On Chesil Beach

“So they were eating in their rooms before the parially open French windows that gave onto a balcony and a view of a portion of the English Channel, and Chesil Beach with its infinite shingle.”

Sinds ik “On Chesil Beach” van Ian McEwan voor ons boekenclubje las, ben ik om. De boekenwinkel had het boekje niet meer in het Nederlands en aangezien het een dunnetje was, besloot het in het Engels te kopen. Ooit had ik besloten dat lezen voor mij ontspanning moest zijn, en geen studie, maar de knipoog naar de Engelse les van vroeger (waar ik van dezelfde auteur ‘The cement garden’ las) kon ik niet weerstaan.

En ik heb ervan genoten. Van het boek en de taal. Ik was vergeten hoe anders de sfeer van een boek wordt wanneer je het verhaal in een andere taal leest. Ik las aandachtiger, proefde woorden en zinnen en las soms hele passages hardop. Toen ik ‘On chesil beach’ uithad begon ik direct in ‘Chocolat’ die ik toevallig ook nog in het Engels had liggen.

Nu is het zo dat een boek zich ervoor moet lenen in een andere taal gelezen te worden. Dikke boeken, ingewikkelde taalconstructies, verhalen waarin heel snel heel veel gebeurt, die lees ik liever in het Nederlands. Een boek moet een sfeer hebben die zich laat versterken door de taal, zoals een schilderij dat lijkt te veranderen wanneer je hem in een andere omgeving hangt.

Waar ik naar toe wil. Chocolat is bijna uit. En ik zoek een nieuw, fijn boek. Een boek dat ik in het Engels kan lezen en waarin ik, juist door die ander taal, helemaal kan verdwalen. Een boek dat tot de verbeelding spreekt en zich door sfeer en beeld onderscheid van de anderen.

Wie kent zo’n boek?

NB, ik begrijp net dat sinds gistermiddag de reactiemogelijkheid het niet doet. Heb de redactie al gemaild. Als nu plaatsten dus niet lukt, probeer het dan vanmiddag!

Update: Sorry, er kan nog steeds niet gereageerd worden. 😥

Update 2: Yes, hij doet het weer. Graag alsnog jullie reacties.

(G) een bijzondere dag

Het is prachtig lenteweer.

Ik ben uitgeslapen, fris van de tandpasta. De kindjes worden lachend wakker. Ze spelen een reclamespotje. De douche is lekker warm, mijn kopje thee verrassend zacht en dorstlessend.

Buiten schijnt het zonnetje. Appelsientje aan de lucht. De hemel is tintelend blauw. Op de weg is het rustig, heerlijk die schoolvakanties. Niet haasten, geen drukte. Op het postkantoor lacht de jongen achter de balie me toe. “Goeiemoggel.”

Op kantoor staat de koffie al klaar. Een kopje werklust met opgeklopte melk. Mijn collega maakt een grapje, ik schiet in de lach. Snel trek ik de rolgordijnen achter mijn bureau omhoog. Het belooft een stralende dag te worden.

Alles is zoals het moet zijn. Mooi, rustig en glinsterend. Dingen hebben kleur, sommige meer kleur zelfs dan anders. Het zal wel door de lentezon komen. Of door de sterkte koffie.

Alles is zoals het moet zijn.

En toch mis ik iets vandaag.

Ben je wel goed bij je smurf?

Ik ben gisteren naar de Albert Smurf gesmurfd.

Normaal smurf ik daar echt nóóit (ik ga altijd naar Dirk van de Smurf of de Smurf-1000), maar van de kletsen had ik begrepen dat er wat te smurfen viel. En warempel, het smurfde daar van de smurfen. Smurfbel vond het prachtig, we smurfden de kassa bijna niet omdat er onderweg van alles opgesmurfd was.

We smurfden thuis met drie smurfen en twee Gargamels. Via het vivaforum probeerde ik de Gargamel te smurfen voor een brilsmurf, maar daar smurfde niemand in. Ondertussen had Smurfbel de arm van de ene Gargamel er al afgesmurfd dus belandde hij in de prullensmurf. Waarmee het probleem van de dubbele Garamel min of meer opgesmurfd was.

Uiteindelijk bleek ik door al dat gesmurf de groente te zijn versmurfd dus smurfde ik Paul dat hij alsnog even naar de Albert Smurf moest smurfen. Toen hij thuiskwam, zonder smurf want hij smurfde nergens van, zei ik dat ik dat niet zo heel smurf van hem vond. “Ik zou je bijna naar de winkel terugsmurfen,” smurfde ik quasi boos.

Hij keek me aan alsof ik niet helemaal smurf was.