Voor de lieve vrede II

Lizzy en Annabel staan voor de kerstboom.

“Mamma, luister eens,” zegt Lizzy. Klingelingelingeling. Klingelingeling. “He, ik hoor een klingelklokje!” Annabel knikt stralend. “Ja. We hebben Tuffy’s oude bel in de kerstboom gehangen.” Ik kijk over hun schouders en zie een klein zilverkleurig klokje tussen de groene takken. “Verrek zeg,” roep ik. “Wat slim van jullie!” De kletsen werpen een stichtelijke blik op de kerstboom. “Zo is Tuffy toch nog bij ons met kerst,” zegt Lizzy. “Lieve Tuffy,” zucht Annabel.

En dan moet ik even slikken.

De Helden

“Ik moet nog een stukje schrijven voor mijn site.”

De drie mannen in de tuin keken me geïnteresseerd aan. Paul porde in de tuinhaard. A. nam een slok bier. “Waarover wil je dan schrijven?” vroeg hij. “Over het weekend,” antwoordde ik. O. staarde in de vlammen. “Schrijf dan over PSV. Dat ze gelijk gespeeld hebben.” Ik grinnikte. “Het is voor Vrouwonline. Niet voor Manonline.”

“Waar heb je gister over geschreven?” vroeg A. “Over haar blaar,” zei Paul. “Moet je zien, bizar ding man!” Met gepaste trotst toonde ik mijn blaar die inmiddels kootjesgroot was. “Gétver, mijn maag draait ervan om!” zei A. Waarop O. vertelde dat hij pas was flauwgevallen bij de tandarts.

Wat volgde waren verhalen. O. had een keer een hechting geweigerd omdat hij bang was voor de spuit. “Plak het met maar gewoon aan elkaar,” had hij gezegd. A. durfde niet meer naar de huisarts. En mijn eigen held deed een duit in het zakje door toe te geven dat hij ternauwernood overeind was gebleven tijdens mijn bevallingen. “Maar goed,” zei A. uiteindelijk. “Jij moest nog een onderwerp voor je stukje.”

“Laat maar,” gniffelde ik. “Ik heb al een idee.”

Hoezatdatookalweer?

Het was wel weer even wennen.

Vriendin N. miste zo’n beetje elke afslag. “Verdorie zeg,” mopperde ik. “Je bent hier toch wel váker geweest?” Waarop ik vervolgens, eenmaal gearriveerd, mijn badjas uitgooide en mét onderbroek én B.H. onder de douche dreigde te stappen. Vriendin N. trok me er nog nét op tijd onderuit. “Jij bent het ook verleerd!” lachte ze.

Ik bleek mijn handdoek te zijn vergeten. Maar goed, die kon ik huren. Ik had mijn brillenkoker op tafel laten liggen. Niet erg. Én ik bleek vergeten mijn make-up te verwijderen. Dat was een groter probleem want zo veranderde ik langzaam in een kruising tussen Eva en een pandabeer. “Misschien kunnen we het eraf scrubben?” opperde N.

Toen ik uit het bubbelbad stapte ontdekte ik dat mijn slippers waren gekrompen. Ik moest ze ergens verwisseld hebben. Vriendin N. klaagde dat ze haar shampoo en haarborstel was vergeten. We wasten ons haar met een soort fruitige substantie die we in de doucheruimte vonden. Dit bleek later bodylotion.

Zelfs bij het uitchecken ging het fout. Met kleren en al stapte ik het douchehok weer binnen. “Nee hè,” mopperde ik. “Ik word gek hier.” N. hoorde me al niet meer. Zij was teruggelopen om onze sleuteltjes alsnog uit de kluisjes te halen. “We moeten echt weer wat vaker gaan,” zuchtte N. toen we weer in de auto naar huis zaten.

“Al is het alleen maar om onze saunakennis op peil te houden.”