Rugpijn


Met mijn hand op mijn rug strompel ik het kantoor binnen.

“Zo,” zegt mijn broer, “gaat ‘t?”
Ik schud mijn hoofd en ga met een van pijn vertrokken gezicht achter mijn bureau zitten.
“Ik heb ongelooflijk pijn in mijn rug,” zeg ik.
“Heb je een verkeerde beweging gemaakt?” Mijn broer kijkt me bezorgd aan terwijl hij een kop koffie voor me inschenkt.
Ik schud wederom mijn hoofd en leg uit dat ik een nieuwe hobby heb. Eentje waarbij ik te lang krom heb gestaan heb. Vooróver gebogen krom wel te verstaan.
“Nou ja, hóbby,” zeg ik. “Het is meer een soort verslaving.”

Mijn broer is reuze benieuwd wat die nieuwe hobby/verslaving is, waardoor ik nu niet meer rechtop kan staan.

Jullie ook? Raad maar. En nee, het heeft niets met seks te maken (ik zal jullie even voor zijn) en ik was niet naakt tijdens het uitoefenen van mijn nieuwe hobby (dit naar aanleiding van de foto).

Advertisements

Onderbroekenlol

Collega M. is een heerlijk mens.

Neem nou vandaag. We zitten op kantoor, rustig achter onze computers, vraagt ze opeens: “Hé Es, heeft Paul wel eens lingerie voor je gekocht?” Ik kijk op van de zaak waaraan ik werk. Ik behandel op dit moment een lastige schade waarbij een psychiatrisch patiënt is betrokken, dus het is even omschakelen.

“Ja,” mompel ik. “Ja, hij heeft wel eens lingerie voor me gekocht. Althans, ik weet niet of je het echt lingerie kan noemen. Het was meer soort sexy setje wat hij eh ergens vandaan had.” M. grinnikt. Ze snapt me. “En? Was het een succes?” Ik schud mijn hoofd. “Nee,” zeg ik. “De B.H. zat prima. Maar het broekje niet.” Ik rommel in mijn papieren.

M. laat me niet met rust. Ze vraagt verder. Ik zucht en laat mijn kin rusten op mijn handen. “Hij had niet op de maat gelet,” leg ik uit. “Toen ik het broekje wilde aantrekken kreeg ik het niet eens over mijn bovenbenen, laat staat over mijn kont. ‘Gewoon even doortrekken,’ zei hij. Dat deed ik en toen scheurde het ding in twéé.” M. barst in lachen uit.

“Ja lach maar,” mopper ik. “Het was heus lullig hoor!” “Ach joh,” sust ze. “Weet je hoe het bij mij ging? Ik kreeg óók een sexy setje. En het broekje was véél te klein. En míjn man had wél op de maat gelet. De verkoopster had namelijk gevraagd wat voor maat ik droeg, waarop hij achteloos had gezegd: ‘gewoon normaal’. Toen moest ik hem even wat uitleggen. Ik greep hem bij zijn trui, wees op mijn achterste en riep heel hard: “Kijk. Dit. Is. Niet. Normaal.”

En dan moeten M. en ik heel hard lachen. Om onze mannen én om onze eigen dikke billen. We lachen zó hard dat andere collega’s verbaasd opkijken. M. wuift hun vragende blik weg. “Je had erbij moeten zijn,” hikt ze. “Alhoewel…” “Onderbroekenlol,” grinnik ik. “Wie kent ’t niet.”

N.B. Heb jij ook een lekker gênant verhaal over niet-passende kleding, verkeerd gekozen cadeautjes of mislukte fantasieën? Laat ons dan even meegenieten!

Samen spelen

Lizzy en Annabel spelen ziekenhuisje.

Een omgekeerde speelgoedstrijkplank is de ambulance. Lizzy gebruikt de hem als step. Ze draagt een witte jas en heeft een stethoscoop in haar zak. “Tatutatutatu” toetert ze.

Lizzy is dokter Roos. En dokter Roos is onderweg naar Annabel, de moeder van drie gewonde dino’s. Ze zit met haar kindertjes op de bank. “Och, och, och,” sust ze.

De dino’s worden op de omgekeerde strijkplank gezet en door dokter Roos meegenomen naar het ziekenhuis. Daar worden ze met spoed geopereerd. Als ze op de verkoever liggen, gebeurt er iets vervelends. De Tyrannosaurus Rex stormt binnen.

“Waaaah, waaah,” brult Annabel. Ze rent door de kamer en zwiert het grote speelgoedreptiel door de lucht. “Ik ga jullie opeten.” Dokter Roos is niet onder de indruk. “Wegwezen,” sommeert ze. “Ze hebben hun bek gebroken. Ze moeten rusten.”

Annabel moppert. “Mag ik dan mijn kinderen weer meenemen?” Lizzy schudt haar hoofd. “Ze moeten een spuit en ik ga hun haar nog kammen.” Annabel denkt even na. “Dan ga ik even pappa bijten,” zegt ze. “Tot straks.” “Tot straks,” zwaait Lizzy waarna ze zich weer over haar patiënten buigt.

En zo spelen ze ieder hun eigen spel. Alleen, maar toch samen.