Er op uit!

Hemelvaart + mooi weer = picknicken!

Met het kleed in de fietstas en een mand op het stuur fietsen we het bos in. Annabel achterop bij mij, Lizzy op haar eigen fiets naast Paul. Gezinnetje in de zon; we kunnen zó in het blad Ouders van Nu. (Net nog ruzie met Paul gehad, maar dat zie je niet op een foto.)

Onderweg komen we onze collega-picknickers tegen. Samen rijden we verder. Bij de zandverstuiving in het bos stoppen we. De kinderen rennen meteen het zand in (en gaan er mee gooien; jammer!) als wij de kleden uitleggen. Vriendin B. snijdt de cake en ontkurkt wijn.

Na een uurtje gaat de man van vriendin B. terug naar huis om nog een fles wijn te halen. Ik ben het niet gewend, wijn drinken ’s middags in de zon. Als ik opsta om met Lizzy in een bosje te gaan plassen sta ik een beetje onvast op mijn benen. Oeps.

Nog weer een uurtje later kloppen we het kleed uit om weer naar huis te gaan. Paul schudt het zand uit de picknickmand. Onder het kleed blijkt zich een aantal mieren te hebben verzameld. Lizzy en Annabel, samen in de insectenfase, hangen er met hun neus boven.

“Ik zie een bijtende rode mier!” Roept Annabel opgewonden. “O ja?” reageert Lizzy. “Is het een grote of een kleine?” “Een kleine,” zegt Annabel zonder twijfelen. “Een kleine,” herhaalt Lizzy. “Nou, dan is het geen rode maar een zwarte mier.”

Afijn, tot zover de natuurles.

Een leuk gesprek!

Heb ik weer!

Ga ik gistermiddag leuk bij oma op visite, word ik uitgekafferd door een bejaarde! Ik dacht eerst nog dat hij een geintje maakte want hij begon – tijdens het eten – te mompelen dat ‘die meneer’ (mijn broer) zijn mond eens moest houden. We hadden de krasse knar vriendelijk toegeknikt en waren vervolgens doorgegaan met het eten geven van oma. Onderwijl gezellig keuvelend.

Maar de bejaarde bleef er een beetje in hangen. “Je moet niet praten, wees eens stil,” mopperde hij. Hij begon zijn stem te verheffen. “STIL!” “O hemel,” riep ik uit, “hij méént het!”. De mevrouw naast ons legde uit dat het bij meneer thuis vroeger altijd doodstil moest zijn tijdens het eten en dat hij dat nu in het verzorgingshuis ook verwachtte. Arme oude baas, dacht ik. Vriendelijk knikte ik hem nogmaals toe.

Waarop hij zich voorover boog, me aankeek, en siste: “En jij, jíj komt zeker van het woonwagenkamp!”

Gewichtige zaken II

De weegschaal weegt weer.

Na een beetje gerommel met de batterijen, kreeg ik opeens een getal in beeld. Niets om van te schrikken, maar niet het gewicht dat ik wilde. Weer viel me het grote verschil in gewicht met mijn – blijkbaar minder secure – ander weegschaal op. Ik besloot nieuwe batterijen te kopen.

En toen zag ik die knop. Instellingen. Verdraaid, dat ding stond helemaal niet op kilo (ook niet op pond, maar iets daar tussen in?). Ik drukte de nieuwe batterijen op hun plaats, zette het display op kilo’s en herstartte tenslotte de weegschaal. En wat denk je? Drie kilo lichter.

Da’s makkelijk verdiend!