Woord van het jaar 2011


Jammer, ik ben te laat.

Driehonderdvijfennegentig woorden werden er ingezonden en nu is het klaar. De oproep is van de site af en de woorden weigerambtenaar, wordfeud en plaszak maken alle drie kans op de titel ‘woord van het jaar‘.
Dat heeft de vakjury van Onze Taal vandaag bekendgemaakt. De shortlist is een feit en op 26 november wordt het winnende woord gekozen.

De afgelopen jaren vielen woorden als gedoogregering, ontvrienden, swaffelen en Bokitoproof in de prijzen en dit jaar strijden, naast de drie bovengenoemde woorden, mee: app, Arabische lente, bedrijfspoedel, casinopensioen, eurocrisis, occupy en schuldencrisis.

Echt jammer dat ik te laat ben. Ik er nog wel een paar in willen sturen.

Bijvoorbeeld:

– Regenbogen (het werkwoord)
– Schapenlampjes
– Vrouwenparkeerplaats
– Slaaphandstand
– Pepernotenkilo
– Uggsmoment
– Worstballen
– Lachkieuwen
– Twitterparkiet
– Parketbreuk
– Pintoyeren
– Tutti Frutti woord
– Hooivorkbeest
– Bikinistress
– Apollozweefmolen
– Appelboer
– Boorvrouw
– Mirenaflauwte
– Lasergate
– Kletsengeklets
– Killerkoolmees
– Vervuisting
– TenPages.compoezen

En dan ben ik nog maar teruggegaan tot juni!

Waar stemmen jullie voor? En wat is voor jullie hét woord van 2011? Heb je zelf nog een mooi woord of kies je liever voor iets dat hier genoemd is?

Spijbelen

Ik heb iets geks gedaan.

Iets afwijkends. Iets dat ik normaal nooit doe. Iets dat bijna, tja, rebels voelt. Ik heb zomaar een dag vrij genomen. Zomaar. Eigenlijk zonder reden. Echt gek hoor! Gek, maar heerlijk.

Annabel is alweer flink opgeknapt (bezoekje aan de huisarts doet wonderen) en ik kan met een gerust hart gaan. Zo meteen neem ik de trein naar Amsterdam, naar vriendin F. En dan gaan we lunchen en lekker winkelen.

En terwijl ik hier zo zit, met koffie achter de laptop, voel me een soort scholier. Eentje die spijbelt. Ik voel me een student, die in de kroeg zit in plaats van op school. Ik voel me in ieder geval géén werkende moeder. En dat is nou precies het gevoel waarna ik even op zoek ben.

Dus als je straks een meisje onafgebroken ziet grijnzen, in de trein, in de Bijenkorf of gewoon ergens op straat, kijk dan maar eens goed.

Grote kans dat ik het ben.

Op de spitz drijven

Ik breng Lizzy naar bed.

“Mamma, zat jij vroeger op ballet?”
“Nee, mamma zat niet op ballet?”
“Waarom niet?”
“Dat mocht mamma niet van oma.”
“O? Waarom mocht dat niet?”
“Omdat oma zei dat mamma geen ritmegevoel had.”
“Mamma, wat is ritmegevoel?”
“Ritmegevoel is dat je goed kan dansen.”
“Mamma, mag ik wel op ballet?”
“Dat zou mamma leuk vinden.”
“Ook als ik geen ritmegevoel heb?”
“Ja schat, óók als je geen ritmegevoel hebt.”

De Zwevende Kiezer

Vanochtend vroeg, vijf over zeven

Verscheen er plots een grote lach

Want, voor ’t eerst in heel mijn leven,

Vertoonde ik plots stemgedrag

Zoiets was mij nog nóóit gelukt

Al jaren stond ik buitenspel

Ik ging er zwaar onder gebukt

Want mijn medelander kon het wél

Die switchte links, of rechts, en vreesde

Voor een politieke stormwind mee

En de paren, ja, de meeste

Vertoonden stemgedrag voor twee

Jaloers was ik. Jaloers en bokkig

Het deed mij toch zo’n groot verdriet

‘Zo gezéllig,’ dacht ik wrokkig

Hóllandser kon bijna niet

Maar nu ben ik écht in de wolken

Het is gelukt, ik mág, ik mág!

Ik mag gedachtegoed vertolken

En dát doe ik met stemgedrag

Wat fijn om zo, na al die jaren

na zoveel onrust in mijn leven

Het gevoel toch ervaren

En als kiezer rond te zwéven