Tien dingen die je kan doen…. met een watermeloen

Zeg je ‘zomer’ dan zeg je watermeloen! 

Als het warm is, is het niet alleen dé perfecte dorstlesser (95% water) maar ook een gezond tussendoortje. Familie van de komkommer & pompoen (dus eigenlijk een groente!), bevat kalium, vitamine C en ijzer. Geen vet, geen cholestrol en veel vezels. Maar… je kunt er meer mee dan opeten!

Bijvoorbeeld, een sculptuur maken, een cake bakken, bottelen, barbecueën, je kind ermee aankleden, afijn. Kijk zelf maar!

watermeloen1

 

 

 

 

 

watermeloen2
watermeloen3

 

 

 

 

 

 

 

 

 


watermeloen11

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

watermeloen4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

watermeloen6

 

 

 

 

watermeloen7

 

 

 

 

 

 

watermeloen8

 

 

 

 

 

 

watermeloen9

 

 

 

 

 

 

 

Goed voornemen

“He Es,” dacht ik vanochtend. “doe dat nou niet!

Het is echt niet nodig om op maandagochtend, om zeven uur ‘s ochtends, de hele week te plannen. Eigenlijk is een dag al teveel! Wat je vrijdagavond eet, zie je dán wel. En dat turnwedstrijdje van zaterdag, dat komt wel goed. Vrijdag zoek je de route even op en zaterdag zet je de wekker wat vroeger.

En wat betreft je kleding; je hebt gisteren al een spijkerbroek klaargelegd. ’t Pas heus wel bij je aura, echt. Morgen gooi je ‘m in de was en dan zoek je weer wat anders uit. Er hangt genoeg in je kast. En anders heb je nog altijd de jurkjes, die kunnen altijd. Niet zo onzeker, dat past niet bij je karakter.

En dat je zo naar kantoor moet, nou en? Even heen en weer en daarna aan de koffie. Of je dan nog tijd heb om aan je boek te schrijven? Zie je dan wel weer. En de hulp komt vanzelf, maakt het nou uit dat je haar niet meer gesproken heb. Ze komt altijd. Ze komt nu ook. Leg de sleutel maar gewoon onder de mat en stuur haar een smsje.

Inderdaad, Lizzy heeft niet zo goed geslapen. Maar ook niet heel slecht. Vanavond gewoon een beetje vroeg naar bed en dan is ze weer de oude. Of jij ook vroeg naar bed moet? Mens, dat zie je vanavond toch wel? Misschien wil je wel lekker nog even televisie kijken na het zwemmen, weet jij veel?! Je moet niet zoveel denken.

Is het te laat voor een goed voornemen?

Ik draai de douche dicht en neem me voor om vanaf nu ’s ochtends niet verder te denken dan mijn eerste kop koffie. (En die ga ik nu nemen!)

Latte Medicinale

Ik heb het niet vandaag.

Merkte het gisteravond al tijdens het zwemmen. Mijn benen leken te zijn volgelopen met water. Mijn armen kreeg ik nauwelijks omhoog. Zelfs mijn hoofd omdraaien was al teveel moeite. Op mijn tandvlees trapte ik door de regen naar huis. Daar zeeg ik op de bank neer om er vervolgens niet meer vanaf te komen.

Vanochtend stond ik op alsof ik door een stoomwals was overreden. Niet dat ik ziek was, op een beetje keelpijn en een lichte verkoudheid na was er niets aan de hand, maar gewoon ontzettend krakkemikkig. Mijn lijf werkte niet mee, mijn hoofd deed pijn. Getergd in knekels en knoken. Kortom, mijn bioritme werkte niet mee.

Ik begon de dag met een latte medicinale; koffie met melk en twee aspirientjes. Het hielp tegen de hoofdpijn maar verdreef de dufheid niet. O bah, O bah, een ergerdag. Geen dossier komt onbemopperd voorbij, geen telefoontje wordt zonder commentaar afgehandeld. Het is pas twaalf uur en ik heb meer dan tien scheldwoorden gebruikt.

Afijn. Ik zal jullie er verder niet mee lastigvallen. Ik verstop me vandaag maar even achter mijn computer. Kijken of ik dag doorkom zonder ruzie met iemand te maken.

NB Je eigen bioritme wel eens bekeken? Is wel grappig. Je kunt het
hier hier doen.

Een gedicht

Al dagenlang wordt hij
Door onzekerheid gekweld
Hij weet, hij heeft niet lang meer
Zijn dagen zijn geteld

Hij ziet het einde nad’ren
En weet dat hij moet gaan
Zijn vlam zal hij nu doven
Het is met hem gedaan

De duisternis zal komen
Het boek december sluit
Hij weet, hij moet vertrekken
Want zijn verhaal is uit

De tijd die hem nog rest
Is op vannacht gericht
Want daar, in ’t diepste donker
Begint het mooiste licht

Dus sluit hij nu zijn ogen
En droomt vast van zijn feest
Hij zal ons laten weten
Dat hij er is geweest

We zeggen hem gedag
Vaarwel 2008
Wees alsjeblieft voorzichtig
In deze Laatste Nacht

En dan om twaalf uur
Op de grens, 2009
Geeft hij zijn einde toe
En ’t nieuwe jaar zijn zegen

(r) door Esther

Een spelletje

Ze zaten elkaar in de haren.

“Kom,” riep ik. “Kom, we doen een spelletje!” Ik haalde het prinsessenspel uit de kast en zette het op tafel. “Jááá!” klonk het eensgezind.

“Mag ik beginnen?” vroeg Lizzy. “Nee, ík!” riep Annabel. Ik reageerde een beetje geïrriteerd. “Nee. We doen gewoon wie het hoogste gooit. Díe mag beginnen.” Ik gaf Lizzy de dobbelsteen. “Oké,” zei ze. En ze gaf hem een zwieper richting het plafond. “Wat doe je nou?” riep ik geërgerd. “Kan je niet normaal gooien?” “Maar mamma,” klonk het oprecht verbaasd. “Je zei zelf dat wie het hóógst gooide mocht beginnen!”

Vorst: de winter komt!

Wel:

– Warme chocomelk
– Erwtensoep
– Boerenkool
– Schaatsen
– Sleetje rijden/ sneeuw
– Open haard
– Ijsbloemen op de ramen
– Winterzon
– Warme kinderlijfjes
– Sloffen
– Sint / Kerst

Niet:

– Bevroren autoramen
– Statisch haar
– Ijzelregen
– Gladheid
– Files
– Koude voeten
– Schrale lippen
– Afwezigheid zomerfruit
– Bevroren vingers

Open voor aanvulling

Mutzigkeit

“Ik moet panty’s kopen,” zucht ik. “Ik heb er geen één meer!”

“Wat heb je nu dan aan?” vraagt vriendin C. met een blik op mijn benen. Ik haal mijn schouders op. “Niets. Bloot-onder-het-rokje.” C. knikt instemmend. “Ik draag pumps zonder sokken!”

We bekijken de wintermode. “Beetje depri,” oordeel ik. C. zegt dat ze het wel mooi vindt, maar dat ze het ‘nog niet zo bij het seizoen’ vindt passen. Nee, op dit moment vind ik níets bij het seizoen passen.

Ik puf terwijl we Vanillia inlopen. “Ik heb het zo warm,” klaag ik. “Ik heb echt spijt dat ik mijn winterjas aan heb getrokken.” C. luistert niet. “Kom eens,” roept ze enthousiast. “Kijk eens wat een ontzettend leuke muts!”

En leuk ís-ie! Een gehaakte wollen muts met een grote bloem erop. Beetje flower-power meets twenties. “O, hij kan heerlijk over je oren, lekker voor op de fiets!” kirt C. Nadat ik de muts aan alle kanten heb bekeken, zet ik hem ook op.

En dan krijg ik een paniekaanval. Buiten schijnt de zon en binnen is het warm. Een verkoopstertje, gekleed in slechts een t-shirt, loopt langs. Met mijn dikke jas en wollen muts voel ik me net een ijsbeer in de Sahara. Ik krijg spontaan een opvlieger; het zweet breekt me uit. Snel hang ik de muts terug.

“Weet je wat,” zeg ik tegen C. als ik buiten weer op adem ben gekomen. “Ik koop wel een muts als kóud is, oké? Op dit moment vraag ik me ten zeerste af of we überhaupt nog een muts nódig gaan hebben komende winter!”

Woorden van vroeger

Op zolder. Achter het schot.

Hier moest het zijn. Hier, ergens tussen de rommel moest hij hangen. Ik zocht en zocht. Maar zo’n honderd stofniezen later had ik de jas nog steeds niet gevonden. Ik gaf het op. Zo belangrijk was hij niet. En bovendien, ik was had iets interessanter gevonden.

Voor me stonden drie dozen. Ik wist wat er in zat. Ik had ze zelf daar opgestapeld en dichtgebonden. Voorzichtig veegde ik het stof van de bovenkant. Ik peuterde aan de strik. Het rook naar inkt, vervlogen woorden en oud papier. Het rook precies zoals oude dagboeken horen te ruiken.

“Ik heb dit boekkie gekregen,” begon het eerste. Ik was elf en schreef mijn eerste stukjes. Het dagboek was zilver met zwart. Met een kapot slotje. Voor zover ik weet hebben mijn ouders noch mijn broertje er ooit in gelezen. Begrijpelijk, gezien de hoeveelheid onzin die ik schreef. “Gelukkig maar,” dacht ik al lezende. “Gelukkig maar dat ik geen elf meer ben.”

De jaren vlogen voorbij. Middelbare school, vakanties, nieuwe school, kamp, studie, samenwonen, weer alleen wonen. Ik heb mijn hele leven gevangen in woorden. Uit de tijd dat ik op de havo zat, en de eerste jaren in Amsterdam, heb ik heel veel schriften. Om en om geschreven met mijn –toenmalige- beste vriendin B.

Als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat het teruglezen me nou niet direct een prettig gevoel gaf. Ik ergerde me eraan hoe druk ik was mezelf cool te vinden. Gênant gewoon. En cool was ik zeker niet. Ik was vooral bezig mijn beste vriendin (die wel cool was) te imiteren. Al lezende kreeg ik zelfs last van plaatsvervangende schaamte. Schaamte voor mijn vroegere ik.

Uiteindelijk heb ik alle boeken teruggestopt. En de dozen weer dichtgebonden. Alle brieven, kaarten en reisverslagen konden daar, op zolder achter het schot, rustig verder verstoffen. Voorlopig was ik vooral blij met de ‘ik’ van het heden. Die gewoon lekker zichzelf was. De tijd van de nostalgie was nog niet gekomen.

Misschien als ik straks oud en stram ben. Misschien dat ik dan alles nog eens teruglees. En dan lees ik alles wat ik bij Viva en Vrouwonline heb geschreven er achteraan. En misschien, heel misschien, denk ik dan iets heel anders dan nu.

Misschien denk ik dan wel; was ik nog maar elf.

Douche, douche

“Douche, douche, maak me gek!”

Verbaasd kijk ik op van de krant. Wat zingt ze nú weer? Ik luister nog eens goed. Douche, douche, maak me gek.*

“Zeg Liz,” vraag ik een beetje bezorgd. “Waar heb je dat liedje vandaan?” Het zingen stopt. “Van Ian en Quinten. Die zingen dat steeds.” Aha. Ian en Quinten. De oudste kleuters. Met oudere broertjes en zusjes.

“En weet je ook waarom ze dat zingen?” Lizzy knikt. “Omdat ze zo van douchen houden. Tenminste, dat zeggen ze. Ze zingen het altijd als het gaat regenen. Douche, douche, maak me gek.”

Misschien zien jullie er de humor niet van in, maar ik moest er vréselijk om lachen.

* Voor de wat oudere lezers; ‘douche’ moet ongetwijfeld ‘dushi’, (Antilliaanse) straattaal voor ‘schatje’, zijn.