Comazuipen


“Zo,” zei de hulp terwijl ze een emmer op het aanrecht zette. “Dan ga ik nu even een sigaretje roken.”

Annabel, die de hulp op geheel eigen wijze aan het ‘helpen’ was door haar knuffels allemaal stofvrij te maken, bekeek eerst de emmer en daarna het pakje sigaretten.
“Ik ga nooit roken,” zei ze.
“Verstandig,” zeiden hulp en ik tegelijkertijd.

Annabel, gesterkt door onze goedkeuring, ging vervolgens nog een stapje verder. Haar grote blauwe ogen staarden naar een punt ergens achterin de tuin terwijl ze zei: “En ik ga ook nooit pillen en drugs nemen.” (Ze sprak het uit als ‘druggggs’.)
“Goed zo,” zei ik. “En ga je ook nooit alcohol drinken?”
Annabel haalde haar schouders op. Kennelijk hoorde alcohol niet bepaald bij de Zeven Hoofdzonden.
“Nou, misschien wel een wijntje. Of een biertje.”
“Bier is lekkerder als het warm is,” zei de hulp.
“En af en toe een wijntje kan geen kwaad,” zei ik.
“Je moet alleen niet gaan comazuipen.”

Bij het woord ‘comazuipen’ keek Annabel op. Ze kneep haar ogen tot spleetjes en leek heel diep na te denken.
“Wat is comazuipen.”
“Zóveel drinken dat je bewusteloos raakt.”
“O. Nee. Dat ga ik maar niet doen. Comazuipen. Heb jij dat wel eens gedaan, mamma?”
“Nee zeg, gelukkig niet.”

Afijn. Zo ging het gesprek nog even door. Tot het sigaretje van de hulp op was en Annabel weer aan het werk ging. De emmer ging naar buiten en ik nam weer plaats achter de computer.

Zomaar een lollig gesprek, op maandag met mijn dochter van zeven. Over tien jaar is ze zeventíen. Ik hoop dat de gesprekken over deze onderwerpen dan nog steeds lollig zijn.