Vet balen!

Twee derde van de meisjes van 14 en 15 jaar oud vindt zichzelf te dik en wil afvallen (klik voor het artikel).

Ook kinderen van tien maken zich al druk om hun gewicht, zo blijkt uit een nieuw Brits onderzoek. En wat doen die kinderen dan, lees ik verder, dan gaan ze het ontbijt overslaan. Kijk, daar gaat het al mis. Want wáár zijn de ouders die daar op letten?! Continue reading

Advertisements

Winterefteling

Oké, ik geef het toe.

Ik had gezworen nooit meer een voet op de gelaafde grond van de Efteling te zetten. (Vorig jaar klein drama met klierige kletsen.) Maar ja, als je dan gratis en voor niets een all inclusive dagtripje krijgt aangeboden (via werk), tja, dan is het wel héél onhollands om ‘nee’ te zeggen.

Het gesprek dat we met de kletsen voerden was vriendelijk doch dringend. (“Als jullie gaan zeiken gaan we naar huis.”) En dat hielp. Als waren ze weggelopen uit een spotje van Center Parcs, zo zoet laveerden de meiden door het park. Niets geen gezeur en gemopper, gewoon lekker en ongeremd enthousiast.

We zagen de rode schoentjes, alle sprookjes, de draak (Annabel was hier niet weg te slaan) en natuurlijk de Indische Lelies. We moesten snel naar ‘het draaiende huis’ (Villa Volta) want dat vonden de meiden zo geweldig. We warmden ons aan de knapperende vuren en blancheerden de kinderen in de draaiende kookpotten.

“Ik wil in dat schip,” zei Lizzy aan het einde van de dag. Paul en ik keken elkaar verschrikt aan. Het schip? Dat nare ding waar je maag van in je keel geraakt? Echt niet. “Daar ben je te klein voor,” probeerden we nog. “Nietes,” zei Lizzy. “Mamma moet bij mij blijven,” riep Annabel. Opgelucht keek naar Paul. Hij zuchtte en slofte vervolgens achter Lizzy aan.

“Viel best mee,” zei hij later. “Ik wil nog een keer!” riep Lizzy enthousiast. “We zijn nog niet in de draaimolen geweest,” probeerde ik. Maar nu had Annabel óók iets gezien; de zweefmolen. Dit keer was ik de pineut. Flink misselijk kwam ik er weer uit. De pannenkoek die ik had gegeten zat opeens flink dwars. “We gaan naar de Pandadroom,” fluisterde in Pauls oor. “Dat is gewoon stilzitten.”

Ach ja, alles voor de kinderen. “Het was een geslaagde dag,” zei ik na afloop in de auto. “Zeker,” knikte Paul. “Maar we gaan pas wéér als ze overal alléén in kunnen!”

Het is boekenweek!

(1)

De oud-jonge benen trilden en trappelden. Klauwen van handen sloegen, wrongen en zwaaiden door de lucht; plotseling gingen ze omlaag en het wezen dat zijn zoon was geweest, begon aan zijn eigen gezicht te klauwen. ‘Langer dan je denkt, pap!’ brabbelde het. ‘Langer dan je denkt! Adem ingehouden toen ze me gas gaven. Wilde het zien! Heb het gezien! Gezien! Langer dan je denkt!’

(2)

De plotselinge emotionele afstandelijkheid van David zou waarschijnlijk zelfs onder de beste omstandigheden een ramp voor me zijn geweest, aangezien ik zo’n beetje de meest aanhankelijke levensvorm op deze planeet ben (een soort kruising van een golden retriever en een zeepok), maar dit waren mijn allerergste omstandigheden. Ik was radeloos en afhankelijk, en had meer zorg nodig dan een te vroeg geboren drieling.

(3)

Natuurlijk ziet ze hem meteen. Ondanks de drukte trekt hij haar aandacht vanaf het moment dat hij binnenkomt. En druk is het vanavond in Altlantis. Het is een grote kroeg met drie zalen waar je naar livemuziek kunt luisteren en thema-avonden kunt bezoeken. Ook door de week, zoals op deze dinsdagavond. Birgit komt hier graag, al ligt de gemiddelde leeftijd wat lager dan haar zesentwintig jaar.

Welk boek las ik recentelijk (1), welk boek lees ik nu (2) en welk boek ga ik dra lezen (3)? Gok maar raak voor een knaak.

– Vervolg –

(4)

“How could she have know what a terrible mistake she was making? Had she pulled on the wrong thing? Had she gripped too tight? He gave out a wail, a complicated series of agonised, rising vowels, the sort of sound she had heard once in a comedy film when a waiter weaving this way and that, appeared to be about to drop a towering pile of soup plates.
In horror she let go, as Edward, rising up with a bewildered look, his muscular back arching in spasms, emptied himself over her in gouts, in vigorous but diminishing quantities, filling her navel, coating her belly, thighs, and even a ortion of her chin and kneecap in tepid, viscous fluid. (…) But now she was incapable of repressing her primal disgust, her visceral horror at being doused in fluid, in slime form another body. In seconds it had turned icy on her skin in the sea breeze, and yet, just as she know it would, it seemed to scald her. Nothing in her nature could have held back her instant cry of revulsion. The feel of it crawling across her skin in thick rivulets, its alien milkiness, its intimate starchy odour, which dragged with it the stench of a shameful secret locked in musty confinement.”

(5)

“‘Geronimo, je hebt een pukkel op je snuit!’ Snel zocht ik een spiegel om te controleren of ik inderdaad een pukkel op mijn snuit had (helaas, ja). ‘Bah! Gi-ga-geitenkaas, waarom juist vandaag?’ Op de een of andere manier overleefde ik die VERSCHRIKKELIJKE dag (vraag me alleen niet hoe!). Toen ik tegen de avond naar huis wilde gaan, kwam ik erachter dat het metropersoneel staakte! Ik piepte: “Waarom uitgerekend vandaag?’”

(6)

“Ziet u, Daniel, om mijn leeftijd zie je de zaken óf met helderheid óf je hebt een groot probleem. Dit leven is het waard om geleefd te worden om drie of vier dingen. De rest is mest voor het veld. Ik heb er al een hoop op los geleefd en ik weet nu dat hete enige wat ik wel, is Bernarda gelukkig maken en op een goede dag in haar armen sterven.”

(7)

“Woensdagavond gaat ze weer proberen met hem in contact te komen en ze wil dat ik meega. Ze zegt dat ik een aura om me heen heb. De hond stikte zowat in een kippenbotje. We hebben hem ondersteboven gehouden en hard op zijn rug geklopt en toen kwam het botje eruit. Ik heb de hond maar bij oma gelaten om een beetje bij te komen van de schrik. Heb ‘Septuagesima’ opgezocht in mijn zakwoordenboekje. Het stond er niet op. Morgen zal ik in het schoolwoordenboek kijken. Een hele tijd wakker gelegen en nagedacht over God, het leven, de dood en Pandora.”

Uit welk komt mijn favoriete citaat (4), wat is het lievelingsboek van Lizzy (5), wat vind ik het mooiste boek van de afgelopen tijd (6) en welk boek behoort tot mijn favoriete ‘klassiekers’ (7).

Heb jij zelf een favoriet fragment, post het dan hieronder en laat ons meeraden. Harsikke cultuur verantwoord, dus werkgever moet niet zeuren

Vanavond doe ik er nog wat stukjes bij. Is meteen voor twee dagen ‘leesvoer’.

Bij de huisarts

Het was warm in de wachtkamer.

“Dat is toch wel gek hè?” zei de mevrouw naast me. “Dat ze om kwart voor negen al een uitloop hebben van een drie kwartier.” De meneer tegenover ons knikte. “Laatst was het nog erger, toen hadden ze ruim een uur uitloop. ”

De oude mevrouw staarde naar de deur. Ze keek op haar horloge. “Soms denk ik dat ze het expres doen,” zei ze. “Als een soort ontmoedigingsbeleid.” De meneer tegenover ons knikte weer. “Het werkt wel,” zei hij. “Ik ga pas naar de dokter als het niet meer te harden is.”

Plotseling hoorde we iemand kuchen. De huisarts stond in de deuropening. “Ah,” zei hij. “Meneer Jansen. Daar bent u weer. En wat scheelt u vandáág?”

De kist

Onze witgeschilderde kast is een groot succes.

En succes smaakt naar meer. Zo werkt het nou eenmaal; ben je van de ene ergernis af, valt de andere opeens meer op. Nu de ene kant van de kamer helemaal naar mijn zin was, het oogt veel ruimer, moest ook het speelhoekje van de kinderen er aan geloven.

En dus stuurde ik Paul marktplaats op om een houten kist te zoeken. (Hier is zó verdeeld dat ik degene ben die het fysieke shoppen doet en Paul het digitale.) Al snel vond hij een mooie kist. Eikenhout, goed te schilderen (wit natuurlijk) en groot genoeg voor een heleboel speelgoed.

Gisteravond ging hij hem halen. De kist stond in de hal van een enorm huis. “Het is een prachtige kist,” zei de oude baas die de kist van de hand deed. Hij had een beetje melancholiek geklonken. “Groot genoeg om van alles in op te bergen.” Paul had geknikt en verteld over het kinderspeelgoed. “Ja,” bevestigde de oude man. “Je kunt er écht van alles mee.” Paul vertelde later dat de oude baas een beetje triest naar de kist had gekeken. “Je kunt er zelfs in gaan liggen als het einde nadert,” had hij gezegd.

“Er viel een stilte,” zo vertelde Paul later. “Waarna de oude man zijn keel schraapte en grinnikte. Hij gaf me een knipoogde en zei: ‘Maar ja, het is mijn smaak niet.’”

In de trein

Gesprek tussen twee jongens.

J1: “Jij raadt nóóit wat ík gisteravond heb gedaan!”
J2: “Nou?”
J1: (trots) “Voor mezelf gekookt.”
J2: (ongelovig) “Echt?”
J1: “Jazeker. Aardappels. Groentje. Vleesje.”
J2: (verwachtingsvol) “En?”
J1: “Helemaal niet slecht. En nog wel leuk ook!’
J2: “Misschien moet ik dat dan ook eens doen.”
J1: (waarschuwend) “Wel een kookboek gebruiken hoor!”

… Stilte …

J2: (zuchtend) “Mijn moeder zei ook al dat het wel meeviel.”