Werkt Oranje erotiserend?

Dat we van oranje allemaal een beetje raar worden, dát is onderhand wel bekend. Maar wist je dat de zeges van het Nederlands elftal aanzetten tot onveilige seks?

Echt waar.

Het is een tijdje geleden onderzocht en de resultaten waren opvallend! Uit het onderzoek werd ook duidelijk dat mindere resultaten van het Nederlands elftal de seksuele driften negatief beïnvloeden. Na de uitschakeling in de halve finale door Italië in 2000 lag het aantal morning-afterpillen 10 procent onder het gemiddelde peil. Na de zeges op Joegoslavië, Tsjechië en Denemarken lag dat percentage ruim veertig procent daarboven!

Scoren!

Kennelijk raken we opgewonden van een mooi doelpunt. En worden we er nog overmoedig van ook. Of zou het komen omdat er op die avonden (te)veel gedronken wordt? Na een verlies blijf je meestal minder lang in de kroeg hangen. Het kan ook met de overdaad aan oranje te maken hebben, lees ik elders op het net. De kléur oranje staat voor genot, energie, vitaliteit en … seksualiteit.

Zin in wilde seks

Ik bespreek het verschijnsel met een paar vriendinnen. Vriendin A geeft toe dat ze na de euforie van een gewonnen EK of WK-wedstrijd inderdaad méér zin heeft in wilde seks. Maar ze ervaart de kleur oranje daarbij niet als extra erotiserend. “Het ligt echt aan de roes”, zegt ze. “Niet aan de kleur.”

Vriendin B is het met haar eens. “Anders zouden we na Koninginnedag/ Koningsdag toch ook massaal met elkaar de koffer in duiken?” Vriendin A knikt instemmend. Na díe dag heeft ze meestal juist géén zin in seks. Als ik haar vraag of ze daar dan óók een verklaring voor heeft barst ze in lachen uit.

“Ja zeg! Dan zie ik de hele tijd dat hoofd van Koning Willy voor me!”

Meer over Koningsdag? Je volgt me op mijn blog www.esthervuijsters.nl 

Met mijn Zusters

Een puntmuts, zwarte High Heels en een cape. Ik was klaar voor het Heksenavondje.

“Als ze me nou in een kikker veranderen, willen jullie me dan kussen?” vroeg ik de meiden. “Ja hoor,” zei Annabel. “We kussen sowieso alle kikkers die we vangen.” Echt? Ja. O help. Ja, dat krijg je met een heks als moeder.

“Ik vind je een beetje eng,” zei Annabel. “Maar ook wel mooi.” “Waarom neem je de bezem niet mee,” vroeg Lizzy. De bezem. Dat was eigenlijk wel een goeie. In de tuin stond een echte heksenbezem, die zou wel indruk maken op mijn Zusters.

Helemaal in het zwart, gothic ogen en met een bezem in mijn fietstas, zo reed ik weg. “Je lijkt wel een soort schoorsteenveger,” zei Paul. “Pas op, daar komt de bezemwagen,” grapte de buurman. Ik stak mijn tong uit. “’t Is toch donker.”

Maar in de stad was het niet donker. Fietste ik hoor, in mijn lange zwarte jas en met een bezem als knalpijp. De opmerkingen waren niet van de lucht. “Hé,” riep iemand. “Is je bezem kapot?” “Vond je het te koud om te vliegen?” Eén van de lolbroeken kwam zelfs naast me fietsen en knoopte een heel gesprek met hem aan. Pas toen ik zei dat ik naar mijn wekelijkse breiavondje ging, haakte hij af.

Tot zover mijn immer goeie ideeën.

Het Heksensfeest was al in volle gang toen ik binnenkwam. Een voor een druppelden de Zusters binnen. Ik kreeg een glas koeienserum (18%) in mijn handen gedrukt. De tafel stond vol met heerlijke heksenhapjes en het rook naar pompoentaart, soep en geurkaarsen. Hoofdheks S. deelde spreuken uit. “De spreuk – hardop voorlezen graag – kiest jou,” zei S. “En die wijsheid kan je niet negeren.” De liefde bedrijven is net als touwtje springen, las ik. Je kunt het niet de hele dag doen.

Tjonge. Dat seksverhaal blijft me wel achtervolgen zeg.

We goten kaarsvet om onze toekomst te bepalen. Mijn ‘toekomst’ hield het midden tussen een koraalrif en een pennenset. “Misschien word je ’s werelds eerste onderwaterschijfster?” opperde een van de Zusters. Zij had makkelijk praten. Zij had net een fallus én een baarmoeder gegoten. Dan weet je genoeg.

Ik ga niet trouwen, zo wees een schoenentest uit (geen idee wat die inhield, de test speelde zich buiten mijn blikveld af, ik zat net aan het koeienserum met Zuster A.) En ik krijg geen kinderen meer (mooi, meteen even de wieg op marktplaats zetten). Eén van de zusters zong een mantra met ons (om mani padme hum) wat echt heel grappig was want zoiets had ik nog nooit gedaan.

Tegen middernacht vond ik het welletjes geweest. Ik was moe van de mantra’s, tureluurs van het toveren en katterig van het koeienserum. Ik pakte mijn bezem, zette het raam open en vloog naar huis.

Dit keer had ik geen last van vervelende opmerkingen.


Spinnensalade van Zuster A.

Het medaillon

Het is alweer ruim een jaar geleden dat mijn oma overleed.

“Mag ik haar medaillon,” had ik destijds gevraagd. “Dat zilveren, met die Franse versiering.” Dat medaillon, dat was heel erg oma. Vroeger maakte ze het altijd voor ons open, zodat mijn broertje en ik erin konden kijken. Open en dicht. Het maakte een heel bijzonder geluid. Iets tussen klik, krak en plok in. “Alsof je een stukje chocolade van een reep afbreekt,” zeiden mijn broer en ik.

Mijn moeder en mijn tante wisten eigenlijk niet zo goed wat ik bedoelde. Medaillon? Had ze een medaillon dan? Blijkbaar was het medaillon vooral fascinerend geweest voor de kleinkinderen. En nu wist niemand meer waar het was gebleven.

Een paar dagen geleden kwam het medaillon, tot mijn grote vreugde, boven water. Mijn moeder had het gevonden. Het had in een doosje gezeten. En dat doosje zat in een laatje van een kistje. Dat kistje stond in een kast en die kast was een troep. Zo gaat dat.

“Het is een vies ding hoor,” zei mijn moeder. “Maar als je nog wilt, dan mag je het hebben.” En vies was het. Bijna zwart. Plakkerig van het vuil en met een kapot kettinkje. Ik maakte een badje van sodawater met aluminium en poetste met zilverpoets. Ik verving het kettinkje.

Vóór ik het omhing deed ik er twee foto’s in. De haarlok van mijn moeder – die er al in had gezeten – stopte ik achter Lizzy’s foto.

De Kletsen vinden het medaillon fascinerend. Steeds weer moet het open en dicht. Net als vroeger. “Het maakt zo’n grappig geluid als je dicht klikt,” zei Lizzy vanochtend. “Ja hè,” knikte ik. “Net of je een stukje chocolade van een reep afbreekt.” De Kletsen knikten instemmend. Precies. Zo klonk het.

Oma, mijn moeder, ik en mijn dochters. Vier generaties samen in één zilveren medaillon.

Mooi hè?