Gezinsuitbreiding


Sinds gisteravond zijn wij in het bezit van een heuse popcornmachine.

Ik was net boven, aan het bellen met vriendin F., toen ik Paul hoorde thuiskomen. Dat ging zo: eerst hoorde ik de sleutel in het slot van de voordeur, toen hoorde ik hele zware voetstappen, gezucht, gesteun, het schrapende geluid van karton langs een gestuukte muur, een creatief geformuleerde serie vloeken en de tenslotte het krakende geluid van de kelderdeur.

Dit kon maar één ding betekenen: Operatie Popcorn was geslaagd en man was het apparaat nu in de kelder inelkaar aan het zetten. Mazzel dat de kinderen al sliepen, die zouden anders zeker tot in het oneindige gaan staan drammen over het feit dat ze alvast wilden voorproeven.

Vriendin F. bleek op mijn blog al over de popcornmachine te hebben gelezen. Ze had zich even afgevraagd of Paul het écht zou doen, zo’n kermisattractie in huis halen. “Maar”, zei ze, “het is Pául, dus de kans was vrij groot dat het verhaal zou kloppen.” Afijn, vriendin F. kent mijn man ook al wat langer dan vandaag. (Net zo lang als ik hem ken om precies te zijn, F. was al mijn BFF toen ik Paul leerde kennen.)

“Over je blog gesproken,” ging F. verder, “dat van dat aggregaat, is dat ook serieus?”
Ik zuchtte. “Ik vrees van wel,”
“En dat van de oorlog, dat is toch een grapje? Of meende hij dat?”
Ik schoot in de lach.
“Je weet toch hij is? Natuurlijk denk hij niet écht dat er oorlog komt. Maar áls het zou komen, dan zou zo’n aggregaat heel handig zijn. Voor Paul is zoiets een heel logische gedachte.”

Op dat moment riep Paul dat de popcornmachine operationeel was.
“Nou”, zei F. “Een gemarmerde schuilkelder met een aggregaat en een échte popcornmachine. Ik weet in elk geval wel waar ík heenvlucht. Mocht het ooit oorlog worden.”

PS Jullie zijn ook welkom hoor, als de pleuris uitbreekt. We hebben twintig kilo op voorraad.