Meet the Flintstones II

Ik kwam er pas vrijdag achter.

Dat die monteur maandagochtend zou komen. Ik had de afspraak even over het hoofd gezien. (#zomertijd) Dat was niet echt handig want ik nou net díe ochtend een vertelsessie gepland: zowel de klas van Lizzy als in die van Annabel zou ik een bijna-vakantieverhaal vertellen. (Bij Liz een heel speciale, een spannend verhaal waarin haar eigen klas de hoofdrol speelde. Het verhaal was een groot succes maar dit terzijde.)

Er zat weinig anders op dan dat Paul zou thuisblijven. (Onder protest, hetgeen door mij genoteerd werd.)

Om elf uur was ik weer thuis. Geen Ziggomeneer. Geen nieuwe aansluiting. Nog wel TV, internet en telefoon. Paul ging naar zijn werk en ik wachtte af. Ik schreef nog snel een logje voor Vrouwonline. Ik printte een pastarecept. Afijn, ik verval in herhaling.

Om kwart voor twaalf belde de monteur. “Ik wil graag de afspraak verzetten. Is het goed als ik vanmiddag kom?” Tja. Om kwart voor twaalf heb je niet echt meer een keus meer, lijkt mij. “Ik wil wel voetbal zien,” zei ik. Echt niet dat hij mijn TV ging afsluiten als Nederland moest spelen. De monteur verzekerde me dat, wanneer hij om half twee zou komen, hij vóór de wedstrijd klaar zou zijn.

Om half twee ging de bel. De monteur, een jonge jongen, begon direct allemaal enge dingen te roepen. Het modem was niet goed (maar dat bleek later nog wel mee te vallen). De kabels lagen op de verkeerde plek (hoezo?) en hij wilde een brief met codes van me hebben (zei me niets). Het zweet brak me uit en dat had niets met de locale temperatuur te maken.

De brief bleek een afspraakbevestiging van Ziggo te zijn. Ha, die had ik gezien. Snel ging de monteur aan de slag. “Heeft u een stekkerdoos?” “Hoeveel meter kabel loopt er vanaf de aansluiting naar de slaapkamer?” Het werd half drie, drie uur. “Wilt u deze aansluiting splitten?” Half vier. De kinderen waren inmiddels uit school en ik had nog steeds geen beeld. Ik begon ‘m te knijpen.

Plotseling, een paar minuten voor vier, hadden we beeld. De spelers liepen het veld al op. “Gelukt,” zei de monteur opgetogen. “En als u nou snel even een handtekening zit, dan kunnen we allemaal voetbal kijken.” “En jij dan?” vroeg ik. “De wedstrijd begint al bijna.” “Geen probleem,” zei de monteur. “Ik woon in Vlakbij.”

Ik hield de deur voor de monteur open. Op de achtergrond klonk het Wilhelmus. “Ik heb het goed gedaan,” zei de monteur, duidelijk in de ban van het voetbal. “Ik heb mijn afspraken allemaal zó verzet dat ik lekker thuis voetbal kan kijken.”

Aha. Opeens werd me een boel duidelijk. Nou ja, de aftrap naderde en Oranje moest spelen. Alles leek hier verder prima te functioneren (ik had internet, e-mail en de telefoon werkte). Ik kon de jonge monteur ook wel een beetje begrijpen.

Voetbal doet rare dingen met ons.