Een lekker tussendoortje + Win een tienerfiets

Om drie uur precies zit ik klaar in aan de grote tafel.

Sultana3Een schaal Sultana’s, drie theekopjes en een fotoboek in de aanslag. Mijn eigen gezicht zie ik weerspiegeld in de theepot. Buiten klinken stemmen en de poort de gaat open. De meiden komen thuis.

Yo!

“Yummie!” Roept Liz (11) “Sultana YoFruit! Mag ik yoghurt-aardbei?” Annabel (9) wil framboos. Pas als ze rustig zitten en lekker knabbelen op hun koekjes, zien ze het grote boek dat voor me ligt.

“Wat heb je daar?!”

“Een fotoboek.”

“Zo’n echte? Van vroeger zeg maar? Met íngeplakte foto’s?”

“Ja. Van toen mama op de middelbare school zat.”

“De middelbare? Jij?!” Annabel kijkt alsof ik zojuist heb aangekondigd dat we een dinosaurus als huisdier krijgen.

Sultana8De middelbare

De meiden zijn een en al oor. Mamma op de middelbare? Dat is vast lachen. Ik sla het boek open en de meiden… gieren het uit. Het is duidelijk, mijn vijftienjarige ik komt NIET door de ballotage.

“Jezus mam, wat een foto! Je ziet er nu echt beter uit hoor!”

Sultana YoFruit

Zelf heb ik ondertussen ook een Sultana te pakken. Brings back memories! Ik at (en eet) ze ook vaak. Die met rozijnen, altijd met rozijnen. Die met dat yoghurtlaagje in verschillende fruitsmaken, die had je vroeger nog niet. Ik nam ze overal mee naar toe. Naar school, naar sport, naar toneel.

Havo vijf

Sultana6Ik wijs op een foto waarop ik met een vriendin over een brommer geleund sta. “Vijf havo”, zeg ik. “Toen mocht je nog zomaar op een brommer. Zonder brommercertificaat!” Ik neem nog een hapje van mijn koek. “En ik zat dat jaar naast een bijzonder knappe jongen met Nederlands”, vertel ik. “Daarom vond ik dat vak ineens zo leuk!”

“Ik word zo vrolijk van dat mannetje op die verpakking!”

We bladeren door het fotoboek opzoek naar een foto van de knappe jongen, maar we komen hem niet tegen. Wel stuit ik op een vriendenclubje. Kamp, volgens mij. Als ik nog verder terugga komen de felle kleuren. Het zwarte kohlpotlood, de beenwarmers en de geblondeerde kuif.

Sultana7

Annabel vraagt of ze nog een Sultana mag. Ik knik afwezig. Mijn moeder maakte soms een cadeautje van onze tienuurtjes. Briefje erbij, strikje erom. Dat zou ik ook eens moeten doen.

Stiftfase

Sultana5Liz kijkt ondertussen gefascineerd naar een foto uit de rode-lippenstift-fase. “Hoe vond jij de middelbare, mam?” Ik kijk naar de plaatjes en herinner me het fietsen naar school met vriendinnen, tutten op het toilet en kletsen tijdens de tussenuren. Stickerboekjes, agenda’s van The Next Generation, Wham. “Afgezien van hartzeer, teveel huiswerk én een mislukt permanent? Mooiste tijd van mijn leven. Totdat jullie kwamen natuurlijk.”

Zoeken

Als het album uit is wil Annabel weten waarom ik het eigenlijk gepakt heb. “Ik zocht iets,” zeg ik. “Voor een stukje op mijn blog.”

“Heb je het gevonden?”

“Ik denk het wel.”

De volgende ochtend stop ik twee lekkere tussendoortjes in de tassen. Met een kaartje erbij en een strikje erom. Cadeautje van mama én van Sultana. Eet smakelijk lieverds.

Ben jij ook dol op de tussendoortjes van Sultana? En op old skool? Dan heb ik goed nieuws! Ik mag van Sultana een heuse omafiets weggeven! Stuur me een mail via het contactformulier op mijn blog, vertel me jouw leukste herinnering aan de middelbare school en win!

(Meedoen kan tot en met vrijdag 19 september as.)

sultanaheader

 

Achterbankgeneratie

fiets

Mooi woord. Minder mooie betekenis.

Het blijkt namelijk dat steeds minder kinderen goed kunnen fietsen. Dat komt deels doordat er  in de grote steden minder verkeersexamens worden afgenomen en deels omdat steeds meer ouders hun kinderen overal met de auto naar toe brengen. Bijvoorbeeld naar de basisschool.

Nou ga ik hier geen betoog houden over hoe irritant dat laatste is – en hoe asociaal het is dat sommige ouders hun tanks gewoon op de stoep voor de ingang van de school parkeren – want dat weten we nou onderhand wel. Moeten die mensen zelf weten. Die zullen daar wel een goede reden voor hebben en zo niet, dan toch.

Nee, ik wilde het over mezelf hebben. Mijn kinderen kunnen namelijk óók niet fietsen. Het is nog niet zo erg dat ze geen fiets hebben (dat schijnt volgens Veilig Verkeer Nederland ook nogal eens voor te komen) maar ze zwabberen de hele weg over. Vooral Annabel, die denk dat ze dat ze de enige op de weg is. Zelfs in de spits.

Hoe dat komt? Simpel. Omdat ik niet genoeg met ze fiets. We wonen op loopafstand van school, dus wat dat betreft hebben ze al een achterstand. Daar komt dan bij dat de turnhal waar Annabel sport is nogal ver weg is (omdat ze bij Jong Talent zit) en dat de hockeyclub fietstechnisch niet te combineren is met het clubje daarná. Alle overige dingen doe ik op de fiets, maar eerlijk is eerlijk, alleen als het droog is.

Niet goed dus. Want steeds meer kinderen belanden in het ziekenhuis omdat ze te weinig praktijkervaring hebben. En wil ik dus voorkomen dat  de meiden straks niet fatsoenlijk naar hun middelbare school kunnen trappen, dan moet ik daar nu wat aan doen. Stalen rossen uit schuur en karren maar. Bon. Goed. Oké. Ga ik doen. Echt.

Iemand enig idee wanneer het droog wordt?

 

Meer Esther? Lees verder op www.esthervuijsters.nl

Lappenmand

Ik ben eigenlijk nooit ziek.

Dat is fijn voor mij, want ziek zijn is niet leuk. (Vooral niet, als je bij de eerste de beste kramp minimaal denkt terminaal te zijn.) Mijn ziektes blijven over het algemeen beperkt tot pittige verkoudheden. Met af en toe een flinke periode van Lappenmand.

Lappenmand ja. Want kwaaltjes, daar grossier ik in. En ze komen altijd met meerdere tegelijk. Het begon dit keer met een knie–knutseltafeltje-van-lizzy confrontatie. Auw. Regenboogknie. Mooi, maar pijnlijk. Vervolgens schoot er één of andere kramp in mijn lies en kreeg ik last van mijn rug. Ik loop als een oud wijf met reuma.

Maar het raarste kwaaltje van deze ronde is toch wel het ‘hordeolum’ (strontje) op mijn oog. Kwam opeens opzetten. Zit op onderste ooglid en heeft de grootte van een erwt. Dat valt opzich nog wel mee (ontstekingtechnisch gezien) maar een erwt op een ooglid heeft voor je gevoel al snel de afmetingen van de K-2.

Gevolg hiervan: ik kan mijn lenzen niet kan dragen. Bril dus. Helaas heeft de Rondpeuterende Kruiper mijn neus onlangs flink toegetakeld. En je raadt het al; precies onder de ‘neus’ van de bril, zit een flinke krabplek. Bril dragen is pijnlijk. Zucht. Niet alleen een flink aantal kwalen; ze werken elkaar ook nog eens tégen.

Typisch gevalletje Lappenmand dus. Duurt meestal zo’n week of twee. Dan knap ik weer op, zijn de kwalen verdwenen. Tot die tijd; accepteren. Gelukkig ben ik een postief mens. Zo’n lappenmand is namelijk best knus. En zacht. En veilig.

Ik zit er eigenlijk best lekker.