Pisgriet

“Wanneer beginnen ze eigenlijk precies, die Hondsdagen?”
“Hm. Weet ik niet precies. Ergens in juli. Volgens mij op Sint-Margriet.”

Ik zit in de tuin bij mijn ouders. Mijn vader heeft zojuist een opmerking gemaakt over het weer en de bederfelijkheid van het voedsel. “Zet maar gauw in de koelkast, we zitten alweer bijna in de Hondsdagen.”

We zoeken het op. Tijdens de Hondsdagen komt de heldere ster Sirius (die in het sterrenbeeld van de Grote Hond staat) tegelijk met de zon op. Deze periode van vier tot zes weken, valt samen met een –meestal- warme periode in Nederland. Vandaar dat de ‘Hondsdagen’ mede refereren aan het extra snel bederven van voedsel.

De Honsdagen beginnen – inderdaad – officieel op de naamdag van Sint-Margriet (Margaretha van Antiochie). Ook wel Pisgriet genoemd. Het verhaal wil dat Margriet een goede daad had gedaan en dat zij als beloning dat waar zij mee zou beginnen, zes weken ononderbroken vol zou kunnen houden, zonder ook maar een moment moe te worden. Ze had bedacht dat ze zou gaan spinnen, dat zou veel wol opleveren. Maar voor ze begon, wilde ze nog even haar blaas legen. Vandaar de bijnaam Pisgriet. En vandaar ook ‘volkswijsheden’ als “Regent het op St. Margriet, dan zie je zes weken de zon niet.”

“Goh,” zeg ik. “Twintig juli. Toen hebben wij elkaar leren kennen.” Paul knikt. “We hebben elkaar leren kennen op Sint-Margriet.”

“Zie je wel,” zegt mijn vader. “’t gezeik begint altijd op Pisgriet.”

Voor de lieve vrede

Kling klokje klingelingeling.

Annabel houdt van klingklokjes. Ze rammelt met de kerstballen en zingt haar liedje. “Wij hadden vroeger twee zilveren kerstklokjes,” deel ik mijn herinnering met haar. Een van mijn broer en een van mij. Die konden echt klingelen. Ik glimlach bij de gedachte aan het mooie kerstsnuisterijtje.

Ik beloof Annabel een kerstklokje. Een met een klepeltje, die ze zelf elk jaar in de kerstboom kan hangen. Net zo’n mooie zilveren als mamma vroeger had. Eentje waarbij ze met recht klingkokje klingelingeling kan zingen. Ze glundert terwijl ze over het klokje fantaseert. Belletje en haar belletje. Ik ga meteen op zoek.

Eerst de Blokker. Dan de Hema. De Zeeman, de V& D en tenslotte zelfs Riviera en Villeroy & Boch. Van alles is er. Kunstiger dan kunstig. Van papier, van hout, plastic, zelfs van kristal is er genoeg. We kunnen labradors in onze boom hangen. Pinguïns. Een schoentje van Prada, bierflesjes, digitale kerstballen (met foto), Otazu kerstballen, versiering in de vorm van hartjes, fruit of met rare teksten. Van alles zie ik aan mijn geestesoog voorbijtrekken. Van alles. Maar géén gewoon kerstklokje.

Het tuincentrum dan maar. Daar zouden ze me wel kunnen helpen. Paarse kerstkevers, vogelkooitje voor in de kerstboom, een patrijs in een perenboom. Gepokte kerstballen, gemazelde kerstballen en zelfs kerstballen met houtsnippers. Elfen, trollen, heksen. Wederom, van alles. Behalve een kerstklokje.

Dus nu de vraag. De vraag der vragen. Want ik heb natuurlijk helemaal niets tegen kerst. In tegendeel, vind kerst hartstikke gezellig. Leuk. Familie enzo. Ben ik helemaal voor. Bling bling, ook leuk. Lekker eten, heerlijk. Tot zover geen probleem. Doe ik niet moeilijk over. Dat de kerstviering zo rond de zomervakantie al in de winkel ligt, vooruit, neem ik op de koop toe. Alles voor de vrede zeg ik dan.

MAAR WAAROM KAN IK WEL EEN FOKKING LABRADOR VOOR IN DE KERSTBOOM KOPEN MAAR NERGENS EEN NORMAAL KERSTKLOKJE VOOR MIJN DOCHTER?

WAAROM WAAROM WAAROM? Hijg.

I’m off

Zo.

Tas mee, koffie mee, kunstmatig geopende ogen mee. Boven is alles nog in diepe rust. Ze liggen met z’n drieen in het grote bed, heel schattig.

Nu snel een kommetje yochurt met muesli en go go go.

Ik vertrek naar een workshop Vitamine P. Wat het is? Ik heb werkelijk géén idee. Maar als de redactie van Vrouwonline je ervoor uitnodigt, is het vást de moeite waard.

Jullie horen het nog.

En voor nu; de file in!