Operatie Kampuitbraak

“Nou,” zei mijn moeder vanochtend.

“Ik ben toch zó benieuwd hoe Lizzy geslapen heeft vannacht”. Ik schonk een kopje koffie voor haar in. “Dat kan ik je wel vertellen hoor,” zei ik droog. “Ze heeft uitstekend geslapen. Naast mij in bed.” Mijn moeder dacht dat ik een grapje maakte. Niets was minder waar.

Gisteravond om kwart voor elf belde de juf. Mijn stoere meid, die vorige week nog zonder één kik te geven bij de tandarts een afgebroken tand had laten wegsnijden, had last gekregen van ernstige heimween. “Ik moest steeds aan jullie denken,” zei ze, toen ze om half twaalf vannacht in ons grote bed lag. “En toen werd ik zó verdrietig.”

Verder was ze eigenlijk heel enthousiast. Ze had een geweldige dag gehad en heerlijk gespeeld. De huifkar was leuk, de spelletjes spannend en alle vriendinnetjes waren lief voor elkaar. Op het moment van de heimween na, was het gewoon een heerlijk kamp. Na een (kort) nachtje slapen bracht Paul haar vanochtend in alle vroegte weer terug naar de grote kampeerboerderij.

“Ze kon zo mee naar de ontbijtzaal,” aldus Paul. “Jij was zeker vroeg op,” had een vriendinnetje gezegd. “Ik zag je helemaal niet in de slaapzaal”. Om half negen vanochtend klom Annabel haar hoogslaper uit. Ze had oma gehoord in de gang. “Die Liz,” zei mijn moeder. “Wat een malle meid.” “Lizzy is er niet,” zei Annabel slaperig. “Lizzy is op kamp hoor!”

Afijn, tot zover Operatie Kampuitbraak .

Een gesprek

Aan de telefoon.

“En heb je kinderen?”
“Ja. Twee.”
“Van elk soort één?”
“Nee. Twee meiden.”
“O. Dan heb je het niet goed gedaan hè?”

Niet goed gedaan? Niet goed gedaan???! Jij weet helemaal niet wat een heerlijke kinderen ik heb! Hoezo niet goed gedaan? Ik heb het super gedaan. Mijn meiden zijn The Best. Natuurlijk heb ik het wel goed gedaan!

Maar dat zeg ik niet.
Dat zeg ik nooit.