De tijd vliegt… toch?!


“Shit, moet ik nou alwéér naar de tandarts?!”

Ik staar in mijn agenda. Het staat er echt. “Maandag 18 maart, tandarts.” Om half negen ‘mogen’ we weer (kom op mensen, dat is toch geen tíjd?! Wie heeft die afspraak gemaakt? Cruella De Vil?). Jippie.

“Ik heb het gevoel dat ik er twee maanden geleden nog geweest ben,” mopper ik.
“Tja,” zegt mijn broer, “zo’n half jaar is maar zo voorbij.”

Ik kijk nog een keer in mijn agenda. Is dat het? Vliegt de tijd en ben ik blijven hangen in de wachtkamer? Wat verdrietig! Maar het lijkt dit keer écht veel korter dan een half jaar geleden.
“Ik zou zweren dat ik er twee maanden geleden nog geweest ben.”
“Zegt iets over jou.”
“Ja, dat ik te druk ben.”

Even later bel ik de tandartsassistente. Ik kan de 18e helemaal niet. Met mijn hoofd nog steeds bij het afgelopen half jaar maken we een nieuwe afspraak. Ongelooflijk, hoe snel de tijd gaat. Ik zie mezelf nog staan aan die balie, voor mijn gevoel gisteren. Ik moet toch echt eens rustiger aan gaan doen anders glipt het leven me door de vingers.

“Dat het alweer tijd is joh,” zeg ik, vlak voor we ophangen. “Ik heb het gevoel alsof ik twee maanden geleden nog bij jullie was.”
“Je was hier ook twee maanden geleden.”
“Huh?”
“Toen werd je dochters kies getrokken. Weet je nog?”
“O. O ja.”

NB Er staan weer leuke blogs op MissPerfect. Klik hier.

Copy-paste mamma?


Ik haalde mijn typediploma in de tweede klas van de middelbare school.

Sindsdien heb ik er elke dag plezier van. Ik heb zelfs eens strafwerk op de computer gemaakt (een commodore 16), voor scheikunde. Ik moest een hoofdstuk uit het lesboek overschrijven maar in die tijd tikte ik álles en met mijn vierhonderd aanslagen per minuut was ik zo klaar. De leraar keek een beetje raar op toen ik het inleverde, maar hij zei er verder niets van.
Later werd ik secretaris van een stichting en maakte ik elke week twee a drie sets notulen op de computer. En tenslotte ging ik stukjes tikken, waar deze en gene nog elke dag getuige van zijn.

Kortom, dat typediploma was een goede investering. Dus toen ik via de school van Liz de mogelijkheid kreeg om de Klets op te geven voor een typecursus, maakte ik snel een afspraak met een consulente. Liz is tenslotte copy-paste mamma, dus zij zou zo’n cursus zeker zien zitten. Ze zit al regelmatig achter de laptop en schrijft dan hele verhalen. Over haar klas, over meisjes van haar leeftijd en over dieren. Veel van die verhalen leest ze voor op school. Die treedt in mijn voetsporen, let op mijn woorden!

Liz zag uit naar de afspraak met de consulente. Ze had nu al zin om te beginnen, wat haar betreft konden we van start. Maar mamma wilde natuurlijk óók even het een en ander weten en dus zaten we gisteren naar een afgeplakt toetsenbord te staren.

“Zo leer je blind typen,” zei de consulente.
“Ik zie het,” zei Liz.
“Zit je wel eens achter de computer?”
“Ja hoor.”
“En wat doe je dan? Spelletjes?”
“Ik schrijf verhalen.”
De consulente keek Liz bewonderend aan. “Zo zo, dan wil je zeker schrijfster worden?”
Hierop schudde mijn dochter haar hoofd.
“Nee,” zei ze resoluut. “Ik wil geen schrijfster worden.”
“Waarom niet?” vroeg de consulte verbaasd.
“Nou gewoon,” zei Liz. “Dat is mamma al.”

Ik heb net mijn aanslagen per minuut gemeten, het waren er 450. 98 % accuraat. Wil jij ook testen? Hier kan hier (klik).

Marmer XI

Paul heeft weer hard gewerkt.

Het betonvloertje is inmiddels geheel gestort. Ziet er strak uit. (Paul merkte op dat het vloertje nu zó strak ligt, dat het eigenlijk zonde is er marmer overheen te leggen. “Grapje,” riep hij snel, nadat ik hem een bijzonder boze blik had toegeworpen.)

En het is leeg beneden. Écht leeg. Het echoot nog nét niet. Alle troep is weg. Oude spullen die de eerste afslachtsessie overleefd hadden (alsnog gesneuveld), bergen zand, stapels stenen, alles is weg. Sommige dingen naar het grofvuil, andere naar vrienden. “Het echte werk kan nu beginnen,” zegt Paul.

Ondertussen blijkt de invloed van de kelder groot. Op ons huis (nog steeds vol bouwstof) maar óók op onze tuin. Zo trof ik daar gistermiddag opeens twee knoeperds van hortensia’s aan. Terwijl ik er verwonderd naar stond te kijken (nee, die stonden er twee uur geleden écht nog niet), kwam Paul naar buiten. “Gaaf hè?” “Ja, heel mooi. Uit welke plantsoen heb je die gejat?” “Niks gejat. Geruild. Met A.” “Geruild?” “Ja. Voor de oude kelderstenen.”

U ziet, zowel de man als de kelder blíjven me verrassen.