Que sera…

Terwijl ik sta te strijken spelen Annabel en haar ‘geloofde’ J. met de barbies.

Annabel: “Deze barbie heeft niets om aan te trekken.”
J.: “Maar ze heeft heel veel kleertjes.”
Annabel: “Die zijn niet goed. Daar heeft ze een te dikke kont voor.”

J.: “O! Een barbecue! Ze gaan barbecuen.”
(Ik – enthousiast – : “Een barbie-cue!”)
Annabel: “Goed. Als haar vriendinnen ook mogen komen dan.”
J.: “Denk je dat ze een wijntje erbij willen?”
Annabel: “Ja, schenk maar in. Leg jij even het vlees op de barbecue?”

Annabel: “Mam, wil jij de bank opblazen?” **
Ik: “Natuurlijk. Die bank is al best oud, hij was vroeger van mij.”
Annabel: “Zat jij daarop als baby?”
Ik: “Nee mallerd, daar speelde ik mee.”

Annabel: “Ze doet haar zilveren hakken aan. Die vindt ze het mooist.”
J.: “Ik vind ze allemaal zo mooi!” (zucht)
“Alleen deze moet weg. Die heeft een te lange jurk aan.”
Ik: “Hou je daar niet van?”
J.: “Nee, ik hou meer van korte jurken.”

Annabel: “Zo, nu gaan ze met elkaar praten.”
J.: “Waarover? Waarom? Moet dat?”
Annabel: “Ja. Dat moet.”

Annabel: “We moeten zo wel opruimen, het is een zooitje hier.”
J.: “Valt toch wel mee?”
(…)
Annabel: “Ach, dat begrijp jij toch niet.”
J.: “Nou, dan ga ik wel buitenspelen.”

“Wil je weten hoe het leven van jouw zoon en schoondochter er over pakweg twintig jaar uitziet?”
sms ik de moeder van J. “Lees dan mijn weblog.”

** In een ander verband is dit best een rare opmerking!

Nederland wint van Sloffarije!

Voetbal kijken is leuk. Voetbal kijken met kinderen is leuker.*

De kletsen kijken uit naar elke wedstrijd (al was het alleen maar om de chips!). Feest! Gezellig! Met z’n allen op de bank!

Het tweejarige dochtertje van mijn broer snapt geen bal van het spel maar is bij elk treffen in de gloria omdat ze haar oranje jurk weer aan mag. Annabel bodypaint zichzelf met roodwitblauwe krijtjes en een vriendje van Lizzy verraste zijn juf door op school te komen met een door beessies opgekalefaterde bril. Helaas moest hij van de juf de beessies verwijderen nadat hij voor de derde keer tegen zijn tafel was opgelopen.

Kinderen vinden voetbal leuk.

Voetbal is feest en de pappa’s en mamma’s doen dan zo lekker gek. Ze gaan heel hard schreeuwen als er een doelpunt wordt gemaakt en schreeuwen is leuk! Annabel begrijpt het verschijnsel ‘herhaling’ nog niet helemaal en juicht de hele wedstrijd door. Ze heeft zelf een rode en een gele kaart gemaakt en deelt die samen met haar zus naar hartenlust uit. Gelukkig maar dat Lizzy de spelregels al kent. Een bal over de lijn is ‘buitenspel’, als de scheidsrechter iets zegt is het ‘gelul’ en een corner is iets héél anders dan een hoekschop. Laatst deelden de kletsen een rode kaart uit aan de doelman van de tegenpartij. Hij had de bal uit zijn doel weten te houden en daarbijj ‘hands’ gemaakt.

Ook de deelnemende landen blijven fascineren. Hoe kunnen de Aussies nou wakker zijn als het in hun land nu nacht is? De Japansen zijn inmiddels verslagen en Nederland won afgelopen maandag van Sloffarije. Agretinie wordt wereldkampioen en anders wordt het Duitseland.

De mooiste opmerking kwam van de dochter van een vriendin. Tijdens de wedstrijd Mexico-Argentinie vroeg het meisje zich af ‘voor wie haar vader was’. “Maakt me niet veel uit,” had de vader geantwoord. “Maar ik weet wel voor wie Maxima is!” Hierop had zijn dochter even nagedacht en gezegd: “Die is natuurlijk voor Maxico!”

Wil je ook een leuke ‘voetbalopmerking’ kwijt? Bij de reacties is plaats genoeg!

* Dat vindt blijkbaar niet iedereen. Bizar bericht.

Van deze en genen

“Zeg,” vraagt mijn moeder. “Heb jij nog wat met die boekjes gedaan? Die boekjes van Klik en Klak, die hier van zolder kwamen?”

Mijn moeder heeft opgeruimd. Ze is van alles tegen gekomen. Oude musicalspullen, agenda’s, blokkendozen en de voorleesboekjes van Klik en Klak. Jeugdsentiment!
“Tja, nou, kijk,” antwoord ik een beetje ontwijkend. “Ik heb er een paar bladzijden uit voorgelezen.”

En na een korte stilte: “Lizzy vond het eng.”

“Eng?” Mijn moeder klinkt verbaasd. “Het zijn kléuterboekjes. Over twee ééndjes nota bene! Ik las ze ook aan jullie voor vroeger.”

Ik peuter aan een nagel.
“Dat weet ik. Maar Lizzy vindt best wel snel iets eng. Dat weet je toch?”
“Ja, maar dit zijn schattige eendjes. En de verhaaltjes lopen toch goed af?”

“Nou,” zeg ik twijfelend. “Die heks, uit Klik en Klak en de heks, die is echt wel een beetje eng. En de jager uit Klik en Klak en de Boze Jager ook. En als Klik en Klak verdwalen, dan is dat best spannend. En Zwartkop, de kraai, uit Klik en Klak en de Kraai, die is heel gemeen getekend. En…”

Ik haal adem en sluit af met: “Dat kan ik me nog bést goed herinneren van vroeger hoor.”

“Dat blijkt,” zegt mijn moeder droog. “Nou, dan moet je Klik en Klak maar niet voorlezen,” “Precies,” zeg ik. “Lizzy is gewoon erg gevoelig voor dat soort dingen.” “Dat is ze zeker.”

“En dat heeft ze niet van een vreemde.”

Ik weet niet of mijn moeder het zegt of dat ik zelf hardop denk.

Lekker snoepen in bed!

De Brugse topchocolatier Dominique Persoone bedacht de chocoladelipstick als letterlijke “ijsbreker” voor op chique feestjes. De gasten moesten namelijk hun vanille-ijs dessert opeten nadat ze de lippenstift hadden opgedaan. Natuurlijk kun je dit zelf thuis ook gaan proberen, maar leuker is het om de lipstick in de slaapkamer te gebruiken! Laat je lief bijvoorbeeld je lippen aflikken of teken figuren op zijn buik die jij subtiel met je tong volgt. Pas wel op: hij smelt snel!

De lippenstiften zijn verkrijgbaar in verschillende chocoladesmaken en kun je kopen in Dominique’s winkel The Chocolate Line in Brugge. Kijk voor het adres op www.dominiquepersoone.be.

Financieel advies

Uitverkoop. Alles 75% korting.

Ik heb mijn blik laten vallen op een leuk rokje. Maar ik twijfel. Moet ik het wel doen? Het is een hartstikke leuk rokje, maar goedkoop is het niet. Ondanks de sale. En ik heb al zoveel gekocht vandaag.

In mijn hoofd reken ik uit hoeveel ik heb uitgegeven. Kan het er nog vanaf? We zitten tenslotte middenin een kredietcrisis, daar moet ik niet te licht over denken. In gedachten ga ik mijn banksaldo na, mijn tegoeden, ja, zelfs mijn aandelen komen daar tussen de kledingrekken aan bod. De financieel adviseur in mij is best kritisch.

Maar dan krijg ik hulp uit onverwachte hoek. Aangetrokken door mijn peinzende blik verschijnt een winkelmeisje. Dat ze echter mijn denkrimpel niet helemaal goed geïnterpreteerd heeft, blijk wel als ze begint te praten.

“Het is heel makkelijk,” zegt ze behulpzaam. “Vijfenzeventig procent korting betekent dat u de helft van de prijs moet nemen en dan dáár weer de helft van. Snapt u?”

Update week; de toegift

Over mijn werk.

Ik werk drie dagen. Nee, dat zeg ik natuurlijk verkeerd. Ik werk zéven dagen. Vierentwintig uur per dag. Een heel afwisselende baan; 33,3 % financieel adviseur, 33,3% freelance columniste en 33,3 % moeder. (En die overgebleven 0,1%? Euh, vrije tijd.)

Het is druk, maar ik vind het leuk. Bíjna alles aan mijn drukke baan vind ik leuk. En het allerleukst vind ik het dat ik het kan combineren. Lekker een paar dagen op kantoor, rustig aan mijn eigen bureau, de hectiek van ons gezin en ’s avonds de ontspanning van het schrijven.

Alhoewel, ontspanning? Daar moet ik wel even een kanttekening bij plaatsen. Sinds ik de column in het Assurantie Magazine schrijf, heeft de financiële wereld mij ‘ontdekt’, als ik dat zo mag zeggen. Opeens word ik gevraagd gastcolumns te schrijven, inleidingen voor studieboeken en meer.

Vrijdagochtend ben ik gefotografeerd voor mijn nieuwste aanwinst; een column in Carp Diem. Een glossy, uitgegeven door de makers van Carp (Was best cool, ik werd gefotografeerd in mijn auto en op de plek des onheils, hadden ze een hele stellage gebouwd (werkelijk ufowaardig!) omdat anders het licht niet goed viel. Afijn, de hele buurt liep hier uit!)

Halverwege volgende maand komt de eerste glossy uit. Wie mij zoekt; ik sta bij het katern geld. Of ik daar trots op moet zijn, geen idee. Feit is wél dat ik, hoe slecht mijn eigen aandelen het ook doen, hard op weg ben de Rebecca Bloomswood van Nederland te worden.

En dat vind ik bést leuk.

De absurditeit van alledag

In de kroeg

“Ik vind het maar stom.” Ik neem een grote slok wijn en kijk vriendin M. serieus aan. “Wat? Wat vind je stom?” “Dat ik nooit meer een bekende tegenkom in de kroeg.” “Nah,” zegt M. bedachtzaam. “Ik zie er wel een hoor. Die daar komt ook uit dorp H. En dat meisje bij de trap, die zat één klas hoger dan wij.” Ik knik. “Ja, maar dat zijn toch geen lui waar even leuk mee gaat bijkletsen.” M. schudt haar hoofd. “Nee. Daarvoor kan je beter naar het schoolplein gaan. Daar wémelt het van de oude bekenden.”

Ik staar naar de bar. Ik probeer met mijn ogen door de rokerige ruimte heen te laseren. “Ze zíjn er dus wel. Die bekenden van vroeger. Want anders stonden ze niet op het schoolplein. Maar gaan ze nooit meer uit dan?” M. kijkt me aan. “Vast wel. Alleen niet zo vaak als vroeger.” Ze staat op om nog wat te gaan bestellen. “Of misschien,” oppert ze lachend “zijn ze gewoon ingeslapen. En zijn wij de laatsten der Mohikanen.”

“Daar drinken we op,” giechel ik. “Op de laatsten der Mohikanen!”