De leenauto

De leenauto moest ‘afgetankt’ weer terug.

Ik bekeek het benzineklepje. Hm. Geen contactslot. (Bij mijn eigen auto opent hij met de autosleutel.) Een beetje besluiteloos drukte ik wat op het zwarte vierkant. Misschien klikte hij spontaan open. Maar nee.

Opeens herinnerde ik me een blauwe map. Lag op de bijrijderstoel. Met informatie over de leenauto. Ik bladerde wat door het boekwerk. Informatie over schade, kopieën van de autopapieren maar niets over tanken.

Wat nu. Het klepje openwerken met mijn sleutel? Nee, dat zou de bedoeling niet zijn. Er was vast een knopje waarop ik moest drukken. Maar ik had geen idee waar. Feitelijk was ik al blij dat ik gister de ruitenwissers had weten te vinden.

Ik doorzocht het dashboard. Ik vond niets dat naar het benzineklepje verwees. Balen. Ik keek in het handschoenenkastje. Bingo. Een instructieboekje. Nu nog even kijken welke van de driehonderdenvijftien pagina’s ik moest hebben. “Rijden met uw auto.” Dat zou ‘m zijn.

Wanneer u gaat tanken, dan trekt u aan het handeltje linksonder de bestuurderstoel. Het benzineklepje opent dan.” En warempel, het opende. Ik gooide de slang in de auto en liet de brandstof stromen. Even had ik nog getwijfeld wát ik moest tanken, maar er stond ergens unleaded fuel en ik nam aan dat dat benzine was.

“Ik heb het níet gedaan, ik heb het níet gedaan!” zong mijn binnenste toen ik wegreed. “Ik heb het níet gedaan. Ook al wilde ik het wél doen, ik heb het níet gedaan!”

Ik heb níet direct een man geroepen!