Met mijn Zusters

Een puntmuts, zwarte High Heels en een cape. Ik was klaar voor het Heksenavondje.

“Als ze me nou in een kikker veranderen, willen jullie me dan kussen?” vroeg ik de meiden. “Ja hoor,” zei Annabel. “We kussen sowieso alle kikkers die we vangen.” Echt? Ja. O help. Ja, dat krijg je met een heks als moeder.

“Ik vind je een beetje eng,” zei Annabel. “Maar ook wel mooi.” “Waarom neem je de bezem niet mee,” vroeg Lizzy. De bezem. Dat was eigenlijk wel een goeie. In de tuin stond een echte heksenbezem, die zou wel indruk maken op mijn Zusters.

Helemaal in het zwart, gothic ogen en met een bezem in mijn fietstas, zo reed ik weg. “Je lijkt wel een soort schoorsteenveger,” zei Paul. “Pas op, daar komt de bezemwagen,” grapte de buurman. Ik stak mijn tong uit. “’t Is toch donker.”

Maar in de stad was het niet donker. Fietste ik hoor, in mijn lange zwarte jas en met een bezem als knalpijp. De opmerkingen waren niet van de lucht. “Hé,” riep iemand. “Is je bezem kapot?” “Vond je het te koud om te vliegen?” Eén van de lolbroeken kwam zelfs naast me fietsen en knoopte een heel gesprek met hem aan. Pas toen ik zei dat ik naar mijn wekelijkse breiavondje ging, haakte hij af.

Tot zover mijn immer goeie ideeën.

Het Heksensfeest was al in volle gang toen ik binnenkwam. Een voor een druppelden de Zusters binnen. Ik kreeg een glas koeienserum (18%) in mijn handen gedrukt. De tafel stond vol met heerlijke heksenhapjes en het rook naar pompoentaart, soep en geurkaarsen. Hoofdheks S. deelde spreuken uit. “De spreuk – hardop voorlezen graag – kiest jou,” zei S. “En die wijsheid kan je niet negeren.” De liefde bedrijven is net als touwtje springen, las ik. Je kunt het niet de hele dag doen.

Tjonge. Dat seksverhaal blijft me wel achtervolgen zeg.

We goten kaarsvet om onze toekomst te bepalen. Mijn ‘toekomst’ hield het midden tussen een koraalrif en een pennenset. “Misschien word je ’s werelds eerste onderwaterschijfster?” opperde een van de Zusters. Zij had makkelijk praten. Zij had net een fallus én een baarmoeder gegoten. Dan weet je genoeg.

Ik ga niet trouwen, zo wees een schoenentest uit (geen idee wat die inhield, de test speelde zich buiten mijn blikveld af, ik zat net aan het koeienserum met Zuster A.) En ik krijg geen kinderen meer (mooi, meteen even de wieg op marktplaats zetten). Eén van de zusters zong een mantra met ons (om mani padme hum) wat echt heel grappig was want zoiets had ik nog nooit gedaan.

Tegen middernacht vond ik het welletjes geweest. Ik was moe van de mantra’s, tureluurs van het toveren en katterig van het koeienserum. Ik pakte mijn bezem, zette het raam open en vloog naar huis.

Dit keer had ik geen last van vervelende opmerkingen.


Spinnensalade van Zuster A.

Heksen!

“Wat gaat u met die vijf pompoenen doen? Ik weet geeneens wat ik er met één zou moeten!”

Verbaasd draai ik me om. De vrouw achter me – ik schat haar een jaar of zestig – kijkt me vragend aan. Terwijl ik de laatste pompoen op de kassaband leg, denk ik na over haar vraag. Ik stel me voor hoe ik iemand eenzelfde soort vraag zou stellen. Bijvoorbeeld: “Wat gaat u met dat gezinspak condooms doen? Ik weet geeneens wat ik er met één zou moeten.”

Nu.

Aangezien de vrouw me de vraag zo eerlijk stelt, besluit ik dat ik haar ook eerlijk zal antwoorden. “Ik heb vrijdagavond een heksenavond,” leg ik uit. “En ik ga voor tien heksen Pittege Pompoensoep maken. Met vleermuisnageltjes.” De vrouw doet verschrikt een stapje achteruit. (Zou dat door de heksenavond komen of door de vleermuisnageltjes?) “Bent u een heks dan?” vraag ze. Ik denk aan Paul en mijn collega’s.
“Soms,” zeg ik eerlijk.

De vrouw staart naar de vijf pompoenen op de kassaband. Ze weet duidelijk niet wat ze moet zeggen. Ik leg haar niet uit dat de heksenavond een Poolse traditie is op zeventwintig november. En dat mijn vriendin S., die de avond organiseert, Pools is. Nee, natuurlijk leg ik dat niet uit. Wanneer je mensen zomaar dingen vraagt, kan je ook zomaar een eerlijk antwoord krijgen. En ja, daar kan dan best een eng verhaal achter zitten!

Precies de reden waarom ik iemand ook nooit naar een familiepak condooms zou vragen.

Esthers pittige pompoensoep met vleermuisnageltjes

1 biopompoen – uitgehold niet geschild, wel gewassen, in stukken –
2 liter bouillon
½ Spaanse peper – in stukjes –
Klein stukje gember – geschild en in stukjes –
2 tenen knoflook
2 middelgrote uien
Mosterd
Zout

Kook de pompoen ongeveer veertig minuten in de bouillon
Giet bouillon af tot gewenste dikte
Roerbak ui, knoflook, gember en peper (zorg ervoor dat de ui ietsjes aanbakt zodat je later in de soep leuke donkere ‘vleermuisnagels’ krijgt).
Pureer pompoen inclusief bouillon en de roergebakken groenten
Voeg een theelepel mosterd toe
Voeg zout toe naar smaak

Eet smakelijk

Que sera…

Terwijl ik sta te strijken spelen Annabel en haar ‘geloofde’ J. met de barbies.

Annabel: “Deze barbie heeft niets om aan te trekken.”
J.: “Maar ze heeft heel veel kleertjes.”
Annabel: “Die zijn niet goed. Daar heeft ze een te dikke kont voor.”

J.: “O! Een barbecue! Ze gaan barbecuen.”
(Ik – enthousiast – : “Een barbie-cue!”)
Annabel: “Goed. Als haar vriendinnen ook mogen komen dan.”
J.: “Denk je dat ze een wijntje erbij willen?”
Annabel: “Ja, schenk maar in. Leg jij even het vlees op de barbecue?”

Annabel: “Mam, wil jij de bank opblazen?” **
Ik: “Natuurlijk. Die bank is al best oud, hij was vroeger van mij.”
Annabel: “Zat jij daarop als baby?”
Ik: “Nee mallerd, daar speelde ik mee.”

Annabel: “Ze doet haar zilveren hakken aan. Die vindt ze het mooist.”
J.: “Ik vind ze allemaal zo mooi!” (zucht)
“Alleen deze moet weg. Die heeft een te lange jurk aan.”
Ik: “Hou je daar niet van?”
J.: “Nee, ik hou meer van korte jurken.”

Annabel: “Zo, nu gaan ze met elkaar praten.”
J.: “Waarover? Waarom? Moet dat?”
Annabel: “Ja. Dat moet.”

Annabel: “We moeten zo wel opruimen, het is een zooitje hier.”
J.: “Valt toch wel mee?”
(…)
Annabel: “Ach, dat begrijp jij toch niet.”
J.: “Nou, dan ga ik wel buitenspelen.”

“Wil je weten hoe het leven van jouw zoon en schoondochter er over pakweg twintig jaar uitziet?”
sms ik de moeder van J. “Lees dan mijn weblog.”

** In een ander verband is dit best een rare opmerking!

Van deze en genen

“Zeg,” vraagt mijn moeder. “Heb jij nog wat met die boekjes gedaan? Die boekjes van Klik en Klak, die hier van zolder kwamen?”

Mijn moeder heeft opgeruimd. Ze is van alles tegen gekomen. Oude musicalspullen, agenda’s, blokkendozen en de voorleesboekjes van Klik en Klak. Jeugdsentiment!
“Tja, nou, kijk,” antwoord ik een beetje ontwijkend. “Ik heb er een paar bladzijden uit voorgelezen.”

En na een korte stilte: “Lizzy vond het eng.”

“Eng?” Mijn moeder klinkt verbaasd. “Het zijn kléuterboekjes. Over twee ééndjes nota bene! Ik las ze ook aan jullie voor vroeger.”

Ik peuter aan een nagel.
“Dat weet ik. Maar Lizzy vindt best wel snel iets eng. Dat weet je toch?”
“Ja, maar dit zijn schattige eendjes. En de verhaaltjes lopen toch goed af?”

“Nou,” zeg ik twijfelend. “Die heks, uit Klik en Klak en de heks, die is echt wel een beetje eng. En de jager uit Klik en Klak en de Boze Jager ook. En als Klik en Klak verdwalen, dan is dat best spannend. En Zwartkop, de kraai, uit Klik en Klak en de Kraai, die is heel gemeen getekend. En…”

Ik haal adem en sluit af met: “Dat kan ik me nog bést goed herinneren van vroeger hoor.”

“Dat blijkt,” zegt mijn moeder droog. “Nou, dan moet je Klik en Klak maar niet voorlezen,” “Precies,” zeg ik. “Lizzy is gewoon erg gevoelig voor dat soort dingen.” “Dat is ze zeker.”

“En dat heeft ze niet van een vreemde.”

Ik weet niet of mijn moeder het zegt of dat ik zelf hardop denk.