Vakantieverslag III

Het weer viel in eerste instantie een beetje tegen.

Vooral ’s avonds zaten we buiten gewoon te vernikkelen. De eerste dagen gingen we vroeg naar bed en werden buitengewoon uitgeslapen en katerloos wakker. (Alhoewel ik toegeef dat ik steeds langer, bij het flauwe schijnsel van de zaklamp, in de tent lag te lezen. Nostalgisch!) En hoe lekker het overdag ook was, ik miste de zwoele Italiaanse avonden die ik me herinnerde van eerdere vakanties in het Land van de Laars.

Dieptepunt kwam op de vijfde dag. Terwijl Paul ergens aan de rotsen hing (“canyoning”, niet ongevaarlijk bleek toen ons het bericht bereikte dat er twee Nederlanders verdronken waren tijdens eenzelfde expeditie) regende het op de camping uren achtereen. De Kletsen en ik maakten van de nood een deugd door in de voortent een kidsclub in te richten. “Ook dát heeft zijn charme,” zeggen sommige mensen. O? Glibberende slippers door de modder? Door de plassen naar het toilet rennen? Op je kont vallen omdat je bent uitgegleden over het natte tentzeil? Nee hoor. Niets charmants aan. Laat ik eerlijk zijn; als het regent is zo’n camping gewoon bagger.

Ik had een origamiboek meegenomen maar die kunst bleken we niet te verstaan. Verder dan een lullig bootje – en een heleboel propjes – zijn we niet gekomen. Zelfs de meest simpele figuurtjes bleken voor ons te moeilijk. Gefrusteerd heb ik het boekje in de prullenbak gegooid. Uiteindelijk heb ik de Kletsen de Nintendo in hun hand gedrukt en heb ik zelf een uur naar de hysterische tentgordijntjes zitten staren. Van ellende at ik alle koekjes op die er in de tent te vinden waren. Toen de zak leeg was, werd het weer droog en kwam iedereen zijn grot uitgekropen.

We bleken een nieuwe buurman te hebben. “Je moet maar zo denken ‘de regen is gratis’,” was eerste wat hij zei. Gelukkig ging hij na twee dagen weer weg. (Miste de gratis regen in Nederland?)

Ik verwachtte mijn man half en half terug met de traumahelikopter maar hij kwam heelhuids weer thuis en had het ‘supergaaf’ gevonden. En niet alleen Paul liet zich van zijn actieve kant zien; een paar dagen later stond ‘family-rafting’ op het programma. Ik had gedacht gewoon leuk in mijn Vanilia-jurkje in een vriendelijk bootje te kunnen stappen (de activiteit was tenslotte ‘vanaf vier jaar’) maar die gedachte bleek nogal naïef. Om te beginnen werden we uitgedost als kikvorsmannen, compleet met surfpak, zwemvest en helm. Het vriendelijk bootje was een krappe zodiac en zo werden we een kolkende rivier ingeduwd. De eerste waterval waar was ruim anderhalve meter hoog. Binnen vijf minuten liepen we vast op de rotsen (“we maken land”) en sloeg Paul bijna overboord. Dat was het moment waarop Annabel besloot dat de boot stom was en raften niet leuk. Gelukkig zag de rest van het gezin er de humor wel van in (al moet ik bekennen dat ik zo mijn twijfels had toen ik, na een duik in de ijskoude rivier, aan boord gehesen moest worden als een zwangere walvis).

Het biertje smaakte die avond extra lekker!