Que sera…

Terwijl ik sta te strijken spelen Annabel en haar ‘geloofde’ J. met de barbies.

Annabel: “Deze barbie heeft niets om aan te trekken.”
J.: “Maar ze heeft heel veel kleertjes.”
Annabel: “Die zijn niet goed. Daar heeft ze een te dikke kont voor.”

J.: “O! Een barbecue! Ze gaan barbecuen.”
(Ik – enthousiast – : “Een barbie-cue!”)
Annabel: “Goed. Als haar vriendinnen ook mogen komen dan.”
J.: “Denk je dat ze een wijntje erbij willen?”
Annabel: “Ja, schenk maar in. Leg jij even het vlees op de barbecue?”

Annabel: “Mam, wil jij de bank opblazen?” **
Ik: “Natuurlijk. Die bank is al best oud, hij was vroeger van mij.”
Annabel: “Zat jij daarop als baby?”
Ik: “Nee mallerd, daar speelde ik mee.”

Annabel: “Ze doet haar zilveren hakken aan. Die vindt ze het mooist.”
J.: “Ik vind ze allemaal zo mooi!” (zucht)
“Alleen deze moet weg. Die heeft een te lange jurk aan.”
Ik: “Hou je daar niet van?”
J.: “Nee, ik hou meer van korte jurken.”

Annabel: “Zo, nu gaan ze met elkaar praten.”
J.: “Waarover? Waarom? Moet dat?”
Annabel: “Ja. Dat moet.”

Annabel: “We moeten zo wel opruimen, het is een zooitje hier.”
J.: “Valt toch wel mee?”
(…)
Annabel: “Ach, dat begrijp jij toch niet.”
J.: “Nou, dan ga ik wel buitenspelen.”

“Wil je weten hoe het leven van jouw zoon en schoondochter er over pakweg twintig jaar uitziet?”
sms ik de moeder van J. “Lees dan mijn weblog.”

** In een ander verband is dit best een rare opmerking!