Ik ben een stomme koe

Moeders trekken hun zonen voor.

Tenminste, zo gaat het bij de meeste dieren. Ben je een aap, een hert of een olifant dan heb als zoon per saldo meer overlevingskans. Je krijgt een grotere hoeveelheid voedsel en je wordt beter beschermd. Echte mannen? Welnee. Mamma’s kindjes.

Uitgemolken

Maar er zijn uitzonderingen. Koeien bijvoorbeeld. Na een heleboel jaren onderzoek, met heel veel koeien en liters melk, is er maar één conclusie mogelijk. De meiden zijn de grote winnaars! Hoe? Simpel, mama produceert méér melk als er een dochter wordt geboren dan wanneer er een zoon in het stro ligt.

Koetig

Hiervoor zijn verschillende verklaringen. Bijvoorbeeld: de dames krijgen extra voeding omdat ze dan eerder volwassen worden en zelf een kalf kunnen krijgen (de stieren hebben niet zo’n haast, dus die kunnen wachten). Andere onderzoekers beweren dat er niet echt een biologische reden voor is, dat de moeders gewoon een voorkeur hebben voor dochters.

De laatste – en meest recente – verklaring: het ligt niet aan de moeders, het ligt aan de dochters! Zij zorgen er op de één of andere manier voor (het woord manipuleren wordt in de tekst gebruikt) dat de moeder meer melk geeft. Hoe de meisjes dat doen? Door het produceren van een grote(re) hoeveelheid oestrogeen.

Oestrogeen?

Met mijn hoofd vol koeienconclusies sta ik in de keuken. De meiden zitten op de bank en roepen om ontbijt. Ze willen muesli, maar de yoghurt is op. Dus serveer ik pap. Die lusten ze niet, melden ze, dus rooster ik een boterham. “Mamma, mag ik thee.” “Mamma, wil je een glaasje water pakken!” Ik mopper dat mijn dochters luie varkens zijn  – om maar even op de boerderij te blijven – maar ik blíjf voor ze rennen.

En nu weet ik dus waarom. Omdat ze mijn dóchters zijn. En omdat hun moeder zo af en toe gewoon een stomme koe is.

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl is het weer Pink Saturday én kan je een thermomok van Rosti Mepal winnen!

30: Getsiederrie

“Eh, Max…” Het is zaterdagochtend en ik wil net mijn tanden zetten in een overheerlijk vers gebakken ham/kaascroissantje dat mijn lieve Mick net in alle vroegte voor me bij de bakker heeft gehaald. Hee, ik ben zwanger en ik heb honger en ik heb nu even weer de beschikking over een slaafje, eh, man.

Mick kijkt me vol afschuw aan.  Wacht eens even, hij kijkt niet naar mij. Hij kijkt naar mijn borsten. Ik kijk naar beneden en slaak een gil. Ter hoogte van mijn tepels tekenen zich twee grote natte plekken af op mijn slaap T-shirt.

“Getsiederrie, wat is dit nu weer.” 

Ik til ongegeneerd mijn T-shirt op en bestudeer mijn tepels. Die zijn bedekt met minuscule druppeltjes melkwit vocht. Melkwit vocht? What the f…?! “Mick, dit is melk. Er komt melk uit mijn tieten!”

Mick verbleekt. “ Is dat niet een beetje vroeg? Dat moet toch pas als het geboren is? Weet je zeker dat het melk is?” 

“Weet ik veel! Het is wit en het lijkt op melk. Het zal dus wel geen rode wijn zijn, hè.” Het komt er een beetje bits uit, maar hee, ik ben zwanger en ik lek en ik heb de beschikking over iemand om chagrijnig tegen te doen.

“Ik ga de verloskundige bellen. Dit is echt niet normaal!” 

Daadkrachtig beent Mick naar de slaapkamer (het telefoonnummer ligt op het nachtkastje) om vijf minuten later met een opgeluchte blik op zijn gezicht weer terug te komen.

“Loos alarm. Volkomen normaal. Bij de ene vrouw wat meer dan bij de andere. Soms helemaal niet. Soms heel veel. Het kan allemaal. Je moet van die dingen kopen, eh, wat zei ze nou? Een soort inlegkruisjes voor in je beha, bij de apotheek, maar ook gewoon bij de Hema of het Kruidvat of de Etos en soms zelfs in de supermarkt. Als het een grote supermarkt is tenminste.” 

Ik slaak een zucht van verlichting. “Goed, als jij dat dan even regelt, dan ga ik even een ander T-shirt aantrekken en dan stop ik zolang wel echte inlegkruisjes in mijn beha.” 

“Je bedoelt…”

“Ja, wil je mij soms met die lekkende borsten de straat opsturen?”

“Nee, maar ik ga toch niet…” 

“ En waarom niet? Schaam je je soms dat je een zwangere vriendin hebt, of zo.” 

“Nee, maar…” 

“ Nou, ga nou maar, want ik moet die dingen echt hebben. Nu.”

“Jeetje, Max, overdrijf je nu niet een beetje…”

Dan begin ik opeens met gierende uithalen te huilen.

Mick kijkt me verschrikt aan. “ Schat, ga zitten. Eet je croissantje. Ik ben zo terug met die dingen. Verdorie, hoe heten ze nou?” 

“Zoohoogcomprehessen,” zeg ik snikkend. “Staan op het kraamlijstje.” 

“Zoogcompressen!”  zegt hij voldaan glunderend alsof hij net het woord in 2 voor 12 heeft geraden.

“Ik ben zo terug, schat. Met een tas vol zoogcompressen!” 

Mijn held!

—Wordt vervolgd— 

Laatste loodjes

De kletsen zijn aan vakantie toe.

Ik merk het ’s ochtends. Ze zijn humeurig, willen hun bed niet uit en hebben op alles commentaar. (Zie ook logje van gisteren.) “Wanneer is het nou vákááhantie?” vraag Lizzy elke dag. Ze heeft duidelijk geen zin meer. “Ik wil slapen,” zegt Annabel geeuwend.

En ook overdag zijn ze onrustig. Ze maken ruzie om de gekste dingen en ik moet ze constant vragen om niet zo door elkaar heen te tetteren. “Maar ik wou net is slimmigs zeggen!” roept Annabel boos. “ Door jou vergeet ik altijd alles, mamma!” moppert Lizzy.

Volgens de juf is het in de klas niet anders. De kleuters zijn druk en moeilijk te handhaven. Ik vond het dan ook niet vreemd dat Juf vroeg of ik de kleuters een ochtendje kon bezighouden met een leuk verhaal. “Dan kan ik even verder met opruimen.”

Aldus toog ik vanochtend met mijn vertelhoed op naar Lizzy’s klas. Ik vertelde het verhaal van Jet en Joris, die dit jaar niet op vakantie zouden gaan. Hierop besloten de kinderen dan zelf maar op reis te gaan. Aan het eind van hun avontuur (dat hen naar het eiland van Prinses en Prinszeven leidde), mochten ze een wens doen. Jet en Joris wisten niet hoe snel ze zichzelf weer naar huis moesten wensen.

Na het verhaal lapte ik – ondanks mijn lamme vlerken – de ramen. Dat had ik nou eenmaal beloofd en belofte maakt schuld. En toen was ik er klaar mee. Me dunkt dat ik ’t afgelopen jaar genoeg gedaan heb. “Mamma,” zei Lizzy toen ik wegging. “Je moet nog een doos speelgoed meenemen om schoon te maken.” “Ik moet niks,” zei ik, waarop Lizzy me boos aankeek.

Zoals ik al zei, de kinderen zijn aan vakantie toe.

En mamma ook.

NB Wie belangstelling heeft voor het verhaal van Prinses en Prinzeven kan me een e-mail sturen (via VOL of Hyves). Dan mail ik het toe.