Overleef-tijd

“Weet je wat ík heb de laatste tijd,”

Ik breng mijn gezicht dicht bij dat van vriendin I. Alsof ik iets ga vertellen dat niemand anders mag horen. Het feit dat we – met zijn tweeën – in haar huiskamer zitten heeft hierop geen invloed

“Nou?”
“Ik vergeet steeds hoe oud ik ben.”
“O? Want, je bent nu?”
“Eh… Zevenendertig. Of ben ik nou achtendertig. Kijk, dat bedoel ik nou.”

Vriendin I. neemt een slokje wijn en fronst haar wenkbrauwen. Ze lijkt te overwegen met een diagnose te komen. Vroege dementie, vrees ik.

“Uit welk jaar ben je?”
“1973”
“Dan ben je zevenendertig.”
“O. O ja. Maar heb jij dat dan nooit?”

Vriendin I. schudt haar hoofd. “Nee.”
“Maar jij bent vierenderig, volgens mij begint het rond je vijfendertigste. Wanneer word jij vijfendertig?”
“Tien december.”
“Wedden dat jij het dan ook krijgt?!”

Vriendin I. kijkt me aan met een blik die ‘jeah right’ lijkt te zeggen. Ze gelooft er niets van, ik zie het aan haar ogen.

“Dan sta ik elf december bij je op de stoep.”
“Want?”
“Dan kom ik vragen hoe oud je bent.”

PS
Ik had vandaag natuurlijk ook kunnen bloggen over de ruzie ik vanochtend (weer!) had met Lizzy. Over hoe ontevreden ze is de laatste tijd, hoe boos en hoe ze ’s ochtends echt het bloed onder mijn nagels vandaan haalt door overal commentaar op te hebben, vooral op het feit dat Annabel veel meer mag dan zij en dat zij nooit wat mag. Dat ik maar niet snap waarom ze zo doet en hoe gek ik van haar gedrag word.
En hoe ik, terwijl ik echt probeerde het te voorkomen, mijn geduld verloor, een bakje kapot gooide, schreeuwde en volkomen uit mijn dak ging (waarbij ik afwisselend enorm boos en vreselijk schuldig voelde). Hoe we het uiteindelijk vlak voor ze de klas ingang weer goedmaakten maar hoe we toch met een rotgevoel uit elkaar gingen. En dat ik vervolgens op kantoor ongeveer in huilen uitbarstte over het feit dat ik nu al het grip op mijn kind verlies (en dat terwijl ze pas acht is) en dat ik mezelf zo’n slechte moeder voel.
Maar goed. Bloggen over een gezellig avondje met vriendin leek me een stuk gezelliger.

Een spelletje

Ze zaten elkaar in de haren.

“Kom,” riep ik. “Kom, we doen een spelletje!” Ik haalde het prinsessenspel uit de kast en zette het op tafel. “Jááá!” klonk het eensgezind.

“Mag ik beginnen?” vroeg Lizzy. “Nee, ík!” riep Annabel. Ik reageerde een beetje geïrriteerd. “Nee. We doen gewoon wie het hoogste gooit. Díe mag beginnen.” Ik gaf Lizzy de dobbelsteen. “Oké,” zei ze. En ze gaf hem een zwieper richting het plafond. “Wat doe je nou?” riep ik geërgerd. “Kan je niet normaal gooien?” “Maar mamma,” klonk het oprecht verbaasd. “Je zei zelf dat wie het hóógst gooide mocht beginnen!”

Prinsesje Annabel

Het is Annie M.G. Schmidt-week. (Klik hier)

En speciaal voor de Annie M.G. Schmidt-week heeft Querido een nieuw boekje uitgegeven. Het boekje van Prinsesje Annabel. Prinsesje Annabel ziet er op het eerste gezicht schattig uit met haar blonde vlechtjes en diamanten kroontje, maar als ze gaat schreeuwen…

De illustraties voor dit nieuwe boek zijn gemaakt drievoudig Gouden Penseel-winnaar Annemarie van Haeringen. Prachtige tekeningen. Maar. Ze hádden natuurlijk ook gewoon bij míj thuis foto’s kunnen komen nemen.

Klik hier voor de tekst van het sprookje over Prinses Annabel.

De première

Een roze loper bedekt met dartele minisuikerspinnetjes.

Zo laat de première van de nieuwe film van K3 “Het IJsprinsje” zich het best omschrijven. Nog nooit zag een mens zoveel roze en bling-bling bij elkaar. (Gelukkig was Lizzy in het geel en kon ik haar gemakkelijk traceren tussen al het prinsessenspul.) Ongetwijfeld vonden de kindertjes het allemaal prachtig. Toch hoorde je opvallend vaak een moeder sissen: “Laat je kroontje nou eens zitten.” Laten we het er maar op houden dat het een feest was voor alle generaties.

Binnen in de bioscoop (Arena, Pathé) ging het feest verder. Roze ballonnen en K3-koekjes. Celebs (leuk voor de moeders) en limonade. De film begon en de zaal was plots stil. Toch wel raar, voor ’t eerst in zo’n grote donkere bioscoop. Lizzy vond het wel wat. Tenminste, het begin. Nadat de heks (Carrie Tefsen) was geweest (“Mamma, ik wil ook wel een heks zijn.” “Dan ben je al, lieverd, dat ben je al.”) hield ze het voor gezien.

Eerst liep ze alle trappen af. Daarna ging ze voor het scherm langs. Vervolgens liep ze een rondje en tenslotte kwam ze weer bij mij terug. “Ik moet poepen.” Dat vond ik wel balen. Ik zat net lekker in de film. De meisjes van K3 moesten de naam van de Tovenaar Zonder Naam (Urbanus, erg lache!) raden, om zo de IJsprinses te redden. “Kus de kikker, kus de kikker!” riep ik in gedachten, “de kikker weet het vást!”.

Terug van het poepen was ik net op tijd voor de aftiteling. “Hoe heette die knakker nou?” vroeg ik aan vriendin B. Maar vriendin B. schudde droevig haar hoofd. “Net toen ze de kikker wilden kussen, kwam Z. klem te zitten tussen een bioscoopstoel. Vervolgens gilde ze vijf minuten lang zó hard, dat ik niets meer heb kunnen verstaan.”

“Was het leuk?” vroeg Paul toen ik me, misselijk van de spekjes en met een zwaar snurkend Doornroosje achterin, thuis weer meldde. “Genóten!” riep ik enthousiast, “Alleen volgende keer laten we de kinderen maar thuis.”