Wetenschapsquiz

“En wat was nou uiteindelijk het antwoord?”

In de kleedkamer van het zwembad bespreken we de wetenschapsquiz. “Strijken,” zegt C., terwijl ze een handdoek om haar hoofd knoopt. “Stríjken blijkt de meeste inspanning te vergen.”

“Goh,” merkt S. op. “Ik zou denken dat séx vermoeiender is dan strijken. Of anders ramenlappen.” C. schudt haar hoofd. “Die stonden er niet bij. Het ging tussen strijken, autorijden en rustig wandelen.”

“Maar los van de wetenschapsquiz,” zegt S. peinzend. “Wat vergt meer inspanning: ramenlappen of sex?” “Dat hangt er vanaf,” zegt C. terwijl ze haar onderbroek aantrekt. S. werpt een vragende blik op haar buurvrouw. “Waarvan dan?” C. – inmiddels bezig met haar sokken – kijkt ietwat verward op. “Van hoe groot de rámen zijn natuurlijk!”

Voor de lieve vrede

Kling klokje klingelingeling.

Annabel houdt van klingklokjes. Ze rammelt met de kerstballen en zingt haar liedje. “Wij hadden vroeger twee zilveren kerstklokjes,” deel ik mijn herinnering met haar. Een van mijn broer en een van mij. Die konden echt klingelen. Ik glimlach bij de gedachte aan het mooie kerstsnuisterijtje.

Ik beloof Annabel een kerstklokje. Een met een klepeltje, die ze zelf elk jaar in de kerstboom kan hangen. Net zo’n mooie zilveren als mamma vroeger had. Eentje waarbij ze met recht klingkokje klingelingeling kan zingen. Ze glundert terwijl ze over het klokje fantaseert. Belletje en haar belletje. Ik ga meteen op zoek.

Eerst de Blokker. Dan de Hema. De Zeeman, de V& D en tenslotte zelfs Riviera en Villeroy & Boch. Van alles is er. Kunstiger dan kunstig. Van papier, van hout, plastic, zelfs van kristal is er genoeg. We kunnen labradors in onze boom hangen. Pinguïns. Een schoentje van Prada, bierflesjes, digitale kerstballen (met foto), Otazu kerstballen, versiering in de vorm van hartjes, fruit of met rare teksten. Van alles zie ik aan mijn geestesoog voorbijtrekken. Van alles. Maar géén gewoon kerstklokje.

Het tuincentrum dan maar. Daar zouden ze me wel kunnen helpen. Paarse kerstkevers, vogelkooitje voor in de kerstboom, een patrijs in een perenboom. Gepokte kerstballen, gemazelde kerstballen en zelfs kerstballen met houtsnippers. Elfen, trollen, heksen. Wederom, van alles. Behalve een kerstklokje.

Dus nu de vraag. De vraag der vragen. Want ik heb natuurlijk helemaal niets tegen kerst. In tegendeel, vind kerst hartstikke gezellig. Leuk. Familie enzo. Ben ik helemaal voor. Bling bling, ook leuk. Lekker eten, heerlijk. Tot zover geen probleem. Doe ik niet moeilijk over. Dat de kerstviering zo rond de zomervakantie al in de winkel ligt, vooruit, neem ik op de koop toe. Alles voor de vrede zeg ik dan.

MAAR WAAROM KAN IK WEL EEN FOKKING LABRADOR VOOR IN DE KERSTBOOM KOPEN MAAR NERGENS EEN NORMAAL KERSTKLOKJE VOOR MIJN DOCHTER?

WAAROM WAAROM WAAROM? Hijg.