Luidruchtiger of zeurderiger? Wat zeg jij?

Zijn scholen anno 2014 nou zoveel luidruchtiger, of zijn de omwonenden gewoon zeurderiger? Interessante vraag. Hoe ik daar zo op kom? Lees maar even mee.

Ik als ‘omwonende’

Om te beginnen woon ik zelf pal tegenover een school. Daar heb ik hinder van (‘s ochtends heb ik een soort straatverbod in mijn eigen straat) maar ook plezier. Ik heb geen overburen en mijn kinderen hebben altijd een plek om te spelen.

Scream & shout

Omdat ik veel thuiswerk weet ik altijd precies welke klas wanneer buiten speelt. Er zijn namelijk juffen die hun kuikens rustig houden (‘wel spelen, lawaai mag, niet gillen!’) en juffen die drukker zijn met elkaar – of hun mobiel – dan met de klas. Bij die juffen wordt er het hardst gegild. En dat gillen, daar heb ik echt een vreselijke hekel aan.

Mijn idee als ‘omwonende’:  scholen zijn luidruchtiger dan vroeger (echt niet dat wij zo gilden op de pleinen!) en juffen en meesters mogen daar best wat van zeggen.

Ik als ouder

Maar ik heb zelf ook kinderen. En die zitten op de school-hier-om-de-hoek. En die school-hier-om-de-hoek organiseert regelmatig iets leuks voor de leerlingen. Zijn ze goed in! Als zoiets buiten schooltijd is, dan wordt er een briefje door de deur gedaan bij de omwonenden, als het binnen schooltijd is niet.

U stoort mij!

Afgelopen woensdagochtend stond de school in het teken van een theaterdag. Op die ochtend werd gebruik gemaakt van een geluidsinstallatie voor de muziek en voor stemversterking. Een omwonende had daar problemen mee  en stuurde de school een brulmail. De strekking: “Ik moet leren en u stoort mij!”

Toen ik dit hoorde was ik in mijn rol van ouder. En dus vond ik het gezeur. Waar ging het hier nou helemaal om? Een feestje op school, een ochtendje en op carnaval en nieuwjaar na gebeurt er gewoon niets op dat schoolplein. Je woont bij een school, dan weet je dat er soms overlast is.

Mijn idee als ‘ouder’: wat zeuren die omwonenden zeg!

Ho effe

Maar wacht eens even? Een paar minuten geleden was ik zélf nog geïrriteerd. Omdat er zo gegild werd hier tegenover, op het kleuterplein. Ik ga daar dan wel niet over mailen, maar ik geef toe, ik heb het wél eens overwogen.

Ingewikkeld hoor. Nu weet ik het ook niet meer. Heeft die studerende meneer dan toch gelijk? Of zeur ik over het gillen?

Dus vandaar mijn vraag. Zijn de scholen anno 2014 nou luidruchtiger dan vroeger, of zijn de omwonenden gewoon zeurderiger?

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl gaat het vandaag over beelddenken bij kinderen.
Advertisements

Cijferinflatie op school

Kinderen zijn niet altijd gebaat bij een compliment. Vooral onzekere kinderen kunnen – bij overdreven prijzen – denken dat de lat (te) hoog ligt. Daardoor gaan ze een nieuwe uitdaging misschien uit de weg. Dat is de strekking van het onlangs verschenen artikel op de site van Nationalezorggids.nl.

Letterlijke cijferinflatie

Het artikel sluit aan bij iets wat me al een tijdje dwarszit. Iets dat me opvalt aan de basisschool van mijn kinderen en – als ik de verhalen van vriendinnen hoor – aan basisscholen in het algemeen. Ik noem het ‘cijferinflatie’. Létterlijke cijferinflatie wel te verstaan: het opblazen van cijfers voor werkstukken, spreekbeurten en boekbesprekingen.

Een acht is (te) laag

Ik werd me van het verschijnsel bewust toen mijn oudste dochter (toen acht) in groep vijf zat. Ik dacht dat het aan de juf lag, maar later bleek dat het in alle klassen gebeurde: er werden zulke hoge cijfers gegeven! Het gemiddelde voor spreekbeurten en werkstukken ligt rond de negen, met een standaarddeviatie van 1. Een acht is dus relatief ‘laag’.

Tjonge! Een 10-

Vorig jaar had Liz een 9,5 voor haar spreekbeurt en gisteren kwam ze thuis met een 10-. Super natuurlijk, wij trots, zij tevreden, maar toch. Die hoge cijfers zijn geen uitzondering. En dat vind ik gek. Cijfers boven de acht horen een uitzondering te zijn. Want een acht is gewoon goed en zeker boven het gemiddelde.

Een zeven is dus eigenlijk een onvoldoende

Maar nee. Een acht ís tegenwoordig niet meer ‘gewoon goed’. “Als ik een 8,5 zou hebben, dan zou ik écht balen!” zei Liz, toen ze trots over haar 10- vertelde. Kinderen die het niet goed doen (en dat kan aan de presentatie liggen maar ook aan de voorbereiding) krijgen een 7 of een 7,5. En dat vind ik gek, want een zeven is volgens mij nog altijd ‘ruim voldoende.’

“Een acht is écht balen!”

Het andere uiterste

Natuurlijk ben ik er vóór om een kind zelfvertrouwen te geven. En nee, afbranden met een 4- is géén goed idee. Maar zoals het nu gaat, krijgt een kind dat onvoldoende presteert, feitelijk een voldoende en wordt het  – in het licht van eerdergenoemd artikel – daardoor misschien juist wel onzekerder. En een kind dat het ‘gewoon goed’ doet, is al snel uitmuntend!

Daarbij, straks op de Middelbare school zal er sprake zijn van een geheel ander cijferspectrum. En dan? Dan zijn alle verhoudingen zoek! Krijg de ‘zeven plussers’ opeens een vijf en het ‘toppertje’ een acht. Zal dat even schrikken zijn!

Mijn dochter gaat volgend jaar in elk geval voor de tien. En daarna? Tja. Dát is een heel goede vraag!

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl staan elke dag verse blogs!

Spieken 3.0

Het hebben van een smartphone biedt spiektechnisch interessante mogelijkheden!

Waren wij nog afhankelijk van creatieve maatregelen als schrijven op benen, armen en enkels (al dan niet in codetaal), gaat de huidige generatie studenten gewoon op de WC zitten met hun telefoon en een complete database aan tentamenparafarnalia.

Stenospieken

Niet bepaald creatief, mag ik wel zeggen. Deden wij vroeger beter! Zo volgde ik een cursus stenografie en schreef ik gewoon alle antwoorden van de voren op het bord. In steno, dat konden de docenten toch niet lezen. HA! Wat was ik trots op de door mijzelf bedachte spiekmethode!

Vriendinnen smokkelden briefjes in rekenmachines (wel opletten: een rekenmachine tijdens toets Engels wekt argwaan!), tekenden we met tip-ex op onze schoenzolen en spraken we klopcodes af bij meerkeuzetoetsen. Ja, ik geef het toe, ik spiekte me suf!

Kick

Niet dat het nodig was. Ik had het toch wel goed geleerd. Het ging meer om de kick, ik vond het leuk om nieuwe methodes te verzinnen. Tegen de tijd dat ik de antwoorden had vertaald in steno en op het bord had geschreven, wist ik alles uit mijn hoofd. Mijn medestudenten hadden datzelfde met hun methodes. Wie het spieken echt nodig had, die was een loser.

Spieken 3.0

Maar dat creatieve, dat is nu dus voorbij. Nu gaan zitten ze op het gemack met de telefoon. De universiteit van Maastricht is het zat. Die gaat het spieken op de Wc’s aanpakken. Hoe ze dat gaan doen? Nou, volgens Nu.nl: “De Universiteit Maastricht gaat spiekende studenten aanpakken door ze op de wc in de gaten te houden.”

Door ze op de wc in de gaten te houden. Dus de universiteit gaat spieken of de leerlingen niet spieken. Op het toilet! Wel creatief.

Maar of het zo verstandig is….

Meer nieuws? Op www.esthervuijsters.nl staat weer een erg leuk weekoverzicht voor je klaar.