Birdcare

De kinderen zijn uit logeren.

“Eindelijk,” zei Paul. “Eindelijk weer eens een rústig avondje.” Maar toen kwam één van de oudere buurtmannen langs. In zijn grote hand hield hij één van de kleine Vlaamse gaaitjes. “Deze valt steeds uit de boom,” zei hij. “Ik dacht, ik breng hem maar naar jullie.”

Het vogeltje was duidelijk uitgeput. Het kon zijn oogjes niet meer openhouden. “Die moesten we maar eens een nachtje hier houden,” zei ik tegen Paul. Ik maakte wat fruitpulp en Paul zocht insecten. We voerden het gaaitje met de hand.

Nadat het beestje genoeg had gegeten nestelde het zich op Paul zijn schoot. En zo keken we gedrieën voetbal. Wanneer het spannend werd en zeker wanneer Nederland scoorde, begon het gaaitje enthousiast te krassen. “Volgens mij is ’t gewoon een Hollandse gaai,” zei Paul nog.

Vanochtend was de vogel duidelijk uitgerust. Nadat hij nog wat fruit had gegeten fladderde hij zó door de terrasdeuren naar buiten. En nu zit hij weer in de boom (Paul moest hem er wel weer eerst inzetten.) Eigenwijs kijkt hij op ons neer.

“Zo,” zei Paul toen we naar ons werk vertrokken. “Eén de deur uit. Nog twéé te gaan.”