En jij bent een …


Het gaat goed met de balletlessen van Annabel.

Elke week zwiert ze rond in haar roze pakje, roze rokje en op roze schoentjes. Ze kent inmiddels de posities, weet wat ‘plié’ en ‘barre’ en ‘ronde’ betekenen en danst al kleine stukjes op de muziek van het Zwanenmeer en de Notenkraker.

Gisteren was het kijkles. De kindjes begonnen met een warming up, daarna oefenden ze de posities. Ze dansten als waterdruppels en Pinocchio. Ongeveer halverwege de les legde de juf uit dat ze een improvisatiespel gingen doen. “Want het is belangrijk dat de kinderen in een dans kunnen laten zien hoe ze zich voelen. Dat noemen we ‘vrije expressie‘”
Er werd een muziekje opgezet en alle kinderen mochten dansen zoals ze wilden. Hun dans moest laten zien wie of wat ze op dat moment graag zouden zijn of spelen. Ik herkende een dansende pop (Coppélia?), een stervende zwaan en een springerig elfje. Bij sommige moest ik wat beter kijken, een vogel misschien, een lappenpop. Eén meisjes stond heel stil en maakte zichzelf langzaam groter, ze was vast een boom, of een ontluikende bloem.

Annabel liep heupwiegend tussen de ballerina’s door. Met één hand losjes op haar heup schreed ze verleidelijke rondjes waarbij ze haar publiek uitdagend aankeek. Ze glimlachte, knipperde met haar lange wimpers en leunde nonchalant tegen de barre (alleen de peuk ontbrak). Ze blies op haar nagels.

“Zo Annabel,” zei de juf toen de muziek stopte. “Jij ben vast een fotomodel.”
“Nee joh,” snoof Annabel. “Ik ben een coole gast.”

Laseren 2.0


De avond voor de ingreep kon Lizzy niet slapen.

“Ik vind het zo eng dat jij morgen je ogen laat laseren,” zei ze. Ik stelde haar gerust door uit te leggen dat het allemaal helemaal goed zou komen. “En het leuke is,” zei ik, “mamma kan niet zoveel daarna dus ik ben de hele week lekker bij jullie thuis!” Dat vond de Klets dusdanig goed nieuws dat ze direct lekker in slaap viel.

Ondertussen vroeg Paul om de vijf minuten of ik al zenuwachtig was. Nee, dat was ik niet. Ik had nergens last van, behalve dan van dat gevraag van hem. Dat begon me een beetje op mijn zenuwen te werken. Ik schonk mezelf een lekker wijntje in. Om te ontspannen. Want ook al was ik dan niet zenuwachtig, een beetje spannend vond ik het natuurlijk wel.

“Kijk nog maar even goed naar je kinderen,” zei Paul de volgende ochtend. De optimist! Ach, ik nam het hem niet kwalijk, hij was gewoon hartstikke zenuwachtig. In de auto naar Utrecht probeerde ik hem gerust te stellen, net als ik dat bij Lizzy had gedaan. “Je zult zien dat het reuze meevalt,” zei ik. “t Is een ingreep van niets.” Het hielp niet, Paul bleef bleek zien om zijn neus.

Ik zat nog maar nauwelijks met een cappuccino in de wachtkamer of ik werd gehaald voor het vooronderzoek. Laseren gebeurt pas als alles nogmaals is doorgemeten. Ik kreeg geen prikje in mijn oog (maar dat vond ik niet echt erg) wel kreeg ik een prikkende verdoving ingedruppeld waarvan ik ging huilen.
“Vergeet uw bril niet,” zei de assistente toen ik klaar was met het onderzoek. Ik kwam in de verleiding om te zeggen dat ik die niet meer nodig had maar ik bedacht me. Ik nam het toch maar mee, ik wilde de goden niet verzoeken.

Een etage lager kreeg ik meer verdoving in mijn oog en ik kreeg een soort djallaba -achtig (wit) gewaad aan met bijpassende badmuts. Mijn ogen werden rondom ontsmet met betadine zodat er al snel uitzag als een reusachtige witte wasbeer met gele ogen.
“Jammer dat ik geen fototoestel bij me heb,” zei ik tegen Paul. “Deze foto zou het goed doen op mijn weblog!”

Voor de operatie moest alles steriel zijn. Ik werd naar een grote tandartsstoel gedirigeerd (misschien dat dat prikje alsnog nou komen?) en de laser werd op mijn ogen gericht. Mijn wimpers werden afgeplakt en er werd een oogklem geplaatst zodat mijn oog goed openbleef. Lekker is anders. Wat volgende was een operatie waarbij de assistente op cockpitachtige wijze verslag deed (“laser wordt afgesteld, ring wordt geplaatst, laser telt af… 3-2-1.. laseren begint.) Even was ik bang dat ik bij nul met stoel omhoog geschoten zou worden (laseren? nee, dit is de afdeling lanceren!) Ik snuffelde gedurende de ingreep, had begrepen dat je een schoeilucht kon ruiken, maar ik rook niets. Jammer, ik had best willen weten hoe een gebarbecued oog ruikt.

Paul had de operatie op video gevolgd in de kamer ernaast (hoezo highttech) en hij verwachtte volgens mij dat ik met stok en geleidehond naar buiten zou komen. Hij was buitengewoon verbaasd dat ik helder kijkend even later weer voor zijn neus tond.

Na de ingreep kreeg ik medicijninstructies. Druppels, kunsttranen, pijnstillers en een beschermende bril om mee te slapen (en aangezien ik ook nog wel eens met oordoppen inslaap zal ik de komende tijd ’s nachts uitzien als een op hol geslagen testpiloot!) Met mijn zonnebril (zonder sterkte, ik zag alles scherp!) op mijn neus stapte ik de regen in.

Thuis was er weinig met mijn ogen aan de hand. “Als dit alles is,” acht ik. Maar zo makkelijk ging het natuurlijk niet. Toen mijn ogen begonnen te branden en ik de antibiotica indruppelde besloot ik even op bed te gaan liggen. Waarna ik mijn ogen prompt gedurende zes uur niet meer open kreeg. Opeens was ik heel blij met mijn broers I-pad met Harry Potter deel 1 t/m 100 erop.

Toen ik beneden kwam om te eten (met dichte ogen) waren de kinderen erg bezorgd om me. Zelfs zo bezorgd dat Lizzy zei dat ik moest dooreten als ik nog op tijd voor aquarobics wilde zijn. Na het eten nam ik een lekker ijsje. Ik was dan wel aan het lijnen maar hè, nu was ik zielig!

En nu? Nu zit ik alweer een tijdje met open ogen. Ze branden een beetje maar nu ik even actief heb rondgelopen kan ik weer heel aardig zien. Scherp, ik zie scherp! En dichtbij zie ik weliswaar wazig (dit stuk is voor het grootste deel inderdaad blind getypt) maar eigenlijk voelt het allemaal reuze goed.

Afijn, tot zover mijn ‘operatie’ vandaag. De kinderen zien me al tikkend achter de computer en constateren dat het allemaal wel meevalt met mamma. Desalniettemin maken ze een kunstwerk voor me. Paul is heel lief en zorgt voor me. Ik word gebeld en gemaild en ik mag op bed gaan liggen wanneer ik wil. Ik moet hier even doorheen en dan heb ik straks helemaal goede ogen!

Wat wil een mens nog meer!

Foto: mijn oog op het scherm, gefotografeerd door Paul met zijn Blackberry

Uit de mailbox van Esther

Opbrengst van de afgelopen tijd.

“Ik heb het contract per mail ontvangen. Kunt u mij uitleggen hoe ik deze moet tekenen?”

“Op mijn salaris zijn 61 bekeuringen ingehouden, hetgeen niet helemaal correct is.”

“In het ergste geval wil ik u dit graag mondeling toelichten.”

“Kunt u even checken hoe het met me is?”

“Zoals u kunt zien ben ik afgekeurd voor 180%”

“Hierbij mail ik u mijn bescheiden spullen.”

“Ik ben zwakzinnig verzorgster”

“Van uw offerte voor een overlijdensrisicoverzekering maak ik geen gebruik. Ik heb zo’n verzekering al eerder afgesloten en toen heb ik daar ook helemaal geen plezier van gehad”

Ook leuke mailtjes ontvangen? Vertel het ons.

Love me… Hate me…

De kletsen zitten tegenwoordig vaak in de haren.

De zoete tijd waarin Lizzy haar zusje makkelijk voor haar karretje kon spannen is voorbij. Annabel trekt haar eigen plan. “Wil ik niet,” zegt ze als Lizzy haar nodig heeft voor een spelletje. “Doe ik niet,” roept ze, wanneer ze naar mamma wordt gestuurd voor een snoepje.

En dan wordt Lizzy boos. “Ik vind jou stom,” gilt ze. “Jij hoort niet bij mijn club.” Annabel laat haar rustig tieren en gaat gewoon door met wat ze aan het doen is. Ze speelt met de playmobiel. Of met de little pony’s. Heel rustig. Totdat Lizzy zich ermee gaat bemoeien. “Ik wil alléén spelen,” moppert Annabel. “Het is van mij!” stookt haar zus.

Gék word ik er af en toe van. Over de meest stompzinnige zaken maken ze ruzie. Over wie de rode beker mag. Of wie de teletubbylepel. Ik koop tegenwoordig alles in paren en zelfs dan krijgen ze er nog woorden over. “Annabel heeft een streep in mijn kleurboek gezet!” “Lizzy heeft méér yokidrink dan ik!”

Het was dan ook een aangename verrassing dat ze afgelopen weekend ineens weer helemaal verliefd op elkaar werden. Plotseling konden ze weer samen spelen. Eerst een hele tijd buiten met het stoepkrijt, toen binnen met de klei. Ze waren het er zelfs over eens welke filmpje er voor bedtijd gekeken zou worden. Ongelooflijk.

Als klap op de vuurpijl wilden ze gistermiddag – na Lizzy’s school – niet mee naar de bibliotheek. “We willen sámen thuisspelen,” zeiden ze eensgezind. “We hebben een heel leuk spel bedacht.” Ik bracht thee en een koekje maar ze hadden nauwelijks tijd. Ze maakten een toneelstuk. Met Sint en de Pieten.

Aan het einde van de dag gingen ze samen in bad. Telkens als Lizzy iets raars deed moest Annabel heel hard lachen. (Normaal gillen ze meteen dat ze worden uitgelachen als de een het waagt naar de ander te lachen.) Al knuffelend zaten ze samen in bad. Dat de plotselinge affectie henzelf ook ietwat ongewoon voorkwam, blijkt wel uit de volglende opmerking (van Lizzy):

“Het is niet te geloven dat dit Annabél is,” zei ze verwonderd, “zo lief en leuk vind ik haar.” Annabel glimlachte beminnelijk naar haar grote zus.

Het mysterie van de bril in de badkamer

Vorige week trof ik een vreemde bril aan in de badkamer.

Het exemplaar kwam me niet direct bekend voor. En één ding was
zeker; hij was niet van mij. En dus nam ik aan dat de bril van mijn schoonmoeder was; die had tenslotte de dag ervoor opgepast. Bovendien laat ze hier wel vaker wat liggen.

Ik vergat mijn schoonmoeder te bellen. En ze belde mij ook niet. “Ach, ze heeft wel een reserve,” dacht ik. Maar toen ze gisteren weer kwam, wist ze helemaal niets van een bril in de badkamer. “Nee hoor,” zei ze. “Die is niet van mij.”

Dus nu is de grote vraag; als de bril niet van mijn schoonmoeder is; van wie is hij dan wel? Ik bedoel, ik neem aan dat er nu iemand is die een bril mist. En dat die iemand een bekende van mij is. Tenslotte laat ik niet Jan en Alleman toe in mijn badkamer. Al met al vind ik het een vreemde kwestie.

Wie heeft een idee?

Waar is Esther?

Voor de openhaard.

Ik weet, het jaar is nog niet oud. Toch moet het gek lopen wil dit weekend in 2008 qua lounging & luiheid in al zijn eenvoud worden overtroffen.

Allereerst hebben we uitgeslapen. Zelfs de kinderen sliepen uit. We douchten lang. Dronken eindeloos koffie. Verder hebben we vooral dingen níet gedaan. Níet gaan zwemmen. Níet gaan winkelen, níet op visite. Helemaal niets. Mét niemand en bíj niemand.

De kinderen vonden het heerlijk. sMiddags ging de openhaard aan en we speelden spelletjes. Paul bakte een cake met ze. Ik heb de krant gelezen en ik heb zélfs op de bank even mijn ogen dichtgedaan. De meisjes speelden heerlijk samen.

De regen gaf ons een goed excuus. We kochten een paar nieuwe boeken bij de boekhandel en dat was het dan. Daar vermaakten we ons mee. Dat én de open haard. De gordijnen vroeg dicht, zuurkoolschotel in de oven en Barbarapappa op de televisie.

Het was heerlijk. Ik ben er helemaal van opgeknapt. Wat een rust. Niet verder denken dan de muren van je huis. Niet leuker doen dan je bent. Niet inzitten over het feit dat de kinderen rond één uur nog in pyjama lopen.

Kortom, mijn voornemen om het rustiger aan te doen werpt vruchten af. Waar ik me voorheen druk maakte om ‘wat gaan doen’ denk ik nu meer ‘wat gaan we níet doen’. En ik moet zeggen, in tegenstelling tot wat ik altijd onbewust gedacht heb; niemand wordt daar slechter van.

Zoals een wijs man al eens zei:

Laissez faire laissez passer le monde va de lui-meme.