Het hagelt… het hagelt…

De pyjama al aan want onze kleren zijn al eerder natgeregend.
Schoenen van pappa aan, snel snel.
Pluutje mee.
Naar buiten in de hagel!

En hebben jullie je al gemeld voor de Grote Geefwegweken?

Bij mij…
Bij Margje…
Bij Machteld…

Tja, ‘t blijven meiden he?


Sinds het WK van vorige zomer zijn de meiden helemaal into het Nederlands elftal
.

Het oranjegevoel, het sparen van beessies en vooral de gezelligheid van het ‘samen kijken’, het is ze allemaal bijgebleven. Ze kunnen niet wachten tot het EK 2012 begint en dus zaten ze gisteravond gebadderd en gepoederd – verwachtingsvol – stipt om zeven uur voor de buis voor de kwalificatiewedstrijd Nederland-Finland.

Vlak voor de wedstrijd belde Paul.
“Hoe is het op vakantie?” vroeg Liz.
“Vakantie? Ik ben aan ’t werk hoor,” zei Paul ietwat beledigd.
“Je bent toch in het buitenland? Nou, dan ben je op vakantie.”

Veel tijd om medelijden met hem te hebben hadden we niet want de wedstrijd begon. De eerste vijf minuten bleef alles rustig, daarna begonnen de meiden te vragen ‘tot hoe laat’ ze mochten kijken. Voetbal = laat opblijven.
“Half negen,” zei ik. “Dat is laat zat.”
“Krijgen we chips?”
“Ja. Als je nu je snavel houdt.” Voetbal = lekkers

Na een kwartier scoorde Heitinga maar het doelpunt werd afgekeurd.
“Waarom telt hij niet?”
“Het was buitenspel.”
“Wat is buitenspel?”
“Vraag dat maar aan je vader.”

Na twintig minuten zei Liz dat ze haar oranje voetbalarmbandjes ging zoeken. Ze vertrok naar boven, samen met Annabel die op jacht ging naar haar “Nederland”-T-shirt en pas tegen de rust kwam het stel weer beneden.
“Hoeveel staat het?” vroeg Liz.
“Is het al game-over?” vroeg Annabel.
“Nee,” zuchtte ik. “Het is rust.”

Het begin van de tweede helft waren de dames vooral druk met het bedenken van jingles en aanmoedigingskreten. Steeds geïrriteerder vroeg ik of ze hun even hun mond konden houden. Ik kon niet eens het commentaar op de wedstrijd verstaan.
“Hoor je dat, ze roepen boe,” zei Liz.
“Ik hoor alleen jullie gesnater,” zei ik boos.

Uiteindelijk vertrokken de meiden naar boven om een voetbaldans te bedenken op Annabel haar kamer.
“Tot half negen mochten we toch opblijven?” vroeg Liz.
“Roep jij effe als er een doelpunt is?”

Ik zuchtte diep en schonk mezelf een wijntje in. Man man, het valt niet mee, voetbal kijken met twee meiden. En dan willen ze nog beweren dat gezinnen met twee dochters het gelukkigst zijn (klik hier). Dat onderzoek hebben ze vast niet gedaan tijdens het WK of EK.

De Zwerm


“Schiet eens op, ik heb geen zin om nat te worden!”

Ik sta in de regen bij mijn groene Peugeotje en ik wil net boos worden als de meiden eindelijk de voordeur achter zich dichttrekken. Nog geen halve minuut later zijn we vetrokken. Op weg naar het zwembad. Hoera.

Ik rijd twee keer verkeerd wat mijn humeur niet ten goede komt. Ik heb zo géén zin in het zwembad! Die bedompte chloorlucht, die vieze tegeltjes. En dan moet ik straks zeker ook nog mee naar het buitenbad. Bah. Geef mij de zee maar, daar word ik een stuk gelukkiger van. Ik zal blij zijn als ik straks in ‘t vliegtuig zit.

Om half elf nip ik van mijn cappuccino. Plastic kopje, plastic zwembadstoeltje. Het is in elk geval lekker rustig hier. De Kletsen zijn vertrokken naar de glijbaan en ik begin een beetje bij te komen. Goed, de chloorlucht valt niet te ontkennen maar verder? Ik zit hier lekker met mijn boek “De Zwerm”, ’t had erger gekund.

Begin van de middag klaart het buiten op. Het buitenbad ziet er opeens een stuk aantrekkelijker uit. “Zullen we in het bubbelbad buiten?” vraagt Lizzy. Ik gooi een muntje in het bubbelapparaat en al snel zitten we heerlijk warm in onze eigen whirlpool. Gezicht in de zon, uitzicht op het bos. Als de meiden weer zijn verdwenen haal ik “De Zwerm” uit mijn tas en lees verder.

“De Zwerm” gaat over zeeen en oceanen. Het boek begint vriendelijk met walvisspotters en aardige wetenschappers. Het verhaal is echter, sinds ik hier in het zwembad zit te lezen, steeds verontrustender geworden. Walvissen gedragen zich agressief, overal duiken giftige kwallen en zeewespen op, een of andere enge worm ligt op de loer ergens aan de rand van het continentaal plat. Overal ter wereld vallen doden op het strand en in de zee. Er loert iets, er vormt zich iets. Maar wat?

Terwijl ik gespannen verder lees over moordende bultruggen, schimmels en methaanexplosies in zee bedenk ik dat het eigenlijk toch wel fijn is als je de bodem van het zwemwater kan zien, zoals hier. Daarbij vind ik het geruststellend dat de enige kwallen die je hier tegenkomt twee benen hebben en verder niet giftig zijn. Ik zucht diep en sla weer een bladzijde van “De Zwerm” om. Naast me zijgt iets neer dat weliswaar iets wegheeft van een walvis (m/v) maar er verder niet agressief uitziet. De schimmel op de tegeltjes vind ik plots niet zo erg meer.

Eigenlijk, denk ik tevreden, is zo’n zwembad helemaal zo gek nog niet.

Val ik toch nog af!

Nog geen maand geleden kondigde ze het aan: haar blog bestond binnenkort 1000 dagen. En daarom organiseerde Margje een feest! (Klik hier voor het blogje.) Denise, ik, en al haar lezers mochten komen. Toen bleek dat bloggers Maaike en Peetje én Jasperina (van de redactie) ook zouden komen was het feest compleet.

Na wat getwitter, geblog en gemail kozen we een locatie en ‘bedachten’ we een paar activiteiten. Denise, Margje en ik zouden alledrie een blog schrijven, een soort drieluik. Die zouden we ter plekke, op zaterdag 2 april tijdens heeft feest, voorlezen. Een ‘liveblog’, zoals Denise het zo mooi noemde. “Alsof ik midden in een blog zit!” schreef één van de aanwezige dames tijdens het quote-rondje.

Denise werd steevast het eerst ‘herkend’. Vanwege haar lange haar? Over Margje werd voortdurend geroepen dat ze ‘precies’ zo was als ze schreef en ik? Ik gooide een glas wijn over mijn roze broek. “Ja,” knikte een van de aanwezigen, “100% Esther!”

Ik bleek – onderweg naar de feestlocatie – mijn portemonnee te zijn verloren (die bleek later te zijn afgegeven op het politiebureau en ALLES zat er nog in!) en Denise kreeg halverwege de meeting slecht nieuws. Ondanks dat was het toch een supermiddag!
Iedereen was een beetje zenuwachtig in het begin (ik ook!) maar gelukkig viel het allemaal mee. “Jullie zijn net zo leuk als ik hoopte dat jullie zouden zijn!” schreef iemand. (En nee hoor, GDB1975, jij viel zeker niet tegen!) ” Kreten als ‘vertrouwd’, ‘ongedwongen sfeer’, en ‘feest van herkenning’ vlogen ons om de oren. “Leuke bloggers trekken blijkbaar leuke mensen,” zoals iemand het zo mooi zei.
“Nothing beats the IRL meeting,” schreef iemand, terwijl een ander meende ‘dat het lezen nu alleen nog maar leuker zou worden’. Er waren rozen, cadeautjes en kaarten. Van Goose, één van mijn lezers van ’t eerste uur (al sedert de papieren Viva ruim tien jaar geleden!) kreeg ik zelfs een gedicht! Een gedicht voor mij! Zoiets bijzonders had ik nog nooit gekregen. En veelzeggend was natuurlijk ook het ‘feestzakje’ dat we na afloop van Margje kregen! Compleet met lief briefje en stoepkrijt om het leven kleur te geven.

De ‘verste’ kwam uit Zeeland en ik was degene die het meest dichtbij woonde. De jongste was vierentwintig, de oudste heeft zich niet gemeld. Er waren lezers, lurkers (inmiddels dus ontlukt) en fervent twitteraars. Een gemêleerd gezelschap maar daarom niet minder gezellig. De leukste quote was van Els, die fluisterend aan haar buurvrouw vroeg: “Zeg, wie is nou Muts?” Waarop haar buurvrouw zei: “Ik!” (Els gaaf daarna eerlijk toe dat ze eigenlijk voor Muts kwam, omdat ze haar reacties altijd zo leuk vond!) Ook Margje scoorde door, toen ze een antwoord fout had tijdens de Grote Vrouwonlinequiz – en Jasperina zei: “Jij valt af!” te roepen: “Hé, val ik toch nog af!”

Kortom, een supergeslaagd feest waarvan ik vandaag gewoon nog een beetje moet bijkomen! We zijn nog uiteten geweest, hebben koffiegedronken en zojuist heb ik mijn portemonee opgehaald bij het politieburea. Het feestzakje van Margje is inmiddels ingepikt door de Kletsen.

Hieronder mijn ‘voordracht’, uiteindelijk was ik spreker 2.

Zaterdag, 2 april.

Aangezien ik op het moment dat ik deze blog schrijf nog niet weet of ik op onze Bloggersmeet spreker 1, 2 of 3 zal zijn, hou ik het maar bij ‘welkom, tot ziens en blijf vooral lekker zitten’. In elk geval: leuk jullie allemaal eens live te zien.

Toen Margje met het idee van een Bloggersmeet kwam, om te vieren dat haar weblog duizend dagen bestond, was ik meteen enthousiast. Ten eerste natuurlijk omdat ik reuze benieuwd was naar jullie allemaal (ik ken van dit gezelschap alleen Jasperina), ten tweede hou ik wel van een feestje en ten derde, ook niet onbelangrijk, is dit ongeveer mijn achtertuin. Honderd passen zuidwaarts en je staat in de marmeren kelder.

Als eerste wil ik dan ook Margje feliciteren met haar duizend dagen, ik stel voor dat ze vanaf nu verder blogt onder de naam ‘Sherazade’ want die had ook iets met duizend. Verder wil ik Jasperina bedanken dat ze me destijds van een wisse dood gered heeft (kom ik zo op terug) en tegen Maaike, Denise, Petra en alle anderen zeggen dat ik het onwijs leuk vind om ze eens in het echt te zien.

Maar niet alleen Marja heeft wat te vieren, ik ben ook in feeststemming! Afgelopen donderdag 31 maart bestond mijn blog bij Vrouwonline precies vijf jaar. 31 maart 2006 ben ik begonnen, Annabel was toen nog géén een, Lizzy was drie, ongeveer de leeftijd van de kinderen van Denise nu.
Afijn, een lustrum dus. En ik dacht, ik hou het geheim en dan doe ik er een leuk verhaaltje over op de Bloggersmeet.
Maar ik had buiten mijn moeder gerekend.
Mijn moeder is ongelooflijk attent. Die herinnert me aan feestdagen waarvan ik zelf niet eens weet dat ik ze heb (“vandaag is het precies twaalf jaar geleden dat je Paul voor kwam stellen!”).
Het is een lieverd hoor, mijn moeder. En echt erg vond ik het ook niet. Kreeg ik meteen weer wat leuke reacties. Reacties zijn toch altijd het leukste van een weblog. Toch een beetje die aai over je bol, dat complimentje.
“Ik weet het nog goed,” schreef iemand “dat van je ‘overgang’”.
Overgang. Tja, zo voelde het wel een beetje. Ik was bij Viva eigenlijk weggestuurd omdat ik te oud was. Ik moest plaats maken voor bloggers die nog een toekomst hadden. En ik was eigenlijk mijn eigen begrafenis al aan het regelen toen Jasperina vroeg of ik niet op Vrouwonline wilde komen bloggen.

En dat deed ik. Vijf jaar geleden dus. Veel vivalezeressen gingen mee en het behangetje op Vrouwonline voelde heel volwassen. Mijn eerste blog ging over het kopen van een bikini, hoe toepasselijk met dit weer.
“Ik schreef waar ik nooit gestopt was,” schreef ik destijds en ik hoop met heel mijn hart dat ik tijdens mijn volgende lustrum weer hetzelfde kan zeggen.

Over vijf jaar is Lizzy een puber, over vijf jaar is er hopelijk een boek, het liefst meer.
Er zullen dingen veranderen,
Rampen gebeuren
Baby’s komen (niet bij mij)
En mensen bijkomen en afhaken.
Want de toekomst brengt is altijd onbekend. Misschien kan mijn weblog daarbinnen de stabiele factor zijn.

Dank jullie allemaal voor het lezen.

En wat was de eerste reactie van mijn moeder toen ik haar belde?
“Was Muts er ook?”

Het spoor

Op perron vijf staan een man en een vrouw.

Ze gaan waarschijnlijk naar Amsterdam, net als ik, en te oordelen aan de nette tas van mevrouw en de gekwelde blik van meneer gaan ze ‘gezellig’ een dagje winkelen.
Ik schat ze een jaar of zestig en aan hun vermoeide houding te zien zijn ze al minstens veertig getrouwd. Maar dat is een aanname. Het kan natuurlijk ook best negendertig jaar zijn.

De vrouw tuurt in de verte en zegt iets tegen haar man. De man knikt rustig en blijft zijn blik strak op het spoor gericht houden. Hij zegt niets. En dan begint de vrouw aan hem te plukken. Eerst één pluisje. Op zijn kraag. En dan een paar van zijn mouw. Opeens ziet ze overal pluisjes en ze plukt minstens tien minuten. De man blijft stoïcijns naar het spoor staren, hij is het blijkbaar wel gewend om geplukt te worden.

Als de vrouw klaar is met plukken begint ze haar mans haar te doen. Ze likt aan haar hand en strijkt over zijn hoofd. Eerst de linkerkant en dan de rechterkant van de scheiding. Tenslotte nog een paar weerbarstige plukken op zijn achterhoofd. De man zegt niets. Hij staart naar het spoor.

Als laatste is zijn kleding aan de beurt. Ze schikt zijn jas, doet een stap naar achteren en schikt zijn jas nogmaals. Ze knoopt zijn sjaal. Een keurige lus aan de voorkant, de ruitjes precies recht. Dan klopt ze hem op zijn bovenbenen en strijkt zijn broek glad. Ze doet nog een stap naar achteren, bekijkt haar werk en knikt goedkeurend. Zo nu kan ze zich tenminste met haar man in de hoofdstad vertonen.

In de verte komt de trein er aan,en de man staart naar het spoor. Een echtpaar staat naast elkaar op perron vijf. Ze gaan een dagje winkelen. Gezellig.

Verdwaald?

Het was een mooie dag. Alles was zoals het moest zijn.

En om in de sfeer van de rust en natuur te blijven, besloten vriendin B. en ik ‘s avonds tot (het maken van) een lange boswandeling. Het eerste stuk liepen we onze vertrouwde route. Maar waar we normaal rechtsaf gingen, de veilige weg zeg maar, gingen we nu rechtdoor.

Het begon al te schemeren toen we in de verte een paar brommers aan hoorden komen. We liepen op dat moment langs een verlaten landweg, tussen twee bospaden in.“We zijn volgens mij best ver van huis,” zei ik. B. knikte. “Heb jij je mobiel bij je?” Ik schudde mijn hoofd. “Ik ook niet.”
De brommers kwamen dichterbij en passeerden ons. Daarna vielen de stilte en de schemering extra op. “Wat wordt het snel donker ineens,” zei ik. “Hier staat een paddestoel,” riep B. “Nog 6,7 kilomter terug,” kreunde ik. We sloegen een bospad in. Een konijntje rende het naastgelegen korenveld in.

We gingen snelwandelen. We scandeerden een marsliedje dat B. nog haar jeugd kende. (Left, left, I left my wife with fourtyeight childeren etc.) Al snel werd het echt donker. “Heel slim,” constateerde B. “Twee blonde vrouwen alleen in een donker bos. In een rokje.” “Zonder mobiel,” voegde ik daaraan toe.

Na een tijdje konden we de paddenstoelen niet meer vinden. “Ik geloof dat ik het wel ongeveer weet,” giechelde ik. “Dat mag ik hopen,” bromde B. We waren nu echt moe. En dorst hadden we ook. Plotseling liepen we tegen een hek op. “He kijk,” zei ik. “De begraafplaats! Ik weet waar we zijn. Hier is mijn oma vanmiddag gecremeerd.”

We volgden het hek en kwamen bij het uitvaartgebouw. Was het nog maar een paar uur geleden dat hier naar die zwarte auto liep? Ik zwaaide naar de grote bomen. “Bedankt dat je me de weg hebt gewezen, oma” fluisterde ik. Ik wierp een kushandje naar het donker.

Binnen twee minuten liepen we op de vertrouwde weg naar huis.