Bij de huisarts

Het was warm in de wachtkamer.

“Dat is toch wel gek hè?” zei de mevrouw naast me. “Dat ze om kwart voor negen al een uitloop hebben van een drie kwartier.” De meneer tegenover ons knikte. “Laatst was het nog erger, toen hadden ze ruim een uur uitloop. ”

De oude mevrouw staarde naar de deur. Ze keek op haar horloge. “Soms denk ik dat ze het expres doen,” zei ze. “Als een soort ontmoedigingsbeleid.” De meneer tegenover ons knikte weer. “Het werkt wel,” zei hij. “Ik ga pas naar de dokter als het niet meer te harden is.”

Plotseling hoorde we iemand kuchen. De huisarts stond in de deuropening. “Ah,” zei hij. “Meneer Jansen. Daar bent u weer. En wat scheelt u vandáág?”