De groene kersthel

Ik weet niet hoe het met jullie is, maar ik kan echt geen kerstbal meer zien!

Niet alleen heb ik uren met een stel kinderen plastic fotokerstballen zitten knutselen, ik ben gisteravond ook weer tot tien uur op school geweest om de kerstmeuk netjes op te bergen voor volgend jaar.

Vooral dat laatste viel nog niet mee, want we waren ’s middags  ‘geholpen’ door groep zeven en acht, die in hun enthousiasme alle takken van de nepkerstbomen door elkaar geslingerd hadden. Het resultaat: ongeveer de hele avond bezig met het ontwarren van alle kluwen van iets dat zich nog het beste laat omschrijven als ‘de groene kersthel’.

Kerst, geen bal ‘an

En ook hier thuis is het inmiddels bal. Annabel heeft gisteren de lievelingskerstbal van Liz kapot laten vallen en ondanks mijn enthousiaste uitroep dat scherven geluk bengen, viel het humeur van mijn oudste niet meer te lijmen. Ik vrees dat er niets anders opzit dan met gevaar voor eigen leven naar de Interatuin te sjezen om een nieuw ornament te kopen. Over hysterische toestanden gesproken.

Als een balletje

Afijn, niet zo gek dat mensen zo rond de feestdagen naar de fles grijpen. Ik denk terug aan de afgelopen dagen, aan de problemen met mijn planning (man een borrel, ik een afspraak, gaaaah, wat te doen met de kids?!), het dwangmatige denken aan kerstamuses en ben acuut toe aan een borrel. En dat om tien uur ‘s morgens!?

Nog mazzel  trouwens, dat ik zzp’er ben en dus niet ontslagen kan worden omdat ik dronken op een kerstborrel sta. Stel je voor!

De ballen

Al surfend, opzoek naar ontspanning, vond ik deze site, waarop de redenen van kerststress prachtig geïllustreerd zijn. In woord en beeld. Leuk, kakkerlakken als kerstcadeau en massahysterie in warenhuizen. Altijd fijn om te zien dat het erger kan.

Het artikel eindigt trouwens positief: als de sfeer er maar inzit, komt alles weer goed. Nou ja, dat is natuurlijk wel zo. En sfeer maken we zelf. Weet je wat, ik hang nog maar een paar extra ballen in de boom. Wordt het alsnog een feestje!

Aju, fijne Kerst, en eh.. de ballen!

Word jij ook gek van de decemberdrukte? Lees de nieuwe gastblog van Judith over ‘wanneer ben je nou gek’ en doe de test!

Foto is van Aranka’s kookblog.

Annabel en Paul

Het valt iedereen op.

Waar Lizzy steeds meer op mij gaat lijken, trekt Annabel duidelijk naar haar vader. Niet alleen qua uiterlijk (wat een heerlijke blauwe ogen hebben die twee toch) ook qua gedrag is ze zijn gelijke.

Onverschrokken zijn ze. Dapper. Dol op wilde spelletjes en spannende boeken. Het liefst met rare teksten. Zo werd ik gister tijdens het eten door Annabel ‘uitgescholden’ voor kale nietsnut, een brutale benaming uit het boek ‘De drie kleine piraatjes’. Afijn, soms moet je éven ingrijpen.

Waar Lizzy rustig knutselt en uren kan tutten, speelt Annabel bij voorkeur met blokken, raceauto’s en dino’s. Ze bouwt garages en laat de tyrannosaurus rondrijden in de vrachtauto. Meestal vóórdat hij de andere reptielen opeet.

En net als de tyrannosaurus is ze een vleeseter. Ook dát heeft ze van haar vader. Vlees in plaats van aardappels, worst op brood maar dan zonder brood. Ze is geen grote eter. Ze eet liever váák dan veel.

Als ze de kans krijgt, eet ze alles door elkaar. Ik merk het op feestjes, als de controle wat minder is. Met de helft van de dropveter nog uit haar mond begint ze aan de nootjes. Neemt een slok chocomel om de boel weg te spoelen. Misselijk worden kent ze niet.

En als de controle er wel is, moet je slim zijn. Zo staat Paul regelmatig te snoepen in de keuken opdat de kinderen (of ik?) het niet zien. Neem nou zaterdag; ik had een grote reep milkachocolade gekocht. Wil ik er een stukje van nemen, stoot ik mijn neus. Weg reep.

En die gewiekstheid zie ik ook bij háár. Terwijl ik kopjes warme chocomel uitdeel is het verdacht stil in de keuken. Ik tref Annabel aan op het aanrecht. Haar hand in het nesquickpak. Bruine vegen om haar mond.

“Zeg, haal jij je pikvingertjes eens snél uit dat pak!” roep ik boos. Haar grote blauwe ogen kijken verbaasd. “Maar mamma,” zegt ze. “Víngers deden het! Vingers vinden het zo lékker!” Ja, mij aan het lachen maken, zodat ik niet kwaad word. Dát kan ze als de beste.

Zoals ik al zei, ’t is net haar vader.