Cijferinflatie op school

Kinderen zijn niet altijd gebaat bij een compliment. Vooral onzekere kinderen kunnen – bij overdreven prijzen – denken dat de lat (te) hoog ligt. Daardoor gaan ze een nieuwe uitdaging misschien uit de weg. Dat is de strekking van het onlangs verschenen artikel op de site van Nationalezorggids.nl.

Letterlijke cijferinflatie

Het artikel sluit aan bij iets wat me al een tijdje dwarszit. Iets dat me opvalt aan de basisschool van mijn kinderen en – als ik de verhalen van vriendinnen hoor – aan basisscholen in het algemeen. Ik noem het ‘cijferinflatie’. Létterlijke cijferinflatie wel te verstaan: het opblazen van cijfers voor werkstukken, spreekbeurten en boekbesprekingen.

Een acht is (te) laag

Ik werd me van het verschijnsel bewust toen mijn oudste dochter (toen acht) in groep vijf zat. Ik dacht dat het aan de juf lag, maar later bleek dat het in alle klassen gebeurde: er werden zulke hoge cijfers gegeven! Het gemiddelde voor spreekbeurten en werkstukken ligt rond de negen, met een standaarddeviatie van 1. Een acht is dus relatief ‘laag’.

Tjonge! Een 10-

Vorig jaar had Liz een 9,5 voor haar spreekbeurt en gisteren kwam ze thuis met een 10-. Super natuurlijk, wij trots, zij tevreden, maar toch. Die hoge cijfers zijn geen uitzondering. En dat vind ik gek. Cijfers boven de acht horen een uitzondering te zijn. Want een acht is gewoon goed en zeker boven het gemiddelde.

Een zeven is dus eigenlijk een onvoldoende

Maar nee. Een acht ís tegenwoordig niet meer ‘gewoon goed’. “Als ik een 8,5 zou hebben, dan zou ik écht balen!” zei Liz, toen ze trots over haar 10- vertelde. Kinderen die het niet goed doen (en dat kan aan de presentatie liggen maar ook aan de voorbereiding) krijgen een 7 of een 7,5. En dat vind ik gek, want een zeven is volgens mij nog altijd ‘ruim voldoende.’

“Een acht is écht balen!”

Het andere uiterste

Natuurlijk ben ik er vóór om een kind zelfvertrouwen te geven. En nee, afbranden met een 4- is géén goed idee. Maar zoals het nu gaat, krijgt een kind dat onvoldoende presteert, feitelijk een voldoende en wordt het  – in het licht van eerdergenoemd artikel – daardoor misschien juist wel onzekerder. En een kind dat het ‘gewoon goed’ doet, is al snel uitmuntend!

Daarbij, straks op de Middelbare school zal er sprake zijn van een geheel ander cijferspectrum. En dan? Dan zijn alle verhoudingen zoek! Krijg de ‘zeven plussers’ opeens een vijf en het ‘toppertje’ een acht. Zal dat even schrikken zijn!

Mijn dochter gaat volgend jaar in elk geval voor de tien. En daarna? Tja. Dát is een heel goede vraag!

Meer lezen? Op www.esthervuijsters.nl staan elke dag verse blogs!