Val ik toch nog af!

Nog geen maand geleden kondigde ze het aan: haar blog bestond binnenkort 1000 dagen. En daarom organiseerde Margje een feest! (Klik hier voor het blogje.) Denise, ik, en al haar lezers mochten komen. Toen bleek dat bloggers Maaike en Peetje én Jasperina (van de redactie) ook zouden komen was het feest compleet.

Na wat getwitter, geblog en gemail kozen we een locatie en ‘bedachten’ we een paar activiteiten. Denise, Margje en ik zouden alledrie een blog schrijven, een soort drieluik. Die zouden we ter plekke, op zaterdag 2 april tijdens heeft feest, voorlezen. Een ‘liveblog’, zoals Denise het zo mooi noemde. “Alsof ik midden in een blog zit!” schreef één van de aanwezige dames tijdens het quote-rondje.

Denise werd steevast het eerst ‘herkend’. Vanwege haar lange haar? Over Margje werd voortdurend geroepen dat ze ‘precies’ zo was als ze schreef en ik? Ik gooide een glas wijn over mijn roze broek. “Ja,” knikte een van de aanwezigen, “100% Esther!”

Ik bleek – onderweg naar de feestlocatie – mijn portemonnee te zijn verloren (die bleek later te zijn afgegeven op het politiebureau en ALLES zat er nog in!) en Denise kreeg halverwege de meeting slecht nieuws. Ondanks dat was het toch een supermiddag!
Iedereen was een beetje zenuwachtig in het begin (ik ook!) maar gelukkig viel het allemaal mee. “Jullie zijn net zo leuk als ik hoopte dat jullie zouden zijn!” schreef iemand. (En nee hoor, GDB1975, jij viel zeker niet tegen!) ” Kreten als ‘vertrouwd’, ‘ongedwongen sfeer’, en ‘feest van herkenning’ vlogen ons om de oren. “Leuke bloggers trekken blijkbaar leuke mensen,” zoals iemand het zo mooi zei.
“Nothing beats the IRL meeting,” schreef iemand, terwijl een ander meende ‘dat het lezen nu alleen nog maar leuker zou worden’. Er waren rozen, cadeautjes en kaarten. Van Goose, één van mijn lezers van ’t eerste uur (al sedert de papieren Viva ruim tien jaar geleden!) kreeg ik zelfs een gedicht! Een gedicht voor mij! Zoiets bijzonders had ik nog nooit gekregen. En veelzeggend was natuurlijk ook het ‘feestzakje’ dat we na afloop van Margje kregen! Compleet met lief briefje en stoepkrijt om het leven kleur te geven.

De ‘verste’ kwam uit Zeeland en ik was degene die het meest dichtbij woonde. De jongste was vierentwintig, de oudste heeft zich niet gemeld. Er waren lezers, lurkers (inmiddels dus ontlukt) en fervent twitteraars. Een gemêleerd gezelschap maar daarom niet minder gezellig. De leukste quote was van Els, die fluisterend aan haar buurvrouw vroeg: “Zeg, wie is nou Muts?” Waarop haar buurvrouw zei: “Ik!” (Els gaaf daarna eerlijk toe dat ze eigenlijk voor Muts kwam, omdat ze haar reacties altijd zo leuk vond!) Ook Margje scoorde door, toen ze een antwoord fout had tijdens de Grote Vrouwonlinequiz – en Jasperina zei: “Jij valt af!” te roepen: “Hé, val ik toch nog af!”

Kortom, een supergeslaagd feest waarvan ik vandaag gewoon nog een beetje moet bijkomen! We zijn nog uiteten geweest, hebben koffiegedronken en zojuist heb ik mijn portemonee opgehaald bij het politieburea. Het feestzakje van Margje is inmiddels ingepikt door de Kletsen.

Hieronder mijn ‘voordracht’, uiteindelijk was ik spreker 2.

Zaterdag, 2 april.

Aangezien ik op het moment dat ik deze blog schrijf nog niet weet of ik op onze Bloggersmeet spreker 1, 2 of 3 zal zijn, hou ik het maar bij ‘welkom, tot ziens en blijf vooral lekker zitten’. In elk geval: leuk jullie allemaal eens live te zien.

Toen Margje met het idee van een Bloggersmeet kwam, om te vieren dat haar weblog duizend dagen bestond, was ik meteen enthousiast. Ten eerste natuurlijk omdat ik reuze benieuwd was naar jullie allemaal (ik ken van dit gezelschap alleen Jasperina), ten tweede hou ik wel van een feestje en ten derde, ook niet onbelangrijk, is dit ongeveer mijn achtertuin. Honderd passen zuidwaarts en je staat in de marmeren kelder.

Als eerste wil ik dan ook Margje feliciteren met haar duizend dagen, ik stel voor dat ze vanaf nu verder blogt onder de naam ‘Sherazade’ want die had ook iets met duizend. Verder wil ik Jasperina bedanken dat ze me destijds van een wisse dood gered heeft (kom ik zo op terug) en tegen Maaike, Denise, Petra en alle anderen zeggen dat ik het onwijs leuk vind om ze eens in het echt te zien.

Maar niet alleen Marja heeft wat te vieren, ik ben ook in feeststemming! Afgelopen donderdag 31 maart bestond mijn blog bij Vrouwonline precies vijf jaar. 31 maart 2006 ben ik begonnen, Annabel was toen nog géén een, Lizzy was drie, ongeveer de leeftijd van de kinderen van Denise nu.
Afijn, een lustrum dus. En ik dacht, ik hou het geheim en dan doe ik er een leuk verhaaltje over op de Bloggersmeet.
Maar ik had buiten mijn moeder gerekend.
Mijn moeder is ongelooflijk attent. Die herinnert me aan feestdagen waarvan ik zelf niet eens weet dat ik ze heb (“vandaag is het precies twaalf jaar geleden dat je Paul voor kwam stellen!”).
Het is een lieverd hoor, mijn moeder. En echt erg vond ik het ook niet. Kreeg ik meteen weer wat leuke reacties. Reacties zijn toch altijd het leukste van een weblog. Toch een beetje die aai over je bol, dat complimentje.
“Ik weet het nog goed,” schreef iemand “dat van je ‘overgang’”.
Overgang. Tja, zo voelde het wel een beetje. Ik was bij Viva eigenlijk weggestuurd omdat ik te oud was. Ik moest plaats maken voor bloggers die nog een toekomst hadden. En ik was eigenlijk mijn eigen begrafenis al aan het regelen toen Jasperina vroeg of ik niet op Vrouwonline wilde komen bloggen.

En dat deed ik. Vijf jaar geleden dus. Veel vivalezeressen gingen mee en het behangetje op Vrouwonline voelde heel volwassen. Mijn eerste blog ging over het kopen van een bikini, hoe toepasselijk met dit weer.
“Ik schreef waar ik nooit gestopt was,” schreef ik destijds en ik hoop met heel mijn hart dat ik tijdens mijn volgende lustrum weer hetzelfde kan zeggen.

Over vijf jaar is Lizzy een puber, over vijf jaar is er hopelijk een boek, het liefst meer.
Er zullen dingen veranderen,
Rampen gebeuren
Baby’s komen (niet bij mij)
En mensen bijkomen en afhaken.
Want de toekomst brengt is altijd onbekend. Misschien kan mijn weblog daarbinnen de stabiele factor zijn.

Dank jullie allemaal voor het lezen.

En wat was de eerste reactie van mijn moeder toen ik haar belde?
“Was Muts er ook?”

Ja ja ja jarig!

Jarig!

Zet de cadeautjes maar weer klaar
Vandaag is er hier weer eentje jarig!

Belletje wordt alweer vijf!
Zie onder.

Voor dit lustrum dacht ik dat het misschien leuk was om mijn bevallingsverhaal, destijds nog op viva.nl, even te copy-pasten. Voor de liefhebber, zeg maar.

Het begin
Op 20 juni, mijn uitgerekende dag, werd ik om half zes wakker.
Ik had gedroomd dat ik weeën had. Maar terwijl ik me dat realiseerde ging de droom door; ik kreeg nóg een wee.

Het vervolg

Toen ik later een boterham voor Lizzy smeerde twijfelde ik nog steeds. Waren dit nou oefenweeen, of misschien toch ‘the real thing’? Ik probeerde te ‘klokken’. Om de hoeveel tijd kwamen ze? Hoelang duurden ze? Maar telkens raakte ik de tel kwijt. Omdat Lizzy haar limonade kwijt was. Omdat Paul vroeg waar de vulemmer voor het tuinbadje was of omdat de hulp erbij moest met de stofzuiger.
Zo tegen tien uur, we zaten gezellig met z’n allen in de tuin, besloot ik toch maar de verloskundige te bellen; de weeën kwamen opeens zó kort op elkaar. “Ik weet niet of het al wat is.” Verontschuldigde ik me nog toen ze even later op de stoep stond. (Kijk, ik heb begrepen dat er vrouwen zijn die menen hun eigen ontsluiting met een geodriehoek op te kunnen meten; ik was nooit zo goed in wiskunde. Bovendien was ik niet van plan mijn eigen vliezen te gaan breken.) “O,” zei de verloskundige “jij hebt al zes centimeter ontsluiting. Als ik de vliezen breek ga je bevallen!” Oeps. En Paul moest Lizzy nog wegbrengen! “Als je wil dat Paul erbij is, zou ik Lizzy maar laten hálen!” Wederom de verloskundige. Enfin. Tuin weer in, hulp naar huis gestuurd, schoonmamma gebeld en vriendin M een sms-je gestuurd dat ik niet kwam zwemmen. Terwijl we wachtten belde een andere vriendin. “Ik hou het kort want ik ga zo bevallen!” zei ik. Het arme kind hing van schrik meteen op.
Om elf uur arriveerde schoonmamma. Even dag gezegd, Lizzy geknuffeld en toen Paul gevraagd ‘of hij mee naar boven kwam’. “Waarom?” vroeg hij. “Omdat ik nu ga bevallen.” Nu al? Ja. Nu al. Of wilde hij soms dat ik in het tuinzwembadje ging bevallen?
Om elf uur gingen we naar boven. Om tien over elf braken de vliezen. Om kwart over elf ging ik persen. En tenslotte legde ik om half twaalf mijn tweede dochter eigenhandig op mijn buik.

Welkom Annabel Madelief!

En toen kwamen de foto’s

Dus zo gek is het niet dat ik er op de foto’s bij zit alsof ik – ik citeer uit jullie reacties – “uit een kuuroord kom in plaats van uit een bevalling”.
Was het dan echt allemaal één groot feest? Nee, natuurlijk niet. Het venijn zat hem in het staartje. Als de verloskundige na afloop mompelt: “Even kijken welke onderdelen bij elkaar horen.” Kan je er vanuit gaan dat het down under niet helemaal goed gegaan is. Gelukkig had ik, door schade en schande wijs, al een leuk patroontje uit de Knippie gehaald. (In de kleuren van de kinderkamer uiteraard!) Dat, én dat mooie popje op mijn buik, verzachtte de pijn.

En daarna?

Annabel werd ondertussen helemaal gezond verklaard. Paul ging Lizzy halen. “Wat vind je van je zusje?” vroegen we haar toen ze bij ons op het bed werd gezet. “Leuk en klein!” zei ze.

Later, toen we gezusterlijk met z’n allen op het grote bed zaten zei Lizzy: “Mamma, is de baby gewoon uit jou gewandeld?”

Eh. Nou, je zou het zo kunnen zeggen. Ze is er op een zonnige maandagmorgen gewoon uitgewandeld. Zonder problemen. Ze heeft alleen de deur een beetje lomp open gedaan.

Even mijn takken soppen

We zijn weer een leuke site rijker !

Op www.taalmeldpunt.nl vindt de taalsnacker een keur aan smakelijke tussendoortjes. Nieuwe woorden (posimistisch? Ontnichten? Bieroorlog?), kindertaal, taalergernissen en opvallende zinsconstructies.

Die laatste komt overeen met ‘mijn’ tutti frutti. (“Dat is toch te gek om over naar huis te schrijven?”)

Op de site kan men taalergenissen melden, taaltrends doorgeven en locale uitdrukkingen (zie titel) inzenden. Ook is het mogelijk deel te nemen aan taalonderzoeken zodat al wat speelt in de Nederlandse taal direct in kaart kan worden gebracht. Tenslotte bevat de site een aantal handige zoekfuncties.

Ik geeft toe, het navigeert niet super en de rubriceerfuncties zijn niet ideaal (en voorts, niet alle inzendingen zijn leuk) maar toch, een leuke verzameling taal en zeker geschikt voor tussendoor!

Snack ze!

Heb ik weer!

Ik kom vaak in de dierenwinkel.

Niet alleen zit deze (gratis) mini-Zoo bij ons om de hoek, ze hebben er ook allerlei leuks. Vogels (onze Tuffy kwam er vandaan), eekhoorntjes, enorme konijnen, tropische vissen en, last but not least, een grote afdeling reptielen.

Geen idee waar ze ’t vandaan hebben, maar de meiden vinden reptielen geweldig. Wanneer we even gauw iets voor de vogels kopen, willen ze altijd kijken. En zo liep ik daar gisteren weer, tussen de vogelspinnen, slangen en langs de kleine (maar angstaanjagende) babykrokodil.

Achter ons was iemand de boom in het papegaaienhok aan het snoeien. Terwijl wij de bontgekleurde slangen bekeken gooide men tak na tak op de stapel. Boven mijn hoofd kriebelden enorme spinnen door hun hok. Fascinerende beesten, maar niet geschikt als huisdier. De rillingen liepen over mijn rug.

Op het hok van één van de slangen zat een etiket. “Pas op, reageert snel.” Terwijl ik me gespannen afvroeg wat deze onheilspellende boodschap betekende, tikte Lizzy tegen het terrarium. Prompt schoot de slang naar voren om naar het glas te happen. Daarna ging het snel: ik schrok en automatisch deed ik een stap naar achter. Precies op dát moment gooide de dierenverzorger per ongeluk een flinke tak op mijn schouder.

Je hebt geen idee hoe hard ik gilde.

Tita Tovenaar

“Dan doe ik dit, en alles staat stil.”

Lizzy en Annabel zijn gék op Tita Tovenaar. Dat is begonnen met een dvd van de ‘oude’ serie. (Die uit de jaren zeventig met Ton Lensink in de hoofdrol), die ik ooit voor ongeveer nul euro uit de koopjesbak van de V&D heb gevist. (Kon de lokroep van mijn jeugd niet weerstaan.) Die dvd is inmiddels aardig grijsgedraaid.

En nu is er een geheel nieuwe serie Tita Tovenaar. “Da’s vast niets,” dacht ik, xenofobisch als ik ben, toen ik er voor ’t eerst over hoorde. Maar ik had het mis, de nieuwe serie is (ook) erg leuk. Net zo maf, nep en aandoenlijk als de oude. Sinds ik dat weet, neem ik het programma elke dag op. Mogen de kletsen ’s avonds voor het naar bed gaan Tita Tovenaar kijken. Vinden ze super!

En pappa en mamma ook. Want die kijken lekker mee!

En jullie? Wat kijken jullie ‘uit de oude doos’ (met of zonder kinderen?)

Jåmmer

Ik zag ze meteen.

In een witte mand, vlak bij de ingang. Ik had net de kinderen in smålland gedumpt en was onderweg naar de afdeling verlichting. En daar zag ik ze weer. Goed verlicht natuurlijk. Naast de skimra-lampenkappen. Dapper liep ik erlangs.

Ter hoogte van het restaurant leek het even mis te gaan. Een heel grote bak vol! Het rode plastik leek me toe te schreeuwen: “Pak mij, pak mij!” Gelukkig leidde mijn buurvrouw me af. We betaalden onze cappuccino en gingen zitten.

Ze bleven me achtervolgen. Doken op bij de Ljuvlig- en Anrik keukenspullen en bij de Stenstorp meubelen. “Ga weg,” siste ik. “Ik mot jullie niet. Ik walg van jullie. Ik krijg pukkels van jullie.” Als ik niet beter wist zou ik denken dat ze me uitlachten.

Uiteindelijk stond ik daar bij de kassa. Ik wiste het zweet van mijn voorhoofd. Ik had het gehaald, ik was er aan voorbij gegaan. Mijn maag knorde, maar ik was gered. Ik kon relaxen. Langzaam begonnen mijn verkrampte spieren zich ontspannen.

En toen zag ik ze. Eén meter voor de kassa, een schap vol. Ik voelde mijn maag knorren, de weerstand verslappen. Dit was teveel op één dag. Trillend strekte ik mijn hand uit.

Weerloos legde ik een zak in mijn karretje.

Polskie ludzie są zabawne

We spraken Engels.

Dat was wel handig want ik spreek geen Pools, geen Roemeens en geen Arabisch. En behalve mijn (jarige) Poolse vriendin S. (en haar Hollandse man) sprak niemand Nederlands. Tenminste, totdat er drie Nederlanders binnenkwamen. (Wat erg verwarrend was.) Toen ontstond de spreekwoordelijke Toren van Babel.

Een paar vrienden van S. waren helemaal voor haar verjaardag met de auto uit Polen gekomen. Als dát geen vriendschap is. En ik heb vreselijk met ze gelachen. Echt, die Polen hebben humor zeg! (Het land laaft zich kennelijk aan tradities, die eigenlijk iedereen vreselijk vindt. Daar kunnen ze leuk over vertellen!) Kortom, Paul en ik hadden het erg naar ons zin.

En S. (jullie kennen haar als Kikker) blijkt een goede blogpromotor. Al dan niet vertaald stuurt ze hele stukken van mijn weblog de wereld over. “Laatst toen ik in Tanzania zat heb ik zo’n grappig stukje van je gelezen!” zei één van de Nederlandse meisjes. “Please tell the story again about the Polish women and the chocolat,” vroeg een ander.

Bij het afscheid vroeg één van de Poolse meisjes of ik nooit moeite had onderwerpen te verzinnen. “Soms,” zei ik. “Maar zolang er nog teksten van mij naar Afrika reizen en ik op een verjaardag met een paar leuke Poolse meiden mijn stukjes kan bespreken is er nog genoeg te schrijven.”

Ik kreeg spontaan een kus van haar.