Dooie boel

Sommige mensen bezuinigen op boodschappen, anderen op hun begrafenis. Het leven draait om keuzes maken. De dood ook.

Een gemiddelde uitvaart kost toch al snel zo’n zes- a zevenduizendeuro. Kist, koffie, cake, het is allemaal niet goedkoop. Als er niemand is om te betalen neemt de gemeente de kosten voor haar rekening. Dat laatste lijkt me zo ongeveer het meest trieste dat je kan overkomen. Dat de gemeente alles regelt en er verder geen hond kom opdraven. Eigenlijk mazzel dat je er dan niet meer bent om het te hoeven meemaken. Continue reading

Sartre had gelijk

Ik besloot op de fiets naar mijn werk te gaan.

Nou besluit ik zoiets wel vaker. Tot zover niets bijzonders. Tot ik de warme keuken verliet. Gevoelstemperatuur buiten: min honderd graden. Toch pakte ik de fiets. Anders had ik mijn auto moeten krabben en als ik érgens een hekel aan heb…

Afijn. Ik was nog geen tien minuten onderweg of ik moest stoppen voor de spoorbomen. Dat was raar, want het spoorlijntje dat ik moest oversteken werd nauwelijks nog gebruikt. Vandaar ook misschien dat de vooroorlogse goederentrein zo langzaam reed. Ik hoorde de scharnieren piepen en raken. En uiteindelijk stopte de trein.

Aldus stond ik daar. Er zat niets anders op dan te wachten. Ik voelde de kou langs mijn benen optrekken. De wind ademende in mijn oren en ik vervloekte de haast die ervoor had gezorgd dat ik mijn muts was vergeten. Was ik nou toch maar met de auto gegaan.

Achter me groeide de rij fietsers gestaag. De trein stond nu zeker al een minuut of vijf stil. En opeens hoorde ik het. Er stond een R.O.A.O.- man achter me. (Relaxed Onder Alle Omstandigheden) Terwijl ik uit alle macht probeerde niet aan mijn fiets vast te vriezen, begon de man een kerstliedje te fluiten. Away in a manger. Met van die gevoelige uithalen.

Ik probeerde me er voor af te sluiten. Echt, ik deed mijn uiterste best. Maar het lukte niet. Dat schelle gefluit, alsof hij op een zonnige dag in de tuin aan het werk was, ging door merg een been. En ondanks dat mijn bloed van irritatie begon te koken kreeg ik het steeds kouder. We stonden er nu al tien minuten. De trein stond stil, het fluiten hield aan. Mijn tenen waren gevoelloos.

En op dat moment wist ik het zeker. Sartre had gelijk. De hel, dat zijn de anderen.