En, hoeveel ben jij aangekomen?

Oké. Ik weet niet hoe het met jullie is, maar mijn rokjes zitten wel weer een béétje straks, na twee weken Kroatische wijn.

Die Holländer

kro42En was het nou alleen maar die wijn, dan was het misschien nog wel bij één of twee pondjes gebleven. Maar nee, op de terugweg gingen we nog éven langs familie in Oostenrijk.

Oom Hans, of ‘der Hanzel’ zoals hij in Gerlos wordt genoemd, is kok en besloot ons Holländer wel eens even te laten zien hóe je nou eigenlijk een propere maaltijd bereidt. (Die Holländer kunnen namelijk niet koken, zoals Hanzel ons bij elk bezoek opnieuw laat weten.) Bospaddenstoelenragout, home made schnitzel, bosbessenpannenkoekjes (paarse tongen!), pruimentaart, ja, die Oostenrijkers weten wel hoe ze je moeten verwennen.

 

Gemiddeld twee kilo!

kro53Nederlanders komen gemiddeld twee kilo aan op vakantie, lees ik op internet. Gemiddeld, want de gewichtstoename kan oplopen tot wel zes kilo per week! En aangezien we er minimaal een maand over doen het overtollige gewicht weer kwijt te raken, ligt het gevaar van jojo-en op de loer. Want tegen die tijd wordt de volgende vakantie alweer gepland.

 

Meisje & haar ijsje

Ikzelf heb inmiddels wel wat trucjes ontwikkeld om niet dicht te groeien tijdens de vakantie. Om te beginnen ontbijt ik niet met wittebrood & zoetigheid, maar gewoon met yoghurt, muesli en lokale honing of jam. Ik neem alleen ijs als er mentha-chocolate in de bakken van de Italiaan zit (want dat kan ik echt niet weerstaan!), ik probeer elke dag te zwemmen of te wandelen en ik sla de chips rond vier uur standaard over.

Maar ja

Maar ja. Dan nog blijven er genoeg verlokkingen over. IJskoffie met room, pizze als lunch, gefrituurde calemari… om nog maar te zwijgen over de lekkere lokale drankjes. Bovendien moet je na twee weken relatief  ‘netjes’ dus niet nog even een paar dagen bij een chef-kok in Oostenrijk gaan zitten.

kro27Weg ermee

Hoeveel ik ben aangekomen? Ik heb geen idee. Ik heb (voor het eerst dit jaar) de weegschaal maar gewoon in de kast gegooid. Tegen de tijd dat mijn rokjes niet meer zo strak zitten mag hij er weer uit.

Kom jij ook altijd aan op vakantie? Je kunt ook kiezen voor een actieve vakantie! Daarbij beweeg je zoveel dat je er slanker van zult terugkomen. (Althans, volgens dit artikel in theorie.)

En dan nu. Naar de sportschool.

Meer lezen? Op http://www.esthervuijsters.nl ben ik ook weer begonnen. Daar lees je de vandaag het eerste deel van mijn vakantieverslag!

 

Doet u mij nog maar zo’n lekkere piemel!

Piemels. Ik schreef er al eens eerder over (klik). Over geslachtsorganen die kunnen zien, ruiken en zelfs … zingen!

Versieren & achterna lopen

Maar je kunt natuurlijk meer met een penis. Zo kun je hem recyclen (sommige stammen schrijven er een geneeskrachtige werking aan toe), versieren (pajazzling noemen we dat) en (gebeurt nogal vaak) achterna lopen. Maar je kunt hem natuurlijk ook.. opeten!

Daar kunnen we wat mee!

“Daar kunnen we wat mee,” moeten ze gedacht hebben bij restaurant Guolizhuang in China. Het chique restaurant in Peking  claimt het  enige gespecialiseerde penisrestaurant van China te zijn. Ze serveren er overigens niet alleen pielemuizen hoor. Ook testikels en perineum staan op het menu. Van de ezel, os, Canadese zeehond en hond. En natuurlijk van de slang, die als bijzonder potent wordt beschouwd omdat hij 2 penissen heeft. Verder is het mogelijk om geaborteerde rendierfoetus te eten, begeleid met een cocktail van rendierbloed. Jammie!

De ballen? In China kan je ze eten!

Lullig gerechtje

Een speciaal en kostbaar gerecht dat maanden tevoren besteld moet worden is de penis van een bedreigde tijger, tegen een prijs van duizenden dollars. En hoewel het restaurant zich ook richt op vrouwen, wordt voornamelijk bezocht door (zaken)mannen en bureaucraten, mede vanwege de discretie: elke tafel staat in een afgescheiden ruimte.

Het bestellen van dure varianten is soms vooral een kwestie van status, maar aan mannelijke geslachtsdelen worden traditioneel geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven, ook voor vrouwen. En wat te denken van het slangenpiemelafrodicium?

Steek maar in je …

Dus kan je seksleven een oppepper gebruiken? Ga dan eens naar restaurant Guonlizhuang. Boek zo’n discreet tafeltje en voer elkaar romantisch hapjes. “Jij nog een stukje ezelsperineum, lieverd?”

Foto komt van hier en wil je onze TV uitzending dagje Hellendoorn SBS6 bekijken, klik dan hier!

De officiële zakjesupdate II


De eerste officiële zakjesupdate is alweer een maand geleden. Tijd voor een tweede: waar sta ik nu, lijntechnisch gezien? Balanceer ik nog op het koord, heb ik de overkant bereikt of ben ik gevallen?

Nou, ik balanceer nog. Met steeds minder gewicht. Inmiddels ben ik bijna zeven weken bezig en staat de teller op min negen. Een mooi gemiddelde van ruim één kilo per week. Heel netjes, al zeg ik het zelf.

Is het makkelijk? Ja en nee. Ja, want het is duidelijk en goed vol te houden. Nee, want het blijft lijnen en ik hou niet van lijnen. Vooral niet met Pasen, Koninginnedag of op elk andere moment wanneer de rest aan tafel gaat. Ik vind het niet leuk als iedereen wat lekkers heeft en ik zit weer op zo’n taaie pannenkoek te kauwen. (En ja, dat is soms aan me te merken.)

Maar: er gloort licht aan de horizon! Want inmiddels ben ik ‘over’ naar fase II. Dit betekent dat ik ’s avonds gewoon weer vlees en vis eet. Lekker roergebakken, met verse groente en/of soep. Gisteren nog: rosbief met champignons, peultjes en broccoli. Beetje kruiden, super. En handig ook want ik eet ’s avonds weer gewoon met de rest mee. (Alleen neem ik dan geen rijst of aardappelen.)

Als ik twee kilo van mijn streefgewicht af ben, dan ga ik naar fase drie. Dan eet ik weer een normale boterham en fruit ‘s ochtends. Ik verwacht dat het nog twee weken duurt voordat ik die fase bereik want ik lig precies op schema. Zoals altijd, zou ik bijna zeggen want ‘schema’ is my middle name.

Het is inmiddels goed te zien. Ook de Kletsen valt het op. Dit weekend liep ik in mijn onderbroek en bh de badkamer uit, precies toen Annabel naar de wc. ging. Ze bekeek me van top tot teen, fronste en zei toen: “Mamma! Wat ben je anders! Je bent helemaal… slank!”

Evengoed, slank of niet, overmorgen begint hier in 033 mijn favoriete evenement: Proef Amersfoort. En daar serveren ze géén zakjes. Toch heb ik mezelf ingeroosterd: komende vrijdag ga ik. Traditiegetrouw gaan Paul en ik op Proef voor de oesters met champagne. Nou passen die oesters passen prima binnen een proteïnedieet maar de champagne natuurlijk niet.

Toch weet ik nu al dat ik aanstaande vrijdag gewoon een lekker een glaasje champagne neem. Vanwege de traditie. En natuurlijk gewoon omdat ik het heel erg verdiend heb!

Proost!

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over brillen, kranten en kinderogen dit keer.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Moppermodus


Gisteren was het echt een stomme dag. In elk opzicht.

’s Avonds praat ik erover met vriendin B.
Tijdens het wandelen vertel ik haar wat er allemaal misging. Een afspraak die op het laatste moment werd afgezegd, een e-mail waarvan de honden geen brood lusten, een beker melk die door mijn tas heen lekte (hoe lagere school is dat?!). En ik wéét dat het allemaal niet dramatisch is, maar soms vóelt het wel zo. Alsof mijn leven één grote wereldramp is.

Vriendin B. probeert me op te vrolijken.
“Alles is ergens goed voor,” zegt ze.
Ik zeg dat ik dat onzin vind. Kanker is nergens goed voor. Oorlog is nergens goed voor. Je kleine teentje stoten en tot op het bot ontvellen is ook nergens goed voor. Maar B. geeft niet op.
“Denk aan iets wat wél goed ging vandaag.”
“Mopperen gaat wel goed.”
“Es….”
“Oké, oké. We hebben de mini’s compleet.”

We wandelen een tijdje zwijgend verder. Vriendin B. heeft natuurlijk gelijk. Ik moet positief denken. Het feit dat ik vandaag een paar tegenslagen had op het gebied van mijn zelfstandig ondernemerschap wil natuurlijk niet zeggen dat ik een complete mislukking ben. Paul zei ook al zoiets, dat ik niet zo negatief moet denken. Maar het is ook soms allemaal ook vervélend.

“En toen pakte ik een pak rol vuilniszakken uit de kelderkast, daardoor viel er een thermosfles en die viel bovenop mijn lievelingsvaas. Kapot natuurlijk. Die vaas.”
“En díe scherven,” roept B. triomfantelijk, “die gaan jou natuurlijk geluk brengen! Zie je wel, alles is ergens goed voor.”

Ik zucht diep en kijk B. aan. Ze is een lieverd, echt, maar aan mij valt vandaag geen eer te behalen. Ik probeer echt te denken in termen als ‘scherven brengen geluk’ en ‘morgen schijnt de zon weer’, maar ik zit nogal vast in de moppermodus. Ik doe mijn mond open om iets leuks te zeggen, haar te bedanken voor haar wijze woorden, ik doe mijn best, maar in plaats van ‘je hebt helemaal gelijk, kom we gaan een borrel drinken’, zeg ik:

“En ernáást stond een hele stómme, lelijke vaas. Waarom viel die thermoskan dáár niet op?”

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig!


Oké, ik ben nu officieel geïrriteerd.

Nadat ik woensdag een kattenspeeltuin in plaats van de bestelde vogelkooi ontving, belde ik direct met de klantenservice. Een aardige mevrouw erkende de fout en ze zou direct een nieuwe bestelling plaatsen. Voorts maakten we een afspraak voor het ophalen van de kattenmeuk.

Afgelopen vrijdag zouden ze komen. Ik had met de mevrouw van de klantenservice (of was het nou kattenservice?) afgesproken dat ik het pakket buiten zou zetten wanneer ik van huis ging. De firma had me zelfs een ‘collection confirmation’ per mail gestuurd, ik had kopieen van hun mail in de doos gedaan en het nieuwe adres – conform instuctie – op de doos geschreven. Prima geregeld.

De hele dag hield ik de straat in de gaten. Kwam er al iemand aan? Het pakket sleepte ik van buiten naar binnen want het regende steeds. Gelukkig bracht ik het grootste deel van de dag thuis door, achter de computer. Wanneer het pakket buiten stond dekte ik het af met een vuilniszak. Zag ik daar nou iemand van de pakketdienst aankomen? Wat onhandig dat ze nog niet geweest waren, nu moest ik die zooi wéér buiten zetten.

Om half vier ging ik van huis voor de diverse sportrainingen en uiteindelijk was ik pas weer om half acht weer thuis (inderdaad, op vrijdagmiddag hebben wij een druk programma!). Tot mijn grote ergernis stond het pakket nog steeds voor de deur. Aardig nat inmiddels, ondanks mijn voorzorgsmaatregelen.

Ik zette de lekkende troep weer in de gang en belde wederom de klantenservice. Daar kreeg ik een bandje. “Wij zijn uitsluitend bereikbaar op maandag tot en met vrijdag, tot zes uur.” Boe. Stelletje ambtenaren. (O nee, die gaan om vijf uur naar huis!) Ik stuurde een boze mail en vroeg de kattenservice om zo snel mogelijk contact met me op te nemen. “Heb ik weer, ‘catgate’!” zei ik tegen Paul.

Vanochtend ontving ik een mail van het bedrijf. Helaas was het geen reactie op mijn bericht, maar een nieuwsbrief. Ik was gepromoveerd tot ‘vriend’ van het bedrijf, een titel die was voorbehouden uitsluitend aan trouwe klanten.

Vriend! Natuurlijk! Met een druipende kattenspeeltuin in de gang en zonder vogelkooi. Nog even zo doorgaan. Dan zou ik binnenkort écht vrienden met ze worden. Ging ik gezellig bij ze langs. En als blijk van mijn vriendschap zou ik dan wel even om hun oren komen slaan met één van hun eigen krabpalen.

Mijn ‘vrienden’.

Zomaar een vraag


Annabel en haar nieuwe vriendinnetje spelen samen met de playmobil.

Het is voor het eerst dat het meisje hier is komen spelen en ze hebben – op de grond, onder de kerstboom – een kerststal gemaakt. Daarnaast wordt gewerkt aan een dierentuin en een speelpark. De meisjes gaan helemaal op in hun spel en over alles wordt vergaderd.

“Hier komt de zweefmolen, de baby’s mogen er niet in.”
“Nee, die kunnen in het zwembad.”
“Is dat niet te koud nu?”
“Nee, hier is het zomer.”

Soms praat er ook een poppetje. Dan zegt één van de figuurtjes opeens dat hij wil slapen en dan wordt hij subiet door een van de twee meisjes in bed gestopt. Er is ook een poppetje dat straf heeft, die staat in de hoek.

Tuffy vindt het, net als ik, reuze gezellig in de woonkamer. Op geheel eigen wijze draagt hij bij aan de kerstsfeer door enthousiast Jingle Bells te fluiten. Hoe harder de meisjes gaan praten, hoe luidruchtiger de parkiet wordt. Uiteindelijk fluit hij aan één stuk door terwijl hij ondertussen wild rondfladdert.

Ik zie het vriendinnetje een beetje onrustig worden en ineens – Tuffy heeft net een flink schelle sonate gefloten – kijkt het meisje geïrriteerd op van haar spel. Ze was halverwege een zin en blijkbaar is ze ergens de draad kwijt geraakt. Eerst kijkt ze naar Tuffy en dan naar Annabel. En dan weer naar Tuffy.
“Annabel,” zegt ze streng. “Kan die vogel ook úit?!”

Trap op trap af

“Je doet het super.”

Ik trek het laken op tot haar kin en geef haar een zoen op het puntje van haar neus. “Welterusten.” Een paar warrige krullen piepen onder het laken uit. Sinds Lizzy oorbellen heeft, slaapt ze keurig in haar eigen bed. De lichten zijn ’s nachts uit, ik hoor haar niet meer.

Het enige ‘project’ is nog: zelf inslapen. Tot nu toe bleef een van ons boven tot ze was ‘ vertrokken’. Dat was niet altijd even praktisch, zeker niet als ze, zoals nu, later naar bed gaat. Laten we eerlijk zijn; op dagen als deze wil je zelf ook wel even lekker in de tuin zitten.

En dus zijn we eergisteren begonnen met de tien minuten-methode. Elke tien minuten lopen we naar boven, laten ons neus zien, en gaan weer naar beneden. Ze ligt er nog een beetje angstig bij maar ze is wel stil. De bedoeling is dat dit zoveel vertrouwen geeft dat ze uiteindelijk vanzelf in slaap valt.

En zo zat ik gisteravond voor de tweede avond op rij met een vriendin in de tuin. Op tafel: twee glazen, een fles wijn en een eierwekker. Net als een dag eerder ging ik om tien voor half tien voor de eerste keer kijken. En net als een dag eerder keek ik voor het laatst om twaalf uur (net voor ik mijn eigen bed instapte). Lizzy was nog wakker.

Ik heb het uitgerekend. De afgelopen twee avonden rende ik achtendertig keer de trap op. En af. Vierendertig keer voor Lizzy, drie keer omdat Annabel tussendoor wakker werd en één keer omdat ik mijn mobiel boven had laten liggen. Goed voor mijn figuur. Minder voor mijn humeur. Zowel voor Liz als voor ons hoop ik dat ze het snel zelf kan. En dat ze wat eerder in slaap valt.

Duimen jullie voor ons?

Blues

Ik heb er niet zo’ n zin in.

Vóór de vakantie zat ik in een soort flow. Ik kon de wereld aan. Ik deed alles tegelijk en had toch zeeën van tijd. Ik liep op wolkjes, lachte veel, en alles ging vanzelf.

Dat gevoel is nu totaal verdwenen. Van flow naar blues lijkt het wel. En opeens lijkt alles te stagneren. Lijnen lukt niet meer (zelfs die anderhalve kilo van de vakantie krijg ik er niet meer af), mijn boek gaat me niet snel genoeg en ik heb totaal geen webloginspiratie.

Kortom, het is herfst in mijn hoofd. En ik ga me de komende tijd maar eens lekker verstoppen achter de dichte gordijnen. Met een potje thee en mijn man binnen handbereik. En als ik hier eens een dagje ‘oversla’, nou, dan weten jullie waar het van komt.

Dan zwelg ik.

Wetenschapsquiz

“En wat was nou uiteindelijk het antwoord?”

In de kleedkamer van het zwembad bespreken we de wetenschapsquiz. “Strijken,” zegt C., terwijl ze een handdoek om haar hoofd knoopt. “Stríjken blijkt de meeste inspanning te vergen.”

“Goh,” merkt S. op. “Ik zou denken dat séx vermoeiender is dan strijken. Of anders ramenlappen.” C. schudt haar hoofd. “Die stonden er niet bij. Het ging tussen strijken, autorijden en rustig wandelen.”

“Maar los van de wetenschapsquiz,” zegt S. peinzend. “Wat vergt meer inspanning: ramenlappen of sex?” “Dat hangt er vanaf,” zegt C. terwijl ze haar onderbroek aantrekt. S. werpt een vragende blik op haar buurvrouw. “Waarvan dan?” C. – inmiddels bezig met haar sokken – kijkt ietwat verward op. “Van hoe groot de rámen zijn natuurlijk!”

Een daad van verzet

Was gisteravond pas tegen elf uur thuis.

En vervolgens kon ik niet slapen. Ik dacht aan mijn werk. Best leuk, mijn werk. Maar niet op dat moment. “Ga weg werk!” zei ik. Maar werk ging niet weg. Ik zuchtte. Draaide en draaide. Soms ben je gewoon te druk in je hoofd. Soms is het kussen te zacht en het matras te hard. Soms was nu.

Desalniettemin stond ik vanochtend vrolijk op. Een beetje moe, maar verder uitermate gelukkig. Zonnetje, blauwe lucht, ijskristallen! Zelfs de verkeersellende rond het centrum bracht me niet uit mijn humeur. Wel stoorde ik me aan het ge-eikel van mijn collega-chauffeurs. Rechts heeft vóórrang, sukkel!

Tegen de tijd dat ik de parkeerplaats opreed, was ik een beetje dwarsig. De vermoeidheid begon zich te vermengen met de latent aanwezige irritaties. Samen met mijn opgewekte gemoed leidde dit tot een vreemd gevoel van algehele opstandigheid. Ik had ineens enorm de behoefte om afwijkend gedrag te vertonen.

Op de gang kwam ik een paar Pakken tegen. “Hallo,” zeiden de pakken. “Hallo,” zei ik terug. “Krijg de schijt,” dacht ik. De recalcitrante gedachten volgende elkaar nu in snel tempo op. Weg Met de Pakken. Poep aan de Auto’s. Dood aan de Prikklok. Er móest iets gebeuren. Het borrelde en bruiste in mij. Het moest eruit.

Ik stond op de gang en keek om me heen. Wat? Wat moest ik doen? Waar zou ik vandaag – geheel tegen mijn principes – de dag mee beginnen. En plotseling wist ik het.

Ik nam de lift.