aha-Erlebnis te delen?

Gaat U zitten!

Het was al niet veel soeps.

Maar toen Paul eergisteravond door onze één na laatste tuinstoel was gezakt was de maat vol. Tijd voor een nieuwe tuinset. Een fatsoenlijke tafel (kon dat mintgroene klaptafeltje eindelijk weg) en een paar degelijke stoelen.

Aangezien we geen zin hadden om de hoofdprijs te betalen zochten we op marktplaats. Al snel had Paul een deal gesloten. Een stevige houten tuinset, te koop hier vlak in de buurt. Mooi prijsje, direct af te halen. Aldus toog hij gisteravond samen met vriend A. naar Vlakbij.

“Mooi spul man,” zei hij enthousiast toen hij de boel stond uit te laden. Hij klopte op het een stoelpoot. Vriend A. knikte instemmend. “Zeker voor die prijs.” Snel zetten de Heren Klussenier de tafel in elkaar en schoven de stoelen aan.

“Goed hè,” zei Paul terwijl hij twee biertjes openmaakte. “Teakhout, dat gaat wel honderd jaar mee.” Vriend A. stak een sigaret op. “Zeker,” zei hij. “Dat is oerdegelijk.” Hij pakte zijn biertje en ging zitten.

En zakte prompt door de stoel heen.

Annabel en Paul

Het valt iedereen op.

Waar Lizzy steeds meer op mij gaat lijken, trekt Annabel duidelijk naar haar vader. Niet alleen qua uiterlijk (wat een heerlijke blauwe ogen hebben die twee toch) ook qua gedrag is ze zijn gelijke.

Onverschrokken zijn ze. Dapper. Dol op wilde spelletjes en spannende boeken. Het liefst met rare teksten. Zo werd ik gister tijdens het eten door Annabel ‘uitgescholden’ voor kale nietsnut, een brutale benaming uit het boek ‘De drie kleine piraatjes’. Afijn, soms moet je éven ingrijpen.

Waar Lizzy rustig knutselt en uren kan tutten, speelt Annabel bij voorkeur met blokken, raceauto’s en dino’s. Ze bouwt garages en laat de tyrannosaurus rondrijden in de vrachtauto. Meestal vóórdat hij de andere reptielen opeet.

En net als de tyrannosaurus is ze een vleeseter. Ook dát heeft ze van haar vader. Vlees in plaats van aardappels, worst op brood maar dan zonder brood. Ze is geen grote eter. Ze eet liever váák dan veel.

Als ze de kans krijgt, eet ze alles door elkaar. Ik merk het op feestjes, als de controle wat minder is. Met de helft van de dropveter nog uit haar mond begint ze aan de nootjes. Neemt een slok chocomel om de boel weg te spoelen. Misselijk worden kent ze niet.

En als de controle er wel is, moet je slim zijn. Zo staat Paul regelmatig te snoepen in de keuken opdat de kinderen (of ik?) het niet zien. Neem nou zaterdag; ik had een grote reep milkachocolade gekocht. Wil ik er een stukje van nemen, stoot ik mijn neus. Weg reep.

En die gewiekstheid zie ik ook bij háár. Terwijl ik kopjes warme chocomel uitdeel is het verdacht stil in de keuken. Ik tref Annabel aan op het aanrecht. Haar hand in het nesquickpak. Bruine vegen om haar mond.

“Zeg, haal jij je pikvingertjes eens snél uit dat pak!” roep ik boos. Haar grote blauwe ogen kijken verbaasd. “Maar mamma,” zegt ze. “Víngers deden het! Vingers vinden het zo lékker!” Ja, mij aan het lachen maken, zodat ik niet kwaad word. Dát kan ze als de beste.

Zoals ik al zei, ’t is net haar vader.